JAN KRZYSZTOF BIELECKI; Walesa's man

WARSCHAU, 5 jan. - Nerveus en onwennig schoof de 39-jarige Jan Krzysztof Bielecki gisteren in zijn stoel op de achterste rij van het Poolse parlement tijdens de stemming over zijn kandidatuur voor het premierschap. Hij voelde een paar keer in zijn baard en stond af en toe op. President Lech Walesa had meer vertrouwen in de uitkomst. Hij zat vorstelijk in de presidentiele zetel op de tribune, achter een vlag met de gekroonde Poolse adelaar en keek vol zelfvertrouwen naar beneden.

Bielecki is een nieuwkomer in de top van de Poolse politiek, en volgens veel waarnemers een 'Mr. Nobody'. Hij stond altijd op de achtergrond, speelde nooit een prominente rol en is door Walesa vrijwel uit het niets naar voren geschoven. Van alle kandidaten voor het premierschap was Bielecki de zwakste, maar wel de enige die kon opschieten met de minister van financien Balcerowicz die een cruciale rol speelt in het kabinet als 'superminister'. Hij is leider van het kleine Liberaal-Democratische Congres dat pleit voor invoering van de vrije markt-economie, en dat een grote rol toedicht aan de kleine en middelgrote bedrijven. Het LDC was ook de enige pro-Walesa groepering die zich onthield van kritiek op Balcerowicz tijdens de verkiezingscampagne. Andere kandidaten voor het premierschap, zoals Walesa's rechterhand Jan Olszewski, namen Balcerowicz steeds onder vuur en vonden dat diens invloed na de nederlaag van ex-premier Mazowiecki moest worden beperkt.

Bielecki heeft zich nooit direct in de politiek begeven, zijn terrein was altijd de economie. Hij studeerde transport-economie aan de universiteit van Gdansk en sloot zich in 1980 aan bij Solidariteit. Tijdens de afkondiging van de staat van beleg in december 1981 bevond hij zich op de scheepswerf in Gdansk en werd hij vier dagen vastgehouden. Hij was maanden werkloos tot hij met een vriend een aftandse vrachtwagen kocht en een klein transportbedrijf begon. Bielecki reed hout uit de bossen naar de haven van Gdansk. Aan zijn bedrijfje kwam echter een eind toen de vrachtwagen het begaf. In 1985 werd hij adviseur van allerhand bedrijven en hielp hij leden van Solidariteit bij het opzetten van de vakbond. In 1989 zette Bielecki met Amerikaanse steun programma's op voor de ontwikkeling van een vrij bedrijfsleven en de opleiding van managers.

Bielecki was een van de weinige intellectuelen die Walesa trouw bleef en wordt nu beloond met het premierschap. Het is echter de vraag hoeveel ruimte Walesa hem zal laten. Balcerowicz houdt de greep op het economisch beleid en Walesa wil een Presidentiele Raad waarvan hij zelf het hoofd is. Waarnemers menen dat Walesa zich in die hoedanigheid direct met het kabinetsbeleid zal bemoeien, en dat hij daarom de zwakste kandidaat als premier naar voren heeft geschoven. Hij wil van het Belweder immers een Pools Witte Huis maken, en eist meer bevoegdheden dan de grondwet voor hem inruimt. Voor Bielecki blijft een bescheiden rol over. Hij kan niet veel meer dan de ministerraad voorzitten tot er in Polen verkiezingen zijn gehouden voor een nieuw parlement.