Europese OR schrikbeeld voor multinationals

De deur van de vergaderzaal valt dicht. Binnen is het warm, rokerig en vol. In de zaal zitten ruim honderd werknemers van Shell op klapstoeltjes. Zij vormen de ondernemingsraad en vertegenwoordigen het personeel van het olieconcern in de EG-landen. De directie is speciaal uit Londen overgevlogen om een mededeling te doen. De koptelefoons gaan op want niet iedereen verstaat Engels. De president pakt de microfoon: “Wij zijn van plan in onze Franse vestigingen verder te automatiseren.” Geroezemoes. Tientallen vingers gaan de lucht in. Mensen staan op en beginnen door elkaar heen vragen te stellen.

Dit schrikbeeld voor ondernemers wordt binnenkort werkelijkheid als het aan de Europese Commissie in Brussel ligt, het dagelijks bestuur van de EG. De Commissie heeft een controversieel voorstel ontwikkeld dat werkgevers van internationale ondernemingen verplicht het personeel over alle belangrijke besluiten in te lichten. Bedrijven met meer dan duizend werknemers moeten een ondernemingsraad (OR) instellen die de werknemers uit alle Europese vestigingen van het moederconcern vertegenwoordigt, een Euro-OR. Nederlandse werknemers van Philips krijgen dan ook te horen hoe het er bij de vestiging in Italie voorstaat.

Ook het Nederlandse kabinet maakte gisteren bekend dat er Europese regels moeten komen om werknemers in multinationale ondernemingen inspraak te geven. Nederland en Duitsland hebben in de Europese Gemeenschap de meest vergaande wetgeving op het terrein van medezeggenschap en het kabinet wil dat zo houden.

Inspraak is een van de vele voorstellen die de Europese Commissie op haar wensenlijstje heeft staan om het Europa zonder grenzen, dat na 1992 ontstaat, een sociaal gezicht te geven. “Het gaat erom de komende jaren in de EG minimumcondities voor lonen, sociale zekerheid, veiligheid en hygiene vast te leggen”, zei Vasso Papandreou bij haar aantreden als Europees commissaris voor sociale zaken in 1989. Tot nog toe zijn slechts weinig voornemens ook uitgevoerd. Veel te weinig naar de mening van de Nederlandse vakbeweging.

“Economisch wordt Europa een paradijs, maar op sociaal terrein dreigen we in een gat te vallen”, meent A. Westerlaken, bestuurder van het Christelijk Nationaal Vakverbond (CNV), dat met zijn bijna 300.000 leden een derde van de omvang van de FNV heeft. “Europa mag geen sociaal kerkhof worden waar alles ondergeschikt wordt gemaakt aan economische motieven.”

. Pag. 15: Sociaal Europa

. Sociaal beleid was nooit een stokpaardje van Brussel

. De vakbeweging staat in haar vrees niet alleen. Op een symposium vorige maand in Amsterdam zei de voorzitter van de Partij van de Arbeid, Marjanne Sint, dat Europa geen “sociale woestijn” mag worden.

Met grote haast wordt gewerkt aan de economische en financiele eenwording van de Europese Gemeenschap, terwijl maatregelen op sociaal gebied worden verwaarloosd. PvdA-voorzitter Sint is bang voor “sociale dumping”, voor aanpassing van sociale zekerheidssystemen en arbeidsvoorwaarden aan de slechtste binnen de Gemeenschap.

Als de EG volgens Sint geen sociale maatregelen treft, kan de desinteresse bij mensen voor Europa omslaan in “machteloosheid, radicalisering en sociale en politieke destabilisatie”.

Sociaal beleid is nooit een stokpaardje geweest van Brussel. In het EG-verdrag is sociale politiek stiefmoederlijk behandeld. Zo besluit de EG-ministerraad over alle plannen die gericht zijn op eenwording van de interne markt met meerderheid van stemmen. Voor de meeste sociale besluiten is unanimiteit vereist. Het scherpste wapen dat de Europese Commissie kan inzetten is een richtlijn. Maar de meeste sociale richtlijnen stokken bij de raad van ministers die instemming moet verlenen.

De meest ingrijpende sociale richtlijn dateert van 1976 en gaat over gelijke beloning van mannen en vrouwen. “De EG-landen zijn van de gevolgen zo geschrokken dat er daarna op het gebied van arbeidsverhoudingen nauwelijks meer richtlijnen zijn aangenomen”, zegt Lammy Betten, juriste bij het Europa Instituut in Utrecht. Alleen op het gebied van arbeidsveiligheid en gezondheid is vooruitgang geboekt en zijn verschillende maatregelen genomen: over het gebruik van asbest, giftige stoffen en zware werkzaamheden.

“Van de ruim driehonderd voorstellen in het 'Witboek voor de interne markt' uit l985 is bijna zestig procent afgehandeld. Het merendeel betreft maatregelen voor het opheffen van handelsbelemmeringen, standaardisering van produkten etc. Maar op het gebied van arbeidsverhoudingen en de arbeidsmarkt gebeurt er nauwelijks iets”, zegt Johan van Rens, beleidsmedewerker van de Federatie Nederlandse Vakbeweging (FNV).

Aan mooie woorden geen gebrek. Precies een jaar geleden zetten de regeringsleiders in Europa hun handtekening onder het Sociaal Handvest. Jacques Delors, voorzitter van de Europese Commissie, had er een hoogstandje van gemaakt. De Fransen zaten de EG voor en wilden een 'sociaal' gebaar maken. Even hielden werkgevers in de EG-landen de adem in. Het zou toch geen verdrag worden. Welnee, vertrouwde Delors ongeruste ondernemers in de wandelgangen toe, het is niet meer dan een politieke verklaring.

In het handvest zijn de “sociale grondrechten” van werknemers in de Europese Gemeenschap vastgelegd. Ieder heeft recht op werk, op rechtvaardige beloning voor arbeid, op sociale bescherming, op inspraak in bedrijven, mannen en vrouwen moeten gelijk worden behandeld en gehandicapten moeten extra voorzieningen krijgen zodat ze kunnen deelnemen aan het arbeidsproces.

Het klinkt als een klok. Toch is het handvest niet meer dan een politieke verklaring zonder juridische binding. Engeland heeft het document als enige niet ondertekend. Niet voor niets voegde Delors bij de introductie van het Sociaal Handvest een zinnetje toe. “Zonder de actieve medewerking van de sociale partners (werkgevers, werknemers en overheid, red.) zal de verklaring echter niet in de sociale werkelijkheid kunnen worden omgezet”. En niet alle sociale partners werken mee.

“Werkgevers hoor je niet over de sociale dimensie van Europa praten”, zegt Z. Tyszkiewics, de Poolse voorzitter van Unice, waarin Europese werkgeversorganisaties zich hebben georganiseerd. Ondernemers zien niets in Europees sociaal beleid. “Wat was het probleem? ”, roept Tyszkiewics licht verontwaardigd uit. “Europa was altijd gehandicapt door een gefragmenteerde markt. In 1985 was twaalf procent van de Europeanen werkloos. Europa was ziek. Toen kwamen de artsen langs. Lord Cockfield, EG-commissaris voor de interne markt, en Jacques Delors gaven ons een medicijn: de interne markt. Nu zeggen de vakbonden, we hebben een ander medicijn: de sociale dimensie. Maar Europa was economisch ziek, niet sociaal.”

De hoge werkloosheid in de EG en de verzwakte positie van de Europese landen op de wereldmarkt, vooral het teruglopende aandeel van hoog-technologische produkten, vormden de belangrijkste drijfveren achter het witboek voor de interne markt. Europa moest zijn concurrentiepositie ten opzichte van Japan en de Verenigde Staten drastisch versterken. Het afschaffen van de economische grenzen na 1992 zou op den duur tot 1, 3 tot 2, 3 miljoen nieuwe arbeidsplaatsen leiden.

Werkgevers hechten eraan dat in het kielzog van de interne markt de positie van werknemers op de arbeidsmarkt wordt versterkt. “Verbetering van de sociale infrastructuur is noodzakelijk”, zegt A. Huntjens, secretaris van het Verbond van Nederlandse Ondernemingen (VNO). Arbeidsbureaus moeten beter functioneren zodat vraag en aanbod op elkaar zijn afgestemd. En er moet meer aan scholing worden gedaan. “Maar de voltooiing van de interne markt moet er niet toe leiden dat werknemers behangen worden met allerlei rechten”, meent Huntjens.

De Europese Commissie moet zich daarom in ieder geval niet met arbeidsvoorwaarden bemoeien. “Dat is een zaak van werkgevers en werknemers”, zegt de VNO-secretaris. Hij doelt op het actieprogramma dat de Commissie op basis van het Handvest heeft opgesteld en dat 47 sociale maatregelen bevat, ondermeer voor werkende vrouwen en gehandicapten. Vooral de wetgevende maatregelen op het gebied van arbeidsverhoudingen en arbeidsvoorwaarden stuiten bij de werkgevers op veel bezwaren. Van de tien richtlijnen heeft nog geen enkele de raad van ministers gehaald.

Zo is er een ontwerp-richtlijn van de Commissie om part-time werknemers dezelfde rechten te geven als full-timers zoals vakantiedagen, bijscholing en sociale zekerheid. “Waarvoor is dit nodig”, vraagt de VNO-secretaris zich af. “Dat wordt toch veel te duur.” Engeland heeft becijferd dat deze richtlijn het land bijna 3, 5 miljard gulden per jaar extra zal kosten. “Je moet niet beginnen met geld uit te geven”, zegt Huntjens. Het witboek voor de interne markt is juist bedoeld om de economie te verbeteren. Dat levert op lange termijn werk op en verbetering van welvaart.”

Ook is een aantal richtlijnen in de maak over werktijden en de verplichting voor werkgevers om elke arbeidsverhouding schriftelijk vast te leggen. “Onzinnige maatregelen”, zegt Huntjens. “Deze voorstellen gaan veel verder dan de huidige praktijk in Nederland. Het Europees Parlement wil zelfs dat er in de hele EG een minimumloon wordt ingesteld. Wat hebben al deze maatregelen met eenwording van de Europese markt te maken”, vraagt de VNO-er zich af.

Het Europees Parlement pleit ook voor sociale wetgeving in de armere gebieden om te voorkomen dat bedrijven na 1992 naar regio's uitwijken met de minste regels en de laagste loonkosten. Volgens Huntjens zal het zo'n vaart niet lopen. “Alsof je in Nederland zo een fabriek sluit en in Portugal gaat zitten om de sociale wetgeving te ontwijken”, zegt de VNO-secretaris. “Sociale kosten zijn niet onbelangrijk. Maar het gaat om de hele structuur van de arbeidsmarkt. Die is niet overal in de EG even sterk.”

Het optrekken van sociale voorzieningen kan in armere streken van Griekenland tot Andalusie een averechts effect hebben en juist tot verhoging van de werkloosheid leiden omdat daardoor de loonkosten stijgen. Alleen als deze gebieden in staat zijn over langere perioden een hogere arbeidsproduktiviteit te behalen dan landen in het centrum van de EG, staat niets het verhogen van de sociale zekerheid in de weg, meent de Duitse econoom Karl Heinz Paque van de universiteit van Kiel. Zo'n inhaalproces kan volgens Paque alleen maar goed verlopen als de arme landen hun vestigingsvoordelen volledige uitbuiten.

De geringe sociale voorzieningen in sommige EG-landen zullen er eerder toe leiden dat sociale stelsels in het noorden worden afgeroomd. Nederland besteedt net als Belgie en Frankrijk omstreeks dertig procent van het bruto nationaal produkt aan sociale zekerheid. In de zuidelijke landen is dat met gemiddeld zeventien procent aanzienlijk minder.

“Het is een illusie te denken dat elk land zijn eigen systeem zal kunnen handhaven”, zegt J. Weitenberg, directeur van het Nederlands Christelijk Werkgeversverbond (NCW). Economische en fiscale convergentie in Europa zullen op den duur ongetwijfeld leiden tot sociale convergentie. “Het wegvallen van de binnengrenzen brengt andere kostenverhoudingen met zich mee en dat vergt aanpassingen. De Nederlandse norm is niet de Europese norm”, meent Weitenberg.

Voor Nederland ligt hier volgens hem “een grote opgave” omdat het sociale zekerheidsstelsel nogal afwijkt van dat in Duitsland, Belgie, Frankrijk en Engeland. “Vooral de WAO springt eruit vergeleken met andere landen. De Nederlandse WAO dekt alle risico's. Als iemand kampt met een sportblessure of in huis verongelukt zodat hij arbeidsongeschikt raakt, heeft hij zijn hele leven recht op een WAO-uitkering. In andere EG-landen beperkt de arbeidsongeschiktheids-verzekering zich tot ongevallen in het bedrijf.”

Ook leggen andere landen een relatie tussen de duur van het arbeidsverleden en de duur van de uitkering. Wie in Nederland maar een paar uur heeft gewerkt kan zijn leven lang een WAO-uitkering krijgen gebaseerd op het laatste inkomen.

Weitenberg vindt aanpassing van de Nederlandse WAO aan die in andere landen onvermijdelijk. Ook de Centraal Economische Commissie, het ambtelijk adviesorgaan van de regering, bepleitte onlangs aanpassing van de WAO. “We kunnen ons niet veroorloven op de huidige voet verder te gaan. Het is onbetaalbaar en sociaal onaanvaardbaar”, zegt de NCW-directeur. “Nederland kan niet op een eiland blijven functioneren. Landen die kunstmatige belemmeringen het snelst weghalen, zullen ook sneller voordelen plukken.” Hij vindt niet dat de EG zich daarmee moet bemoeien.

“Maar je kunt in de gemeenschap op sociaal gebied niet alles aan de markt overlaten”, vindt T. Etty, bij de FNV belast met Europese zaken. “Sociale wetgeving is in geen enkel land een automatisme geweest.” Tegen die achtergrond pleit een deel van de Sociaal-Economische Raad (SER) in een advies dat afgelopen zomer over de kabinetsnota 'Sociale Dimensie van Europa 1992' is uitgebracht voor Europese minimumnormen voor sociale zekerheid.

Het kabinet liet gisteren weten dat het daarvoor niets voelt en vasthoudt aan de nationale souvereiniteit op gebied van sociale wetgeving. De regering vindt eigenlijk dat alleen de arbeidsveiligheid en medezeggenschap in multinationale bedrijven om Europees beleid vragen. De sociale fondsen van de EG zijn er om geld over te hevelen van de rijke landen naar de arme gebieden. Alles wat met arbeidsverhoudingen te maken heeft hoort volgens het kabinet thuis bij de Europese 'sociale dialoog' die werkgevers en werknemers sinds 1985 voeren.

Deze dialoog heeft tot nog toe bitter weinig opgeleverd. Westerlaken van het CNV vindt daarom dat er een Europese Stichting van de Arbeid moeten komen waarin werkgevers, werknemers en de overheid vertegenwoordigd zijn. “Nu is er niets geregeld. We zijn volkomen afhankelijk van de vrijgevigheid van ondernemers.”

Hij pleit ook voor een Europese basis-CAO. “In Nederland bestaat een bepaald niveau van inspraak en sociale bescherming. Door het wegvallen van de grenzen wordt dat uitgehold omdat er Europees niets geregeld is. Een bedrijf hoeft de hoofdvestiging maar twintig meter over de grens te plaatsen en valt buiten de Nederlandse juridische grenzen, buiten de regels voor ondernemingsraden en buiten het vennootschapsrecht.”

Hij wijst naar Belgie waar rederijen het hoofdkantoor naar Luxemburg verplaatsten vanwege het aantrekkelijke belastingregime. Zodra er een arbeidsconflict ontstaat, vallen werknemers onder het Luxemburgse arbeidsrecht en zijn dan slechter af. “Als je op Europees niveau geen sociale vloer stort, kunnen werkgevers overal makkelijk omheen lopen.”

Alvaro Espina Montero, secretaris-generaal bij het Spaanse ministerie van arbeid en sociale zekerheid, vindt dat de Europese raad van ministers de bevoegdheid van lidstaten moet krijgen voor een sociaal programma dat gelijk oploopt met het drie fasenplan voor een Economisch Monetaire Unie. Er zouden Europese instellingen moeten worden opgericht die zich bezighouden met harmonisatie van de arbeidsmarkt, arbeidsverhoudingen en arbeidsbescherming in de EG-landen. Espina: “Je hoort voortdurend spreken over een Europese markt voor tomaten, voor banken, voor verzekeringen. Maar je hoort vrijwel niemand over uniforme regels voor de arbeidsmarkt.”

    • Michèle de Waard