Discussies om het genetisch gemodificeerde kalf

ROTTERDAM, 5 jan. - “Je kunt best geld verdienen op een ethische manier.” De scheikundige drs. O. Postma is 'business manager' van de in Leiden gevestigde Gene Pharming Europe B. V.: een helder kantoor in het Bio-sciencepark.

De dag voor Sinterklaas kreeg de firma nationale bekendheid dank zij de geboorte van het kalfje Adriana, dat Gene Pharming in samenwerking met het Instituut voor veeteeltkundig onderzoek in de bevruchtingsfase met een kunstmatig gen had uitgerust. “Op de ongeveer 100.000 genen waarover een koe beschikt, voegden wij er slechts een toe”, zoals Postma zegt. Overigens bleek later uit een bloedonderzoek dat het beestje het gen niet in het eigen erfelijk materiaal had opgenomen.

Maar het experiment is nog niet afgelopen. In totaal zullen er naar verwachting na Adriana en drie inmiddels geboren kalfjes nog 17 worden geboren, waardoor het totaal op 21 kalfjes komt. Dit aantal is vereist omdat de kans dat het slaagt op 5 procent wordt geschat.

Met het inbrengen van het kunstmatig gen zou een aanzet worden gegeven om de voor de koe pijnlijke en voor de melkveehouder economisch nadelige uierontsteking mastitis te voorkomen. Postma schat de door mastitis veroorzaakte bedrijfsschade in Nederland op 300 tot 600 miljoen gulden, in de hele EG op 4 miljard. Het kunstmatige gen zou de aanmaker in de koe moeten worden van extra lactoferrine, waardoor de ziekte onder de knie zou kunnen worden gehouden.

Adriana werd aanleiding voor een nogal emotionele discussie. De koningin hielp er in haar Kerstboodschap een handje aan mee door zich af te vragen of wat in het ingrijpen in de natuur allemaal mogelijk is geworden daarom ook per se moet plaatsvinden. Daarmee doelde ze ook op genetische manipulatie.

Inzet van de discussie is de toelaatbaarheid van genetische manipulatie bij dieren, een woord dat Postma en met hem andere voorstanders niet gaarne in de mond nemen. Zij spreken liever over genetische modificatie. Dat betekent volgens Van Dale onder meer: “het aanbrengen van een detailverandering dat het principe onaangetast laat.”, terwijl manipuleren inhoudt het “toepassen van kunstgrepen om zaken dwingend in een bepaalde richting te sturen.”

Of er, is de vraag aan Postma, veel geld mee te verdienen valt, want dat zou volgens onder meer de Dierenbescherming wel eens de enige drijfveer kunnen zijn?

“Het is economisch gezien beslist geen slechte keuze om die kant op te gaan”, aldus Postma, maar echt zaken zullen er volgens hem pas kunnen worden gedaan in 1997 of daaromtrent, hetzij in de vorm van embryo's of met de uit de melk gehaalde 'preventieve geneesmiddelen'.

Over de ethische toelaatbaarheid is hij kort: “Ons uitgangspunt verschilt in wezen niet veel van dat van onder meer de overheid. Het komt er op neer dat ook wij zeggen 'neen-tenzij'. Ook wij stellen als voorwaarde dat het welzijn en de gezondheid van het dier niet mogen worden aangetast en we gaan geen chimeren (combinaties van verschillende diersoorten) maken.

“Maar wel zijn we het volstrekt oneens met de tegenstanders zoals de Dierenbescherming, die tegen elke vorm van genetische modificatie zijn. Dat vinden wij onhoudbaar, want als zal blijken dat deze techniek de enige haalbare weg is om mastitis op te lossen, vinden wij het zelfs onethisch om het na te laten.”

In Utrecht schudt de dierenarts dr. F. J. Grommers van de vakgroep bedrijfsdiergeneeskunde en voortplanting van de universiteit bedachtzaam het hoofd. “Het werken met dit kunstmatig gen levert naar verwachting maar 10 procent aan de preventie van mastitis op. De conclusie uit die vaststelling is dat je je dan vervolgens moet gaan afvragen of die doelstelling voldoende zwaar weegt om daarom deze ethische hobbel te nemen. Mijn antwoord daarop is 'neen'. Mastitis is een factorenziekte, die dus wordt bepaald door de omstandigheden, waarin de dieren worden gehouden. Die factoren moeten we zien te verbeteren.”

“En overigens”, aldus Grommers, “kun je je in het algemeen afvragen of genetische manipulatie gerechtvaardigd is als het om puur economische doeleinden gaat. Je benadert een dier alsof het slechts een ding is, je negeert er de eigenwaarde mee, wat strijdig is met het in 1981 door een regeringsnota verwoord standpunt. En wat dat argument van dat lijden betreft: het is me wat te simplistisch als je de illusie hebt dat je een factorenziekte uit zou kunnen bannen door een paar elementjes in de genen van een koe te veranderen.”

“Genetische manipulatie”, zegt secretaris T. Dekker van de Dierenbescherming, “is een heilloze weg. Het begint met het manipuleren met een gen, maar beesten lijden aan veel meer ziekten, die men dan ook op deze manier zal gaan aanpakken. Je bestrijdt er symptomen mee, terwijl de hele manier van veehouden aan de kaak zou moeten worden gesteld. De dieren zijn, omdat ze steeds meer moeten gaan produceren, overbelast en daardoor bevattelijker voor ziekten en als Dierenbescherming willen we juist die ontwikkeling stoppen. De enige die voordeel hebben van genetische manipulatie zijn onderzoekers en bepaalde commerciele bedrijven, die er enorm veel geld mee verdienen. De boeren staan er niet om te springen. Die hebben verdraaid goed in de gaten dat ze ook nu weer een radertje worden in het netwerk van onderzoekers en zakenlui. “

Volgens Dekker zijn ook de politici onvoldoende bekend met de materie. “Die bagatelliseren het of maken gebruik van karikaturen. Als je bijvoorbeeld ziet met welke voorbeelden een man als het CDA-Tweede-Kamerlid Van Noord komt. Die zegt: als genetische manipulatie de bedoeling heeft om een olifant met een giraffenek te krijgen dan zijn we daar tegen, maar dat is natuurlijk helemaal niet aan de orde. Waar het ons om gaat is dat deze vorm van genetische manipulatie een stap is naar steeds verdere veranderingen.”

J. van Noord, zelf boer met 70 melkkoeien aan wie de gevreesde uierziekte niet voorbij gaat, kent Dekker. “Wat die man wil is dat we terug gaan naar de potstal. Je kunt de wijze van produceren niet 100 jaar terugdraaien. Ik waardeer de ontwikkeling met dat kalfje positief. Als je een koe op die manier erfelijk resistent kunt maken is het een goed ding. Dan krijgt zo'n beest een beter leven.”

Ook op christelijke gronden heeft de protestant Van Noord geen bezwaren dop voorwaarde dat de aard van het dier niet wordt aangetast. In februari zal de Kamer een door hem en door het PvdA-Kamerlid mevrouw Swildens-Rozendaal ingediend amendement behandelen, waarin genetische manipulatie aan strikte normen wordt onderworpen. “De grens”, aldus Van Noord, “is weliswaar moeilijk aan te geven maar een blaffend schaap kan natuurlijk niet. Gaat het daarentegen om voorkoming of de bestrijding van ziekten, dan vind ik dat je er ver mee kunt gaan.”

Maar hoe zit het dan met het ingrijpen in Gods schepping?

“Ik denk dat het de bedoeling van de Schepper is dat de mens dit soort zaken tot ontwikkeling brengt.”

Staat hij dan in persoonlijk contact met de Schepper?

“Dat natuurlijk niet, maar we zijn als mensen al zo lang selectief bezig in de schepping. Kijk maar naar de kunstmatige inseminatie. Volgens mij is het objectief gezien zelfs in het belang van de schepping, van het dier en van de economie dat je op een verantwoorde wijze met genetische manipulatie doorgaat.”

De aan de faculteit diergeneeskunde van de universiteit van Utrecht verbonden ethicus dr. J. Vorstenbosch: “Er is nog te weinig informatie om nu al een verantwoord ethisch oordeel te vellen. De zaak ligt maatschappelijk zo gevoelig dat er eerst maar eens een duidelijk antwoord moet komen op de vele vragen. In het geval van het kalfje Adriana heb ik de neiging om te zeggen dat politiek en samenleving een beetje voor een voldongen feit zijn gezet. Men loopt er immers mee vooruit op het definitieve regeringsstandpunt over genetische manipulatie. Men heeft een experiment in gang gezet dat ongetwijfeld verder gaat, terwijl de discussie nog nauwelijks begonnen is. Maar zo gaat dat wel vaker.”

    • Max Paumen