Meer afwijkingen onderzoek naar baarmoederhalskanker

UTRECHT, 5 jan. - Sinds huisartsen in 1989 op grote schaal het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker uitvoeren worden er opvallend veel meer afwijkingen ontdekt dan in het jaar daarvoor. In 1988 waren nog speciale 'uitstrijkteams' belast met dit onderzoek.

Dit stellen dr. M. E. Boon en S. Beck van het Leids Cytologisch en Pathologisch Laboratorium deze week in het artsenblad Medisch Contact. Voor hun onderzoek hebben zij de resultaten vergeleken van 1988 en 1989 in de regio Leiden.

Voor alle diagnoses, inclusief die van de verscheidene voorstadia van baarmoederhalskanker, waren de scores in 1989 verschillende keren hoger dan in 1988.

De onderzoeksters schrijven deze ontwikkeling toe aan “zelfselectie” van de aan het onderzoek deelnemende vrouwen. Bij het bevolkingsonderzoek, zoals dat voor 1989 gold lieten verhoudingsgewijs veel meer getrouwde vrouwen een uitstrijkje maken dan gescheiden vrouwen en weduwen. Die laatste twee categorieen lopen juist een aanzienlijk groter risico op baarmoederhalskanker dan getrouwde vrouwen, zo blijkt uit de statistiek.

In 1989 was het deelnemingspercentage voor gehuwden 33 en voor gescheiden vrouwen 32 procent. De auteurs stellen dat de eigenlijke doelgroep door de huisarts beter wordt bereikt dan door de vroegere “uitstrijkteams”, omdat deze vrouwen de huisarts toch al om andere redenen vaak raadplegen. (ANP)