KOENEN

In uw bespreking van Koenens boek 'Het vermogen te verlangen ( .negen letters)'. Gesprekken over taal en het menselijk brein (Zaterdags Boekenijvoegsel 8-12-90) schrijft u dat alleen pidgin- en creolentalenlingu-isten oog en oor hebben voor de sociale dimensies van taalgebruik. De werkelijkheid is gelukkig anders. Vooral sinds het verschijnen van Labovs 'The social stratification of English in New York City' (1966) hebben dialectologen en sociolinguisten hun aandacht gericht op variatie in talen van westerse samenlevingen, ook in Nederland, en aan kunnen tonen dat die variatie samenhangt met de (buitentalige) heterogeniteit van onze maatschappij.