Hollands Dagboek

Christine Meyer, 39 jaar, is sinds 1983 verpleegkundig directeur van het Prinsengracht Ziekenhuis te Amsterdam. In dat zelfde ziekenhuis begon zij na haar middelbare school als leerling-verpleegkundige. Eind jaren '70 werkte zij enkele jaren in Botswana als hoofd opleiding van een ziekenhuis. Zij heeft 3 kinderen; Johan Pieter (vandaag) 4 jaar, Marie Charlotte 3 jaar en Christiaan 4 maanden, en woont met echtgenoot in Lunteren.

DINSDAG 25 DECEMBER

Een onrustige nacht, ik moet om 05.00 uur in de ochtend naar het ziekenhuis. Ik ben bang dat ik me verslaap, maar gelukkig wordt Christiaan om 04.30 wakker en gilt om zijn fles. Ik heb nooit moeite om op te staan, hoe vroeg het ook is. Na het getut met de baby word ik verder wakker onder de douche, kleed me aan en sluip het huis uit, iedereen is in diepe rust. Ondertussen is het 05.15. Een kerstvrolijkheid komt in me op en ik spoed me naar het ziekenhuis om mee te zingen met de verpleegkundigen in de traditionele kerstzang. Door de radio klinken allerlei soorten kerstliedjes. Ik tel de auto's. Tegenliggers nog geen tien tot aan Amsterdam en ik haal er vier in.

Binnen drie kwartier ben ik op de Prinsengracht. Natuurlijk zitten er al een paar enthousiastelingen op mijn kamer. We drinken samen thee met kerstbrood. De laatste instructies worden gegeven en om 06.15 starten we in de tuin onder de grote spar. Allemaal met een kaarsje in de hand. Nel geeft de toon aan en vervolgens zetten we allemaal goed in. Niet alleen verpleegkundigen die moeten werken, maar ook medewerkers en doktoren van onze Prinsengracht die het gewoon leuk vinden om mee te zingen. Tussen de muren klinkt het prachtig.

Ons ziekenhuis heeft drie verpleegafdelingen en al bijna 150 jaar wordt er gezongen op eerste kerstdag. Als alles goed gaat zijn wij binnen een aantal jaren het binnenstadziekenhuis van Amsterdam. Ik werk er nu ruim zeven jaar. Op de dag dat ik hier in dienst kwam kreeg ik te horen dat het naar alle waarschijnlijkheid dicht moest. De afgelopen jaren hebben we ons dan ook intensief bezig gehouden met aan te tonen dat in de binnenstad van onze hoofdstad toch echt een ziekenhuis nodig is. Voor de binnenstadbewoners is een basiszorgpakket nodig. Mede door onderzoek kon worden vastgesteld dat 75 bedden voor een pakket van basisspecialismen voldoende zou zijn. Een ziekenhuis waar dan wel uitgebreide poliklinische behandelmogelijkheden moeten zijn; en natuurlijk een goed geoutilleerde dagbehandeling. Het wordt een ziekenhuis met een lage drempel voor de bewoners en ook goed toegankelijk voor de eerstelijn (kruisvereniging en huisartsen). Ik denk dat ons ziekenhuis een voorbeeldfunctie kan hebben voor de gezondheidszorg in ons land. Het is door zijn kleinschaligheid heel flexibel; veranderingen zijn relatief makkelijker door te voeren dan in grote ziekenhuizen.

De kracht van dit ziekenhuis is bovendien dat er in die 150 jaar een grote saamhorigheid is gegroeid. Met een personeelsbestand van zo'n 250 blijft alles ook zeer persoonlijk en is iedereen sterk bij 'de zorg' betrokken. Dat blijkt ook uit het feit dat er oud-leerling-verpleegkundigen zijn die iedere 3 jaar een reuze reunie organiseren. De laatste keer waren er weer ruim 300.

En het straalt ook altijd uit op zo'n kerstochtend. Naarmate het duidelijk wordt dat we blijven voortbestaan komt die goede sfeer weer terug. Want ik wil niet ontkennen dat we moeilijke jaren achter ons hebben.

Na het zingen is het kerstonbijt, dit keer verzorgd door Ron en Annemarie, speciaal hiervoor gekomen. Pastor Van der Lee opent de kerstochtend. Niet dat we een katholiek ziekenhuis zijn, maar hij doet het graag en goed. Na het ontbijt verdwijnen de (leerling-)verpleegkundigen om de nachtdienst af te lossen. Suus en ik blijven nog even met de 'nachtdienst' zitten. Het is haar 30ste kerstmis hier. Zij komt er altijd voor terug. Niet omdat ze zich als hoofdverpleegkundige verplicht voelt, maar omdat ze het fijn vindt, net zoals ik. Wij drinken maar een glaasje wijn mee, want koffie heb ik nu wel genoeg gehad. Dan maak ik nog een rondje langs alle afdelingen. Ik merk hoe druk het is, maar gelukkig is er genoeg personeel. Alleen de kraamafdeling heeft de 2de kerstdag een verpleegkundige te weinig. Saskia en Ietje hebben al een afspraak gemaakt om elkaar te helpen. Jan Lenferink had ook nog 's nachts gebeld. Hij wilde zo graag een taart aanbieden voor een kerstkindje in zijn programma. Wij hebben hem teleur moeten stellen.

Ik bel naar huis, zeg dat ik er aan kom. Mijn stemming is vrolijk en ook melancholiek. Ik besluit nog even het graf van mijn vader Ate te bezoeken en daar een kersttak neer te leggen. Er is niemand op de begraafplaats. Bij het graf bedenk ik dat wij hem nog steeds missen. Ik verlaat de plaats met een brok in mijn keel.

C. heeft het kerstonbijt klaar. Met drie kinderen onder de 4 jaar kom je zo'n ochtend verder tot niets. Ik neem het vlug van hem over. Kinderen aankleden en bezig houden. Ik ga me aan het diner voor de familie wijden. Gelukkig had ik al een paar dagen vooraf gekookt. Alleen de finishing touch en tafel dekken. Christiaan ligt gezellig in de box. C.'s oudste zoon, net afgestudeerd geoloog, komt zich bemoeien met de tafelschikking. Drie van mijn vijf broers komen. Twee nemen hun vriendin mee. We besluiten het jong geluk naast elkaar te zetten. Het mag volgens Amy Groskamp-ten Have. Om 17.30 neem ik snel een douche en doe iets feestelijks aan. Ook de kinderen worden mooi aangekleed. Rond 18.00 druppelt iedereen binnen. Broer Aeldrick schoot twee hazen waar ik peper van maakte. Met de heerlijke wijnen van C. en de goede stemming is het een prachtige avond. Mijn dochter van twee geniet het meest van het zingen rond de vleugel en zingt parmantig solo. Om 01.00 tollen wij ons bed in.

. WOENSDAG

. Om 05.30 uur hoor ik gestommel. Broer Johan moet terug naar Rotterdam. Hij moet nog 50 kg aardappelen in blokjes snijden voor een etentje. Bij die gedachte word ik al misselijk. Christiaan wordt wakker. Snel een fles en weer in bed. Om 02.00 was Johan Pieter er al bij gekropen. Om 03.00 voelde ik Charlotte aan de andere kant. Tegenwoordig worden we altijd met zijn vieren wakker. Iedereen slaapt uit en om 09.00 gaat de telefoon. Mijn moeder staat in Amersfoort. Zij is net aangekomen uit Amerika. Ik kleed snel de kinderen aan en een kwartier later staan we op het station in Lunteren. Met z'n allen ontbeten.

De kinderen slopen vandaag alles. Honderd keer moet ik het speelgoed opruimen, jassen aan en uit en snoeten poetsen. Kortom, ik raak lichtelijk geirriteerd. Gelukkig slapen ze overdag nog altijd een paar uur. Ik achter mijn typemachine. Ik schrijf een briefje aan onze parel voor het programma voor de volgende dag en ruim nog even de keuken op. Het huis is vies. Ik ben blij dat zij komt. Zij zal haar turbo wel aanzetten en dan zijn alle sporen van bezoek verdwenen. Om 23.30 geef ik Christiaan in bed de fles, leg de kleren voor de kinderen klaar en om 00.30 is het hele gezin in diepe rust.

. DONDERDAG

. Om 07.00 uur sluip ik het huis uit. Iedereen heeft vakantie, dus geen angsten voor verkeersdrukte. Het hoofd civiele dienst is vrij en ik maak eerst een rondje door het ziekenhuis. Iedereen is al druk bezig. Er wordt - wegens vakanties - met minder mensen gewerkt. Meestal is dit een rustige periode van het jaar, maar dat blijkt nu niet zo te zijn.

We liggen tegenwoordig door de week bijna altijd vol en met steeds ziekere patienten, waardoor de werkdruk sterk toeneemt. Helaas is er een groot tekort aan verpleegkundigen. Zo zijn ziekenhuizen af en toe genoodzaakt bedden leeg te laten staan. Men werkt over het algemeen graag in het Prinsengracht Ziekenhuis. Het idee van onze staatsecretaris om werkdrukgelden ter beschikking te stellen voor meer personeel lijkt goed. Echter het tekort aan verpleegkundigen wordt hiermee niet opgelost: het vak van verpleegkundige moet in al zijn aspecten aantrekkelijker worden.

Ik heb vandaag een slechte start. Op diverse plaatsen was het rommelig. Gelukkig is men het met mij eens en door even te overleggen verlopen de zaken weer goed. Ondertussen wordt ik gestoord door allerlei telefoontjes. Nog een paar brieven schrijven en C. gebeld. Charlotte wordt deze week 3 jaar en we willen haar een poppenhuis geven. We gaan samen even naar de winkel, maar geen succes: we willen toch iets anders, een echt poppenhuis zoals vroeger.

's Middags komt mijn collega, medisch directeur, Jan Willem langs. Hij ziet er niet uit. Hij is ziek en heeft rare vlekken in zijn gezicht. Ik zeg maar niets. We hadden afgesproken deze dagen de beleidslijnen voor het komende jaar uit te denken, maar ik zie al gauw dat het niets wordt. We spreken voor de volgende dag af. De voorzitter van het bestuur aan de telefoon. Zij is onze eerste vrouwelijke voorzitter. We vragen haar een nieuwjaarspeech te houden en zij stemt daarin toe. Ons bestuur is 'van deze tijd' en vernieuwend, maar houdt ook traditie in ere. Het heeft al eeuwenoude gewoontes. Zo wordt het door 4 heren, 4 artsen en 4 vrouwen gevormd, een samenstelling van regenten uit vroeger tijden.

Ik moet nog een paar dingen regelen en ik lees de rest van de stapel. Als ik om 17.15 naar huis race zitten de kinderen op me te wachten. Ze hebben al gegeten en ik lees ze nog een verhaal voor. Ik ga bij mijn moeder op bezoek en vertel haar dat buren M. een bezwaar hebben ingediend omdat het zomerhuisje soms door haar wordt bewoond. Al is zij dit jaar nauwelijks geweest, toch mag het officieel niet. Zij is teleurgesteld. Is dit nu naastenliefde?

C. komt thuis en brengt de kinderen naar bed. Ik ga vlug naar Ede, waar C.'s 90-jarige grootmoeder in het ziekenhuis ligt. Het is al na het bezoekuur, maar ik hoorde dat het die dag niet goed met haar ging. Ik vraag aan een zuster of ik even mag kijken, omdat ik me wat ongerust voel. Ze zegt dat ze de patiente niet kent, maar dat ik best even mag gaan, alhoewel iedereen al voor de nacht klaar is gemaakt. Ik ga rustig naast haar staan en zie dat ze haar ogen wijd open heeft, maar mij niet herkent. Ik vertel haar hoe de kerst is geweest, maar geen reactie. Op dat moment komt er een zuster binnen en zegt bits dat iedereen aan rust toe is. Ik vertel dat ik dat begrijp, maar dat patiente al de hele dag rust en dat ze nu even wakker is en ik zo weg ben. Er ontstaat een vervelende discussie. Boosheid komt in me op. Zeker na de opmerking 'komt u morgenochtend maar terug'. Teleurgesteld in mijn professie loop ik het ziekenhuis uit. Zitten we nog steeds in die hierarchie: dokter, zuster, patient, bezoek, steeds afnemend in mondigheid? En is het nog steeds zo belangrijk dat de patient er netjes bij ligt om 21.00 en moet slapen, terwijl ze de hele dag heeft geslapen? Ik kom geirriteerd thuis en zeg C. dat het misschien niet juist is geweest haar te laten opnemen. Dit is een harde dood. Subcomateus liggen in een vreemde omgeving zonder je naasten steeds om je heen. We besluiten de volgende dag de dokter te bellen om verdere plannen te maken.

. VRIJDAG

. In het ziekenhuis wacht Narda op me. Ze komt uit de nachtdienst en is tevens Aids-verpleegkundige. Nu we extra geld voor deze patienten krijgen is het mogelijk om haar officieel aan te stellen als Aids-consulente. Ze is opgetogen en zegt dat ze met meer tijd haar functie beter kan uitoefenen. Sinds het fenomeen Aids zich heeft geopenbaard behandelen en verzorgen wij deze patienten. We hebben er echter nooit budgetaanpassing voor gekregen, terwijl deze categorie door intensieve zorg een groot deel van je budget opslokt. Wij hebben deze patienten nooit geweigerd, maar de laatste jaren werd het steeds moeilijker om financieel uit te komen. Met de extra fondsen hoeven we het aantal patienten niet te verminderen.

Ik loop een rondje en merk dat een invalkracht niet goed geinstrueerd is. Ik neem me voor het nieuwe jaar meer schriftelijke instructies op te stellen. Annemieke, een teamleider, heeft het druk op haar afdeling. De vorige dag zat ze ook al slecht in haar 'bemanning', doordat er in verhouding teveel leerlingen waren. In ondersteunende diensten is de laatste jaren teveel bezuinigd. Dat breekt ons nu op.

Jan Willem belt. Hij is nog ziek en we bespreken de bezetting, produktie en een paar personeelskwesties nog even over de telefoon. Ik merk dat iedereen moe is. Dan loop ik naar de operatiekamers. Het schoonmaakbedrijf zou een grote beurt uitvoeren. In de jaren dat ik hier zit is het me niet gelukt om een bedrijf te vinden dat aan onze eisen voldoet. Misschien worden er wel verkeerde afspraken gemaakt. Er zijn weer veel klachten. Dan toch maar alles in eigen beheer doen?

C. belt. Hij is met de kinderen op stap en om 19.00 thuis. We spreken af 's avonds in Bosch en Duin te gaan eten. Als ik thuis kom is er rust. Alleen Christiaan ligt in de box te kraaien. Ik heb nog een uur voordat iedereen terug is. Ik ben moe en besluit om lekker in bad te gaan. Als ik in de spiegel kijk schrik ik. Een masker zal me goed doen en haren wassen doet ook wonderen. Ik trek mijn nieuwe lingerie aan en natuurlijk de rest. Om 20.00 rijden we weg. De kinderen zwaaien ons vrolijk uit en zien er schattig uit. Zij zullen een belangrijk onderdeel van onze conversatie zijn. Om 01.00 rol ik mijn bed in. C. brengt Christiaan na de laatste voeding naar zijn wieg.

. ZATERDAG

. Voor het einde van dit jaar wil ik nog die stapel paperassen doorgewerkt hebben. Heerlijk rustig zo'n zaterdag. Je kunt dan ongestoord alles afmaken. Notulen gelezen, memo's opgesteld en heel langzaam komt er weer rust in mijn gedachten. Om 16.00 uur ben ik weer thuis. C. heeft een veel te mooi poppenhuis voor Charlotte gekocht. Ik eet nog wat oliebollen en er komt familie langs. Ik ben gepreoccupeerd. Het ziekenhuis moet nog beter kunnen lopen. Na het versieren van de kamer van onze Lot gaan we toch nog gezellig slapen.

. ZONDAG

. Hoera, onze Lot is vandaag 3 jaar oud. We houden cadeau-uitreiking en ze is vol bewondering voor haar poppenhuis. Oma Meyer en Oma Jos komen koffie drinken en hebben natuurlijk het nodige bij zich. We vertrekken snel naar Amsterdam voor het Wereldkerstcircus in Carre. Alle vier genieten we. Het is zo enig en de moeite waard. We komen voldaan thuis. De kinderen zijn door het dolle heen en breken het huis af.

Regelmatig wordt er aan mij gevraagd hoe we het allemaal organiseren. Langzamerhand ben ik er achter dat ik de juiste combinatie heb gevonden. Allereerst moet je gezonde kinderen hebben. Ten tweede een hele goede vervanging in je huis. Iemand die lol heeft in kinderen en huishouden. En ten derde moet je man het ook nog leuk vinden. Natuurlijk is het me ook wel eens teveel, maar zou dat ook niet zo zijn als ik de hele dag thuis was? Vandaag heb ik twee kinderen van drie jaar en voor mij is het moederschap een 'drug'. Gelukkig nader ik de 40 en zal het wel bij dit 'span' blijven. Maar als ik 10 jaar jonger was geweest dan had ik er wel tien. Ik kijk 's avonds nog even het lijstje na van alle cadeaus die we ontvangen hebben bij de geboorte van Christiaan en tot mijn grote schrik zie ik dat ik nog een aantal mensen moet bedanken. Ik maak een lijst van mensen die ik de komende dagen ga opbellen.

Maandag

De laatste dag van het jaar. Onze parel is er om 08.00 uur. Nadat ik met haar de hele dag heb doorgenomen rij ik weg. De kinderen laat ik in alle rust bij haar achter. Er komt met haar weer evenwicht en discipline in ons huis. Veel vrije dagen thuis is heerlijk, maar het is nog verrukkelijker om afstand te kunnen nemen.

Op weg naar het ziekenhuis bedenk ik al wat ik daar moet doen. Ik maak eerst eens een rondje en zie op diverse 'verboden' plaatsen uniformen slingeren. Ze zijn oud en versleten. In het nieuwe jaar moeten er nieuwe komen. Joyce, mijn secretaresse, doet vanochtend een invaldienst op de opname. In een klein ziekenhuis als het onze moeten velen multi-inzetbaar zijn, want je kunt niet overal vervanging voor hebben. Dat is het aardige van zo'n instelling.

Bij de post zit het ontwerpplan van ziekenhuizen voor de regio Amsterdam. We staan nu eindelijk officieel genoemd als binnenstadziekenhuis in de jaren '90. Na bijna 8 jaar van strijd is het zover. Nu moet de staatssecretaris nog ja zeggen, maar daar verwachten we geen problemen. Door de huidige verbouwingen zie je dat onze medewerkers er in beginnen te geloven. We hebben eerst het restaurant verbouwd voor patienten en personeel en een begin gemaakt met de eerstelijnsvoorzieningen door de polikliniek uit te breiden. Het is ons gelukt om de sfeer die zo belangrijk is voor ons ziekenhuis te behouden. Terecht baren ongebreidelde verbouwingen Adriaan van Dis zorgen. Met plezier keek ik naar zijn interview met architect Roling. Ik hoop dat zij eens langs komen. Onze gebouwen aan de gracht blijven echt in stijl. Ik erger me aan de goedkope inlegplafonds met als reden dat je er dan zo lekker bij kunt.

Jan Willem is beter en we bespreken de brief van WVC over de volgende verbouwing. De brandveiligheid staat voorp. Een hele operatie, want er moeten diverse vluchtwegen bij komen. Onze vergaderingen zijn informeel maar effectief. Nooit te lang. We hebben ieder ons aandachtsgebied, maar weten tegelijkertijd van elkaar waar we mee bezig zijn. Drie jaar geleden toen we samen verder moesten, hebben we ook afgesproken naar buiten altijd een front te zijn en een team te vormen. In een kleine organisatie is men gauw geneigd om bij een 'nee', bij de een, een 'ja' van de ander te regelen.

Na de vergadering kijk ik in de keuken of alles klaar staat voor de wachten, en ik teken nog een paar brieven. Thuis zit het gezin achter de oliebollen. De prachtige schotel voor 24.00 uur delen we nu om 20.00 met de kinderen. Om 22.00 is het rustig en zitten we samen het oude jaar uit. Om 23.55 komt C. in smoking binnen met een lekker glas wijn. Zeker een steek omdat ik nog in mijn kloffie rondloop. Het wordt een heel goed begin van 1991, ver weg van al het lawaai in ons huis zo midden in het bos.

Dinsdag 1 januari

's Ochtends met de kinderen in bad en gezellig ontbeten. Er wordt een familiewandeling gemaakt. De neven Ate en Uco komen 's middags en de kinderen zijn al opgewonden. Tot een goed boek kom ik al jaren niet meer. Ik beperk me tot tijdschriften, maar lees dan wel alles. Om 19.00 uur vertrekken we naar het Concertgebouw in Amsterdam voor het nieuwjaarsconcert van Burgemeester en Wethouders. Er wordt prachtig gezongen door het theaterkoor en Prokofiev is 'verschrikkelijk' mooi. De burgemeester heeft een luchtige, maar doordringende speech. Ook onze premier wordt nog even op het hart gedrukt niet in de grote steden op de sociale vernieuwing te bezuinigen. De stad moet leefbaar blijven, een 'thuis' voor ons allen. Ook voor hen die van ver komen. En in zo'n leefbare stad past ook onze Prinsengracht, voor allen. Ik voel me aangesproken. Na nog een gezellig drankje temidden van de bestuurlijke 'jet set' rijden we rustig naar huis. Om 23.30 lossen we onze mooie oppas Katie af, en liggen we net voor 2 januari in bed.

    • Christine Meyer