Het gebeente van de Grote Admiraal

Het televisieprogramma over het gezeul met Columbus' botten wordt uitgezonden in De Wereld van Boudewijn Buch: Columbus achterna, aflevering 6, 5 januari, Nederland 1, 23.04 uur.

De prelaat die de baas is van de kathedraal te Sevilla, Spanje, schudt mistroostig het hoofd. “Nee”, zegt hij, “het zal niet gaan, u kunt hier echt niet binnen filmen.” Mijn producer Edwin Prins laat brieven zien, biljetten met stempels en citeert telefoongesprekken met allerlei toeristische organisaties en regeringsinstanties. De prelaat haalt gemaakt-wanhopig de schouders op. Mijn producer kijkt naar mij en trekt de prelaat achter een deur. Een paar minuten later komt hij terug en zegt: “Jongens, jullie kunnen gaan draaien.”

“Waarom hebben we opeens wel toestemming? ”, vraag ik. “Vijfhonderd dollar”, antwoordt mijn producer en op dat moment komt de prelaat achter de deur vandaan. Ik zie nog net hoe hij de vijfhonderd dollar in zijn pij probeert weg te frommelen.

“Zit hij daar nou in? ”, vraagt produktie-assistente Pauline Drost. Ze wijst naar een immens, somber grafmonument, waarin in het midden een bronzen, bewerkte kist zweeft. In het naast de kathedraal gesitueerde Archivo de Indias en in de (tijdelijk) in de kathedraal gevestigde Biblioteca Columbina twijfelt niemand: Columbus is weliswaar even weggeweest uit Sevilla, maar zijn knekels liggen nu veilig en wel te Sevilla achter slot en grendel. Wie de sleutels van Columbus' kist heeft kan niemand mij vertellen.

Aan de andere kant van de oceaan - in Santo Domingo, hoofdstad van de Dominicaanse Republiek - sta ik mij op 22 maart 1990 een beetje te vervelen in de buurt van de oude kathedraal, totdat er plotseling een gehuil van sirenes uitbarst. De stokoude en blinde president van de Dominicaanse Republiek, Joaquin Balaguer, komt aanrijden in een limousine, begeleid door een ganse legermacht. In dakgoten nemen met machinegeweren bewapende soldaten strategisch positie in; op mij en de cameraman wordt vanaf een jeep een mitrailleur gericht. Door behulpzame soldaten wordt Balaguer de kathedraal ingedragen en daar begint onder leiding van een rijkdom aan bisschoppen, priester, militairen en bouwvakkers een vreemde ceremonie. Columbus' overblijfselen worden uit zijn praalgraf gehaald - zijn botten blijken te zitten in een klein, vierkant loden kistje - en vervolgens bewierookt om elders in de kathedraal een voorlopige rustplaats te vinden, want Balaguer heeft grootse plannen met Columbus' knekels.

Twee Columbussen ( “Columbi” zeg ik vaak)? Jawel: op zijn minst twee, maar er is ooit een tijd geweest dat vier volledige geraamten van Columbus werden vereerd. Om het maar even samen te vatten: Columbus stierf op 20 mei 1506 te Valladolid, Spanje. Dat is zeker. Hij werd begraven in de crypte van een kloosterkerk. De kerk en de crypte bestaan niet meer, op de plaats is nu (volgens Gianni Granzotto in zijn Cristoforo Colombo, 1984) een cafe. De nogal speculatieve biograaf Granzotto beweert dat Columbus nog steeds op zijn oude plaats ligt: tegenwoordig onder de vloer in Cafe del Norte, ongeveer daar waar het biljart staat.

De meeste biografen zijn echter van mening dat Columbus' zoon zijn vaders gebeente op 11 april 1509 (ik ken nog vijf andere data) liet overbrengen naar het klooster van Santa Maria de las Cuevas. Ik ben er wezen kijken, maar Columbus ligt er niet meer. Het klooster wordt gerestaureerd en zal tijdens de 'Columbus-expo' te Sevilla (1992) dienen als koninklijk paleisje en ontvangstruimte voor de beter gesitueerden. Dat Columbus ergens tussen 1537 en 1559 werd overgebracht naar Santo Domingo is ook zeker. Columbus' nabestaanden meenden dat de wereldreiziger het einde der dagen het best zou kunnen afwachten op zijn lievelingseiland Hispaniola, het eiland dat hij zelf ontdekt had.

In de zeventiende eeuw werd Columbus' graf (waar hij intussen gezelschap had gekregen van zijn zoon en kleinzoon) tijdens een aardbeving door elkaar gehusseld. In 1795 kwamen de Fransen het hele eiland Hispaniola bezetten. Columbus' gebeente in Franse handen overlaten - dat ging de Spaanse kolonisator te ver. De Spanjaarden maakten het graf open, vonden een kistje botten en brachten het over naar de kathedraal van Havana, op Cuba, dat toen nog Spaans was. Columbus kreeg een fraaie plaats hij het hoofdaltaar en een plaquette met inscriptie. In 1889 gooiden de Noordamerikanen weer roet in het eten: Cuba werd met behulp van de Verenigde Staten onafhankelijk en in december 1898 haalde de Spaanse oorlogskruiser Conde Venadito het kistje maar weer op. Waar nu heen met de botten? De keuze was logisch: terug naar Sevilla. Op 19 januari 1899 werd met veel pracht en praal het kistje in de kathedraal van Sevilla neergepoot. Carlos Ros geeft in zijn Los fantasmas de la Catedral de Sevilla (1989) een prachtige beschrijving. Weliswaar dateert hij '20 januari 1899', maar wat doet 't er toe! De sloep Giralda voer de Guadalquivir op, het was feest in Sevilla, de botten gingen tijdelijk in het graf van een aartsbisschop, maar in 1902 was ten slotte de door Arturo Melida ontworpen tombe klaar. Columbus eindelijk uit en thuis?

Geen denken aan. In 1877 was men nog 'ns aan het graven in de kathedraal van Santo Domingo en men vond daar een vergeten kistje. Op dat kistje las men de tekens 'A. Pex. Ate.', hetgeen vertaald zou moeten betekenen “De ontdekker van Amerika”. In het kistje kwam men de ingekraste naam “Don Cristoval Colon” tegen en tevens een kogel. Zou dit nu juist niet de kogel uit het lichaam van de Grote Admiraal zijn, waarover hij in zijn jonge jaren zo vaak klaagde?”Natuurlijk!”, riepen de burgers van de Dominicaanse republiek in koor. “Onzin!”, schreeuwden de trotse bewoners van Sevilla.

Sedert 1877 zijn er twee Columbussen. (De Valladolidse beenderenverzameling die Granzotto noemt is nooit getraceerd en de mensen die beweren dat Columbus nooit uit Havana is weggehaald, worden nauwelijks serieus genomen.) Het kon na 1877 natuurlijk niet uitblijven: Emiliano Tejera publiceerde zijn Los dos restos de C. Colon (1879; hij pleit voor de Santo-Domingo-Columbus), Ant. Ballesteros Beretta kwam met Los restos de Colon (1947; hij bepleit de Spaanse beenderen), van Frederick Benton verscheen in 1953 postuum La ultima sepultura de Cristobal Colon (pro-Santo Domingo) en daarmee was de kous natuurlijk nog lang niet af. In de zeer recente Actas del primer Encuentro Internacional Columbino (1990) buigen vijf auteurs zich meer dan vijftig bladzijden lang over Columbus' overschot.

In 1959 mocht de Amerikaanse chirurg en orthopeed Charles Goff de botjes in Santo Domingo bekijken. Hij kwam tot de conclusie dat tijdens het haastige transport in 1795 de botjes van Columbus en zijn zoon door elkaar waren geraakt. Hij kon, met de beste wil van de wereld, geen complete Columbus in elkaar knutselen en moest dus iets vreselijks zeggen: zowel in Sevilla als Santo Domingo hebben ze een beetje Columbus. Dat kwam de in 1961 vermoorde dictator van de Dominicaanse republiek, Rafael Leonidas Trujillo y Molina, niet goed uit want men was net begonnen aan een nieuw grafmonument voor Columbus - een complete, wel te verstaan. Goffs bevindingen werden dus (een slecht bewaard) staatsgeheim.

President Balaguer, indertijd een trouw minister onder Trujillo, heeft het voor elkaar gekregen: Columbus' nieuwe graf is anno 1990 bijna klaar. Het heet El Faro en is gelegen buiten Santo Domingo. Lengte bijna een kilometer, hoogte vijftig meter. Pompeus, waanzinnig. Een Columbus-kenner in Santo Domingo vertelt mij: “Balaguer heeft opnieuw onderzoek laten doen naar de botten, maar we hebben de uitslag nooit vernomen. Die horen we natuurlijk ook nooit, want stel nu eens dat de botten niet van Columbus blijken te zijn? Dan zitten we met dat gebouw dat miljarden heeft gekost.”

Op 23 maart 1990 schreeuwen de kranten in Santo Domingo het uit. Listin diario: “Presidente asiste ritual traslado restos Colon.” Hoy: “Los restos del Gran Almirante!” En El siglo: “Bij het verlaten van de kathedraal nam Balaguer applaus in ontvangst van het publiek.”

Dat publiek moet ik zijn geweest, want verder klapte er nauwelijks iemand hoorbaar. Ik applaudisseer graag voor een uitermate zonderling gesol met botten dat nu al bijna vijf eeuwen duurt. Het zal niet lang meer duren of Columbus' resten (? ) zullen plechtig worden bijgezet in El Faro, maar daarmee is het Columbus-raadsel nog niet opgelost. Integendeel: in het jaar 2492 verschijnen er weer duizend boeken over Columbus en zal nog steeds niemand weten waar de echte zeevaarder integraal begraven ligt.

    • Boudewijn Buch