Loodsen tegen walradarketen Schelde Door onze correspondent

VLISSINGEN, 5 jan. - “Een circus dat handen vol geld kost.” Voorzitter A. de Bruyn van de Belgische rivierloodsen ziet weinig heil in de walradarketen langs de Zeeuwse Westerschelde die binnenkort in gebruik wordt genomen. “Het houdt een leger ambtenaren aan het werk, maar een gewone loods wordt erdoor gehinderd in zijn werk.” Hij is niet de enige met bedenkingen. Ook de Nederlandse loodsen van de Westerschelde zijn niet op alle fronten gelukkig met het systeem dat de scheepvaart door de zee-arm efficienter en veiliger moet gaan begeleiden.

De kritiek spitst zich vooral toe op een voorgenomen reorganisatie van het marifoonverkeer. De Schelde zou worden opgedeeld in een aantal communicatieblokken met elk eigen frequenties. Het telefoonverkeer zou hierdoor overzichtelijker worden. Maar de loodsen zijn juist bang hun overzicht op het scheepvaartverkeer te verliezen. “En daarmee wordt de situatie alleen maar onveiliger”, vindt De Bruyn. Eigenlijk was het de bedoeling de Westerschelde-radarketen per 15 januari in gebruik te nemen. De Nederlandse en Belgische dienstleidingen hebben echter besloten eerst overleg aan te gaan met de loodsen. Verwacht wordt dat de keten nu per 1 maart operationeel wordt.

De walradarketen is een gezamenlijk project van de Nederlandse en Belgische overheid dat ongeveer twee miljoen gulden heeft gekost. Zo'n 240 radarwaarnemers zullen in de toekomst via een vijftiental posten langs de Westerschelde de bewegingen van het scheepvaartverkeer volgen. Elk schip dat de rivier voortaan passeert, verschijnt op de radar en krijgt via een computer een 'label' toegekend waarin allerhande informatie wordt opgeslagen over de lading, diepgang en herkomst van het vaartuig.

Omdat de communicatie tussen de schepen en de wal intensiever wordt, moet volgens de verkeersleiding het marifoonverkeer worden aangepast. “Dat bevordert namelijk de veiligheid”, vindt waarnemend directeur M. Buis van de Nederlandse Verkeersleidingsdienst. Nog maar net in functie zag hij zich geconfronteerd met het verschillende standpunt van de loodsen. “Op zich is die discussie over de marifoonblokken al jaren oud; alleen is er nooit een besluit over genomen. Dat moet nu gebeuren omdat het geen zin heeft een systeem in te voeren waar we het onderling niet over eens zijn.” Samen met zijn Belgische collega's heeft hij dinsdag een hoorzitting belegd waarbij de verschillende meningen kunnen worden geinventariseerd.

Voorzitter De Bruyn van de Belgische rivierloodsen vindt dat het voorstel rondom de marifoonblokken volledig van tafel moet. “Gebeurt dat niet, dan leggen wij het gewoon naast ons neer. Voor een loods is het belangrijk dat hij op een drukke rivier als de Westerschelde moet kunnen anticiperen. Hij moet weten wat zich op de rivier afspeelt, zodat hij in overleg met de kapitein zijn koers kan bepalen. Stel dat je bij de sluizen van Antwerpen komt, en pas op het allerlaatste moment via je marifoonblok hoort dat die vol liggen. Je hebt daar geen parkeerstrook, waar je kunt wachten. Dus moet je het van te voren zo regelen dat je daar niet hoeft te wachten. Wij hebben overzicht nodig. Dat is ons belang.”

De Belgen vinden hun Nederlandse collega's, zij het wat diplomatieker, aan hun kant. Maar het zeer aan Belgische zijde is dan ook groter. Belgie heeft, op basis van het aandeel in het totale verkeer over de Westerschelde, 90 procent van de kosten van het radarsysteem voor zijn rekening genomen. “Maar Nederlandse leveranciers hebben al het materiaal geleverd. Gaan de Nederlanders nu ook nog eenzijdig beslissen hoe wij moeten werken?”

Het is de vraag of de discussie over het marifoonverkeer de enige hobbel is die een goed functionerende radarketen in de weg staat. Directeur Buis van de Verkeersleidingsdienst drukt zich voorzichtig uit. “Het kan zijn dat er tussen de Nederlandse en Belgische overheid ook nog verschillen van inzichten blijken te bestaan.” Als voorbeeld noemt hij de ongeveer vijftigduizend Nederlandse binnenvaartschepen die jaarlijks over de Westerschelde varen. Zij worden begeleid door de apparatuur van de radarketen. “Dat is een uitsluitend Nederlands belang, waar de Belgen wel aan meebetalen.” Per 1 februari moeten alle partijen op een lijn zitten, zodat men op 1 maart van start kan. Of dat haalbaar is durft Buis niet te garanderen. “Maar wij doen er alles aan om de zaak op tijd rond te krijgen.”