Een volwassen guerilla; De Koerdische kwestie in Turkije

Ook nadat de staat van beleg in 1987 werd opgeheven, is de Turkse strijd tegen opstandige Koerden in Zuidoost-Turkije onverminderd voortgegeaan. In het gebied heerst de uitzonderingstoestand. Door het brute optreden van de militairen stijgt de populariteit van de extremistische Koerden. Tegelijkertijd is een grootscheepse trek naar de grote steden van West-Turkije op gang gekomen. Daar doemen de contouren van een nieuw probleem op.

'Jullie Westeuropeanen zouden dat nooit kunnen, daar zijn jullie te week voor. Wij wel, Turken zijn echte krijgers.' Mijn buurman in de bus naar Istanbul heeft er net zijn militaire dienst op zitten, in Zuidoost-Turkije. De meeste tijd heeft hij doorgebracht in het bergachtige Siirt, een van de provincies waar de Koerdische guerrilla het meest actief is. Zichtbaar opgelucht dat we het Oosten achter ons laten komt hij een beetje los. Vijftien maanden lang heeft hij in de bergen doorgebracht zonder ook maar een keer naar de stad af te dalen. “ Altijd maar op de kale grond slapen. Steeds op je hoede voor de terroristen. En natuurlijk voor schorpioenen en slangen. Elke dag lange marsen door de bergen, zwaar bepakt. Altijd uitkijken voor die dorpelingen daar, van wie je niemand kon vertrouwen. Mijn maats hebben het allemaal overleefd; zoveel verliezen lijdt het leger niet. We hebben zelf wel een stel terroristen te pakken genomen, aan onze kant vielen er alleen maar gewonden.”

We waren allebei in Diyarbakir op de bus gestapt. Je kon aan Erkan meteen zien dat hij militair was: het bijna kaalgeknipte hoofd, de manier van bewegen, de harde blik in de ogen. Hij was in het gezelschap van twee vrienden, ook net afgezwaaid.

In het leger hadden ze een man van Erkan gemaakt, of nee, een vechtmachine. “ Heb je die film over Rambo in Afghanistan gezien? Zoiets.” Honger en dorst, vrieskou en hitte, terroristen en wilde dieren, niets kon hem deren, zegt hij eerst. Maar al gauw geeft hij toe dat het een ellendige tijd is geweest. Hij had de pest aan het leger, de pest aan Turkije, wilde snel naar Duitsland om nooit meer terug te keren. Erkan had zolang in Duitsland gewoond dat hij zich hier een vreemdeling bleef voelen. Hij haatte zijn arrogante superieuren, vooral zijn korporaal - nu nog spijt dat hij die nooit een kogel in het lijf had gejaagd.

Voor de 'terroristen' en de onbetrouwbare dorpsbevolking kon hij nog minder sympathie opbrengen. Had hij ooit een van die 'terroristen' neergeschoten? Hij antwoordt dat hij eigenlijk verpleger was. Hij verzorgde ook gewonde 'terroristen': “ Als ze wilden praten, ten minste, anders maakten we korte metten met ze. De meesten maakten zichzelf trouwens van kant voordat ze in onze handen vielen.”

. MENSENRECHTEN

. Erkans vergelijking met Rambo had ik eerder gehoord. Het is de smalende bijnaam waarmee de Koerdische stadsjeugd de speciale eenheden van het leger betitelt die de guerrilla bestrijden. Ze hebben de bijnaam te danken aan de weinig zachtzinnige manier waarop ze tegen de burgerbevolking optreden. Een paar voorbeelden hoorde ik van de voorzitter van de Vereniging voor Mensenrechten in Diyarbakir, Haitip Dicle.

Hij liet me een brief zien van de familie van Huseyin Akaslan. Volgens een legercommunique was er in het dorp Kurudere op 5 september een treffen geweest tussen vijf 'terroristen' en legereenheden. Vier hadden er kunnen ontsnappen, de vijfde, deze Akaslan, was neergeschoten. De familie protesteerde, de jongen had niets met de guerrilla te maken, hij was lichamelijk en geestelijk gehandicapt en net de vorige dag uit een psychiatrisch ziekenhuis in Elazig ontslagen. Een medische verklaring van het ziekenhuis kon in dit geval bewijzen dat de familie gelijk had.

In andere gevallen ontbreekt doorgaans zo'n bewijs en valt de verklaring van het leger niet te ontkrachten. Begin augustus waren, vertelde Dicle, bij Yuksekova (dichtbij de Iraanse grens) zeven smokkelaars doodgeschoten en postuum tot 'terrorist' verklaard. Hetzelfde was dit jaar diverse herders overkomen.

Er is weinig dat de Vereniging voor Mensenrechten in zulke gevallen kan doen, vooral sinds de verordeningen van april en mei, die de censuur op berichten uit Zuidoost-Turkije verscherpt hebben. Voor die tijd werden berichten van de Vereniging, die in zes Koerdische provincies afdelingen heeft, door de pers overgenomen. Dat heeft in enkele gevallen tot een officieel onderzoek geleid. Vorig jaar bijvoorbeeld nog toen een majoor bij een razzia in het dorp Yesilyurt bij Cizre de dorpelingen gedwongen had menselijke uitwerpselen te eten. Tegen de majoor in kwestie werd toen een proces aangespannen en hij werd, zij het pas na lange tijd, veroordeeld tot twee maanden gevangenisstraf (die vervolgens werd omgezet in een lichte geldboete).

Dorpswachters

Ik heb maar een paar dagen in dit gebied rondgereisd, en alleen in het betrekkelijk rustige deel rond Mardin en Diyarbakir. De belangrijkste guerrilla-activiteiten vinden verder oostelijk plaats. Wat opviel was de enorme populariteit van de PKK, (Partiya Karkeren Kurdistan) de Koerdische organisatie die de guerrilla voert. Vijf jaar geleden, toen ik hier voor het laatst verbleef, was dat anders. De PKK was pas het jaar ervoor met de eigenlijke guerrilla begonnen, maar had al een lange en gewelddadige geschiedenis, en veel van dat geweld was tegen andere Koerden gericht geweest.

Voor de staatsgreep van 1980 had rond Mardin een strijd gewoed tussen de PKK en een andere Koerdische organisatie, en de herinnering aan die confrontatie smeulde nog na. Ook alle andere organisaties, Turkse zowel als Koerdische, waren felle tegenstanders van de PKK geweest. Haar ideologie - een mengeling van simplistisch marxisme-leninisme en radicaal nationalisme - en de nadruk op gewelddadige strijd voor totale onafhankelijkheid vonden weinig sympathie. Onder de bevolking dankte de PKK haar naam toen nog voornamelijk aan de Turkse pers, die uitvoerig berichtte over de terreuracties tegen Turkse militairen en ook tegen Koerden die als collaborateurs werden beschouwd. Dat betrof met name de 'dorpswachters', door de regering gevormde para-militaire eenheden. Vrouwen en kinderen werden daarbij niet gespaard, en dat was slecht voor de populariteit.

Nu dankt de PKK een deel van haar goodwill juist aan het brute optreden van het leger en de 'dorpswachters'. De PKK liet met vaak spectaculaire acties althans zien dat de Koerden niet definitief verslagen waren. Mensen bewonderen de doodsverachting van de guerrillero's en de trotse, ongebroken houding van de gevangen PKK-leden voor de rechtbank. Meer dan de andere Koerdische organisaties belichaamt de PKK de traditionele tribale waarden van manlijkheid en bloedwraak.

Een boerenjongen vertelde me trots over zijn neef die al negen jaar gevangen zat. Bij welke gelegenheid was hij veroordeeld, bij een van de grote PKK-processen?” Ja, “ was het antwoord eerst, maar later corrigeerde hij zichzelf. De neef was bij een andere organisatie geweest, “ maar dat verschil bestaat niet meer, de PKK vecht voor ons allemaal”.

Een onderwijzer in Diyarbakir, aanhanger van een radicale islamitische beweging die vroeger met de a-religieuze PKK weinig ophad, vertelde dat hij en bijna al zijn vrienden er nu sterk mee sympathiseerden. “ De PKK heeft haar houding veranderd en toont nu respect voor de islam. En wij zien in dat de PKK effectief strijd voert tegen de onderdrukking van de Koerden. De zwakheid van de Koerdische beweging is altijd haar verdeeldheid geweest. We willen ophouden elkaar tegen te werken. En er is nu meer eenheid: kijk maar naar de grote protestacties van maart en april, onze koerdische Intifadah. Iedereen deed daaraan mee, onafhankelijk van zijn politieke voorkeur.”

. ADVOCAAT IN ISTANBUL

. Ismet Ates, advocaat in Istanbul en bestuurslid van de balie, lijkt op het eerste gezicht goed geintegreerd in het Turkse establishment. Een goed gesneden kostuum, keurig gecoiffeerd zilver haar, en een bedachtzame manier van spreken versterken de indruk van soliditeit. Net als veel andere, ooit succesvol geassimileerde Koerden is hij geleidelijk geradicaliseerd. “ In mijn studietijd, in de jaren zestig, zag ik mezelf gewoon als Turk, mijn Koerdische afkomst betekende niets voor me.” Hij sprak geen Koerdisch en hield zich afzijdig van de opkomende Koerdische beweging. Dat veranderde toen hij Koerden verdedigde in politieke processen. Hij ontdekte dat er in de Turkse juridische praktijk geen gelijkheid voor de wet bestaat. Bepaalde grondrechten bestaan niet voor wie er als Koerd aanspraak op wil maken: geen vrijheid van meningsuiting en van vereniging, geen vrijheid de eigen taal te spreken.

'' Ik ben de enige Koerd in het bestuur van de balie en word een beetje geisoleerd. Het is overigens geen slecht bestuur, overwegend progressieven. Ze hebben in het proces tegen de oprichters van de Verenigde Communistische Partij principieel steun geboden. Maar ze zijn bang hun handen aan de Koerdische zaak te branden. Toen de (Turkse) schrijver Ismail Becik(ikci hier terechtstond voor ziboeken over de Koerden weigerden ze acte de presence te geven. Met Koerdische activisten willen ze al helemaal niets te maken hebben.''

. GEWAPENDE MACHT

. Onder de Koerden in West-Europa - vluchtelingen zowel als arbeiders - hebben andere organisaties nog veel invloed en is er nog veel kritiek op de PKK (hoewel ook minder scherp dan vroeger).

In Ankara ontmoette ik een paar oudere Koerdische intellectuelen, die vroeger vooraanstaande leden van een andere Koerdische organisatie waren geweest en uitgesproken tegenstanders van de PKK. Hoe verklaarden zij de toegenomen populariteit van de PKK? Ze lachten: “ Wij hebben vroeger onze partij mede opgericht, maar onze eigen kinderen zijn nu PKK-ers! Als je ziet hoe Turkse politici nu openlijk over het Koerdische vraagstuk praten terwijl niemand een paar jaar geleden ook maar wilde toegeven dat er Koerden bestonden, dan zie je dat de PKK succes heeft gehad waar wij faalden.

'' Langs democratische weg zijn er voor ons in Turkije geen rechten te halen, die moeten we kennelijk met geweld afdwingen. Natuurlijk moeten de wetswijzigingen en de erkenning van onze nationale rechten ook via het parlement en de rechtbank bevechten, maar zonder een gewapende macht in de bergen zullen we daar nooit in slagen. We zijn het niet eens met sommige dingen die de PKK gedaan heeft. We hebben bijvoorbeeld gezegd: we willen jullie steunen maar dan moet je wel ophouden met geweld tegen vrouwen en kinderen. Daar hebben ze gehoor aan gegeven. Organisaties zijn net als mensen, ze gaan door verschillende levensfasen heen; de PKK heeft zijn wilde adolescentie achter de rug en is volwassen geworden.''

En de recente berichten dan over PKK-aanvallen op dorpelingen? Waren er in het dorp (C, )evrimli in april niet bijna dertig mensen vermoord, onder wie veel vrouwen en kinderen? Daar had de PKK niets mee te maken gehad, weten ze. De PKK eiste haar gewelddaden altijd op, maar had nu iedere betrokkenheid nadrukkelijk ontkend. Er zijn aanwijzingen dat dit een provocatie was door de speciale eenheden van het leger of de contra-guerrilla. Het bloedbad viel precies samen met de Europese Conferentie voor Veiligheid en Samenwerking in Kopenhagen, waar de Turken moesten uitleggen waarom de mensenrechten in Koerdistan waren opgeschort. De meeste slachtoffers bleken bovendien geen dorpswachters te zijn maar juist familieleden van mannen die geweigerd hadden dorpswachter te worden en naar West-Turkije waren gevlucht.

Openheid

Er is de laatste jaren in Turkije veel meer openheid over de Koerdische kwestie. Het woord 'Koerd' is niet meer taboe. Politici geven toe dat er zoiets als een 'Koerdisch probleem' bestaat, en parlementsleden kunnen openlijk het afschaffen van de wet eisen die publikaties in het Koerdisch verbiedt. Die grotere openheid betekent echter niet dat er ook in de Koerdische provincies een liberaler bewind heerst. Integendeel, in april en mei van dit jaar nam de ministerraad nieuwe verordeningen aan die de grondrechten verder inperkten. De 'super-gouverneur' kreeg vergaande bevoegdheden om de pers te censureren en hem onwelgevallige personen uit het Koerdische gebied te verbannen.

De 'super-gouverneur' is de hoogste civiele gezagsdrager in Zuidoost-Turkije. Hij bekleedt een nieuw ambt, voor het eerst ingesteld toen in 1987 de staat van beleg werd opgeheven en omgezet in de uitzonderingstoestand. Deze gouverneur staat aan het hoofd van alle acht provincies waar de uitzonderingstoestand geldt (later werden het er door opsplitsing tien), plus nog drie aangrenzende provincies, allemaal grotendeels door Koerden bewoond. Spottend spreekt men dan ook wel van 'de gouverneur van Koerdistan'. De verordeningen geven hem de bevoegdheid alle 'tendentieuze, onjuiste, of opruiende' publikaties over de gebeurtenissen in zijn gebied te verbieden. Echt tanden kreeg die bevoegdheid doordat hij ook de drukpersen waarop zulke publikaties gedrukt worden onherroepelijk kan sluiten. Als de journalisten nu al geen zelfcensuur willen uitoefenen dan doen de drukkers dat wel voor hen. (Onlangs werd deze censuur weer enigszins verlicht.) De gouverneur kan lastige personen uit zijn gebied verbannen (een van de eerste slachtoffers was de voorzitter van de Vereniging voor Mensenrechten in Siirt, Zubeyir Aydar, die drie maanden werd verbannen). En hij kan om veiligheidsredenen hele dorpen laten ontruimen.

. LUGUBERE VONDSTEN

. De Koerdische journalist Gunay Aslan heeft de laatste jaren veel in Zuidoost-Turkije rondgereisd. Zijn reportages verschenen in gerespecteerde media als de kwaliteitskrant Cumhuriyet ('De Republiek') en het bekende politieke weekblad Op naar 2000. Hij was het die vorig jaar het bericht wereldkundig maakte dat op een vuilnisbelt bij de stad Siirt resten van mensenlichamen waren gevonden. De lichamen zouden daar zijn neergegooid door een speciale eenheid die zich met het ondervragen van Koerdische arrestanten bezighield. In zijn boek Slagers in uniform doet Aslan verslag van meer van dergelijke lugubere vondsten. Hij laat ook een aantal ex-soldaten aan het woord over hun ervaringen bij het jagen op Koerdische 'terroristen'. Het is geen opwekkende lectuur. De overheid heeft dan ook, om de lezers te beschermen, het boek verboden. Zoals in dit soort gevallen gebruikelijk is, staat de auteur een proces te wachten wegens het 'verzwakken van de nationale gevoelens' - de Turkse, wel te verstaan.

” Er worden nu op grote schaal dorpen geevacueerd in de bergen ten noorden van de Iraakse grens”, vertelde Aslan. “ De mensen krijgen een ultimatum: ze kunnen zich aansluiten bij de dorpswachters, en dan moeten ze tegen de PKK vechten, of ze moeten hun dorpen verlaten. Hun huizen worden vernield en hun bezittingen verbrand, en ze krijgen geen enkele schadevergoeding. Er zijn nu bij Yuksekova en Van en bij Sirnak grote tentenkampen waar deze mensen in hun geiteharen zomertenten bivakkeren. Werk vinden ze niet, ze moeten leven van liefdadigheid maar de bevolking daar is ook arm. Hoe moeten ze in vredesnaam de winter doorkomen? Het vriest er straks tien tot twintig graden, ik ben bang dat veel van hen door kou om zullen komen!” Dit bericht leidde tot een verbod op de krant waarin het gepubliceerd werd.

Op korte termijn ziet de situatie van de Turkse Koerden er allesbehalve florissant uit. De druk vanuit Europa om meer respect te tonen voor mensenrechten, inclusief die van de Koerden, lijkt afgenomen nu Turkije zich zo ondubbelzinnig pro-westers opstelt in de Golfcrisis. De PKK zal de strijd nooit militair kunnen winnen, maar ze zal ook niet verslagen kunnen worden.

. ONTWRICHTING

. Intussen gaat de ontwrichting van de samenleving, vooral in het uiterste zuidoosten, voort. De meer dan twintigduizend gewapende dorpswachters en minstens zestigduizend militairen in de Koerdische provincies (sommige bronnen spreken van honderdduizend) jagen niet alleen op PKK'ers en hun sympathisanten maar maken ook normaal leven op het platteland vrijwel onmogelijk.

Honderdduizenden Koerden, misschien zelfs miljoenen, zijn de laatste jaren naar West-Turkije getrokken en vormen daar een nieuw subproletariaat. In Istanbul en Ankara hoorde ik op veel plaatsen mensen Koerdisch spreken op straat: grondarbeiders, vuilnisophalers, sjouwers, nachtwakers, mensen die met ongeregeld werk een droge boterham bijeenschrapen. Vanaf de bouwsteigers die ik dagelijks passeerde, klonken Koerdische liedjes. De vanzelfsprekendheid waarmee het Koerdisch gebruikt werd was iets nieuws. Nog maar een paar jaar geleden durfde niemand Koerdisch te spreken; en voor de paar mensen die het wel deden, was dat een bewuste politieke daad.

Nog steeds wordt ieder die op een podium een Koerdisch lied zingt of een vergadering in het Koerdisch toespreekt, opgepakt en berecht, onafhankelijk van de inhoud van lied of redevoering.

. OMGANGSTAAL

. Op het nationale congres van Verenigingen van Mensenrechten in Ankara, twee maanden geleden, hield een Koerdische afgevaardigde zijn rede in het Koerdisch, en liet die door een ander in het Turks vertalen. “ Ik eis het grondrecht mijn moedertaal te mogen spreken”, had hij vooraf in het Turks verklaard. Veel Turkse afgevaardigden verlieten geschokt de zaal. De spreker en zijn tolk werden aangehouden en wachten nu op hun proces. De autoriteiten lijken in verwarring: hoe kun je mensen blijven verbieden Koerdisch te spreken als dat niet meer een taaltje is dat ver weg in de bergen thuishoort maar de omgangstaal van honderdduizenden mensen in de hoofdstad?

Het gaat om zulke grote aantallen Koerdische nieuwkomers dat het onwaarschijnlijk is dat ze zullen assimileren. Istanbul is nu verreweg de grootste Koerdische stad. Hele wijken van Istanbul en Ankara - voornamelijk de armere - zijn grotendeels Koerdisch. En de aantallen blijven snel groeien als de gewapende confrontatie in het zuidoosten voortduurt.

De Koerdische kwestie verplaatst zich daarmee voor een deel naar de grote steden. Bij lokale verkiezingen vorig jaar hebben een aantal deelgemeenten van de grote steden Koerdische burgemeesters gekregen - politici die zich expliciet op het Koerdische electoraat richtten. Zelfs Cankaya, de Ankarase wijk waar het presidentiele paleis staat en waarvan de naam lang synoniem was met de kemalistische politiek, heeft nu een Koerdische burgemeester.

Ankara en Istanbul hebben nu ook Koerdische afgevaardigden in het parlement. Het electoraat dwingt deze afgevaardigden zich bezig te houden met zaken die speciaal voor de Koerden van belang zijn. Koerdische verenigingen zijn uiteraard verboden, maar het ligt voor de hand aan te nemen dat er ondergrondse netwerken zijn. Hoe lang zal het duren voor de PKK haar guerrilla naar de steden verplaatst? FOTO VINCENT MENTZEL