Jaar van de waarheid voor Tsjechoslowakije

PRAAG, jan. - Voor de vijftien miljoen inwoners van Tsjechoslowakije is 1991 het jaar van de waarheid. De komende maanden zullen uitwijzen of de overgang naar de economie van de vrije markt met succes kan worden doorgevoerd. En, belangrijker nog, dit jaar zal moeten blijken of het land voor uiteenvallen kan worden behoed.

De regering in Praag is tot voor kort voorzichtig geweest op de weg naar de vrije-markteconomie: het land is niet, zoals Polen, meteen in het diepe gegooid. Vooral president Vaclav Havel schrok terug voor een 'harde landing'. Hij vreesde sociale onrust en ook politieke instabiliteit. Tsjechen en Slowaken hebben onder het socialisme, in vergelijking tot Polen, een redelijk levenspeil gekend. De structuur van de economie was niet best, maar ook niet slecht. Er was genoeg te eten, werk, een vakantie en voor wie het kon betalen een Skoda. Tsjechen trokken zich terug in hun landhuisjes, waar ze hun rust vonden. Ze hadden veel minder haast dan de Polen om over te schakelen naar het Westerse economische systeem.

Liberalisering

Minister van financien Vaclav Klaus wilde echter in een hogere versnelling naar het kapitalisme. Hoe sneller de overgang, hoe minder de sociale schade, redeneerde Klaus, die regelmatig in conflict kwam met Havel maar die wel alle steun had van het Internationale Monetaire Fonds en de Wereldbank. Hij werkte een plan uit voor liberalisering van de prijzen en privatisering van staatsbedrijven. Klaus won het pleit en werd ook de leider van het Burgerforum, de beweging van Havel die de fluwelen omwenteling van november 1989 tot stand bracht.

Voor Tsjechen en Slowaken was het daarom na nieuwjaar schrikken toen ze de winkels binnenkwamen. Het nieuwe jaar brengt prijsverhogingen, en wel zeer drastische. De prijzen van benzine, elektriciteit, melk en bier stijgen met tientallen procenten. De vliegprijzen zijn bijna verdrievoudigd. De toestellen van de nationale luchtvaartmaatschappij zijn vrijwel leeg: vluchten naar de vroegere broederlanden zijn niet meer rendabel nu ook Tsjechoslowakije harde dollars moet betalen voor olie uit de Sovjet-Unie. Aan de prijssubsidies komt een einde; de prijs krijgt de taak de echte waarde van de goederen aan te geven. De lonen blijven echter gelijk omdat anders hyperinflatie het resultaat is. Voor het eerst voelen Tsjechen en Slowaken de scherpe kanten van de gang naar het kapitalisme. Hun koopkracht daalt en werkloosheid, een nog onbekend fenomeen, ligt op de loer.

Privatisering

Na de prijsliberalisering is de privatisering aan de beurt. De regering in Praag is al begonnen met het afstoten van winkels, restaurants en bars, de 'kleine privatisering', die een impuls moet geven aan de dienstverlening. Vooral in Praag is door de toestroom van duizenden toeristen een nijpend gebrek aan horecagelegenheden, die ook nog te pas en te onpas zijn gesloten. De 'grote privatisering', de verkoop van de grote staatsbedrijven, heeft nog geen duidelijk gezicht gekregen. Klaus is van plan overheidsubsidies te beeindigen: de begroting moet sluitend zijn. De bedrijven moeten op eigen benen staan en aandelen moeten onder de bevolking worden verkocht. Maar Tsjechen en Slowaken vrezen het faillissement van veel bedrijven, ze zijn bang hun werk te verliezen.

Vooral in de deelrepubliek Slowakije groeit het verzet tegen de economische plannen die in Praag worden bedacht. De vijf miljoen Slowaken voelen zich ernstig achtergesteld bij het Tsjechische landsdeel. Zij kwamen er in de jaren van het communisme nooit aan te pas. Tsjechoslowakije was weliswaar een federatie maar in Praag werd alles beslist en alles verdeeld. Slowakije was en bleef de agrarische republiek. Het Tsjechische deel was rijker, het had de industrie, de handel met het buitenland, de rijkdom.

Onbehagen

De Slowaakse premier Vladimir Meciar is de vertolker geworden van het Slowaakse onbehagen in Tsjechoslowakije. Hij zette vorige maand een frontale aanval in op een nieuwe verdeling van de competenties tussen de federale regering in Praag en de deelregering in Bratislava. Meciar eiste pariteit van Tsjechen en Slowaken in de federale besturen, zoals die van de centrale bank, hij wilde zeggenschap over de olie- en gasleidingen die via Slowakije naar het Tsjechische landsdeel lopen, een Slowaakse PTT, Slowaakse spoorwegen en zeggenschap over de privatisering in Slowakije. In de nieuwe federatie moet Slowakije een gelijke plaats innemen als het Tsjechische landsdeel dat meer bevolking heeft en een groter aandeel in het bruto nationaal produkt.

Meciar dreigde anders aan te sturen op een onafhankelijk Slowakije: voor Bratislava is het nu of nooit. Een breuk in de federatie werd bezworen met een spectaculair optreden van Havel en enkele waterige compromissen. Maar bij de Tsjechen is veel wrevel gebleven over de armzalige Slowaken, die subsidie krijgen uit Praag, die niets hebben bijgedragen aan de fluwelen revolutie, die in het verleden heulden met Adolf Hitler en die anti-semitische trekken vertonen. Slowaken werden in Praag afgeschilderd als troublemakers, zij verstoorden de rust, Slowakije was een lintworm.

Snelweg

De Slowaakse strijd om de plaats in de federatie is vooral een economische strijd geworden, gevoerd met nationale sentimenten: Slowakije is bang om weer de boot te missen. Volgens recente bouwplannen is in het Tsjechische landsdeel 282 kilometer aan autosnelweg voorzien, in Slowakije achttien. Tsjechen willen autosnelwegen naar Duitsland en ook joint-ventures met Duitse bedrijven: de combinatie Volkswagen en Skoda is een eerste zet. Tsjechen voelen zich Midden-Europa, zij kijken naar het Westen. En Slowaken voelen zich vergeten in Oost-Europa en hun wantrouwen tegen Praag groeit.

De Slowaakse deelregering wil de privatisering zelf uitvoeren, naar haar eigen maatstaven. Zij eist ook specifieke Slowaakse rechten op bij de opstelling van het Handvest voor de Rechten van de Burger, bij twee van de drie nieuwe grondwetten (de federale en die van de Slowaakse deelrepubliek), bij de instelling van een constitutioneel hof en bij toekenning van nieuwe bevoegdheden aan de president. Bij elke stap probeert de Slowaakse deelregering (en ook de Tsjechische) zoveel mogelijk bevoegdheden in de wacht te slepen. Dit leidt tot 'Belgisering' van Tsjechoslowakije, met drie regeringen, drie parlementen en van elk ministerie ook drie versies. En juist een administratief waterhoofd zal - in een land waar de economische structuur nog dateert uit het socialisme - de overgang naar het kapitalisme vertragen.

Slecht huwelijk

In feite groeit Tsjechoslowakije uiteen: het wordt een land met twee gemeenschappen die langs elkaar leven, maar toch gedwongen zijn met elkaar door het leven te gaan. Het is misschien een slecht huwelijk, maar scheiding is voor beide partners fataal. Want Slowakije zou verzeild raken in een eindeloze ruzie met Hongarije over de rechten van de 600.000 etnische Hongaren in Slowakije, terwijl het Tsjechische landsdeel een economisch 'Bundesland' zou worden, een vooruitgeschoven post van de Zuidduitse industrie.

Verlies van koopkracht en werkloosheid verscherpen het conflict tussen Tsjechen en Slowaken. Nu zijn het nog de communisten die de schuld krijgen van de economische misere. Dat zal snel, binnen enkele maanden, voorbij zijn waarna andere schuldigen op het toneel komen. Voor Slowaken zit de 'uitzuiger' toch al in Praag en voor de Tsjechen blijft Slowakije een arm gebied met ondankbare ruziemakers. Het economische dal waar Tsjechoslowakije dit jaar doorheen moet stelt de nationale eenheid danig op de proef. Als de schade zich beperkt tot 'Belgisering' wordt Tsjechoslowakije een staat met een groot, verdeeld, en daarmee zwak bestuur. Nemen verbitterde Tsjechen en boze Slowaken echter toch afscheid van elkaar via een referendum dan blijft de schade niet meer tot Tsjechoslowakije beperkt.