De Natie

'Daarom heeft Bouta geholpen.' Dit citaat van de bevelhebber, niet in deze maar een andere krant, is in vier woorden perfect. Dat in de derde persoon over jezelf spreken, het eufemisme 'helpen' en de onverbiddelijke onlogica toegedekt met 'daarom': helemaal de smalltime-dictator. Het 'daarom' sloeg op de drie 'fundamentele fouten' van de weggejaagde Surinaamse regering: ze kwam afspraken niet na, ze ging de confrontatie met het leger aan en opereerde vanuit een 'zeer enge orientatie', namelijk op Nederland. Het laatste is zeker waar en misschien wel het meest wezenlijke kenmerk van Suriname. In welke voormalige kolonie zal de militaire bevelhebber als voorwendsel voor zijn staatsgreep aanvoeren dat hij onheus bejegend is door de koddebeiers op de luchthaven van het vroegere moederland? In welke ex-kolonie ontstaat politieke beroering als de president door een persfotograaf in het ex-moederland een beetje lullig in beeld is gebracht? Is Suriname ooit echt onafhankelijk geworden?

De berichtgeving over het land staat in de meeste Nederlandse kranten, deze incluis, op de binnenlandpagina's en wordt verzorgd door binnenlandverslaggevers, die zich doorgaans bezighouden met de winkelsluitingswet of de gemeenteraad van Amsterdam. Het aantal kolommen, besteed aan de verwikkelingen te Paramaribo, is enorm en staat in geen verhouding tot het relatieve belang van dit Zuidamerikaanse land. Als redenen hiervoor worden aangevoerd a) het grote aantal Surinamers in ons land en b) de historische banden tussen beide landen. Die golden indertijd, en in zekere zin nog, ook voor Indonesie zonder dat dit aanleiding gaf tot een dergelijke overkill aan publiciteit. Maar Suriname en Nederland schijnen onlosmakelijk verbonden.

Het was een variant van neo-kolonialisme, waardoor Suriname onafhankelijk werd: Nederland 'bevrijdde' een volk dat dit helemaal niet wilde. In '73 was ik (inderdaad: binnenlandreporter met Suriname in zijn 'portefeuille') bij de verkiezingen die Henck Arron aan de macht brachten en de opmaat waren tot het proclameren van de onafhankelijkheid twee jaar later. De inzet van de campagne was dat 'die koelie moest zakken van die stoel', dat wil zeggen dat de Hindostaanse ministers moesten plaatsmaken voor Creolen. Over onafhankelijkheid werd gezwegen en ik durf er wat onder te verwedden, dat die door een meerderheid zou zijn afgewezen. De koningin en de prinsjes waren heilig en 'Lachmon van Oranje' was geen scheldnaam maar een eretitel. De onafhankelijkheidspartij van Bruma had nooit meer dan een zetel behaald en Jopie Pengel wist het antwoord op de vraag naar de toekomst van zijn land altijd bekwaam te omzeilen, net als zijn opvolger Arron. Maar Den Haag wilde dat Suriname onafhankelijk werd. Het kabinet-Den Uyl was aan het bewind, dekolonisatie was een links dogma, Nederland achtte zich 'gidsland' en het zou Den Uyl niet overkomen dat ze ergens ter wereld tegen hem konden zeggen: he vader, jij hebt nog kolonien. Bovendien hadden we vier jaar eerder met mariniersgeweld op Curacao een sociaal oproer moeten bedwingen dat was ons een schrikbeeld: de koloniale houwdegen moest in de schede blijven.

Suriname werd dus onafhankelijk en de inwoners togen in groten getale naar het vroegere moederland, om de bescherming te genieten die ze daar vreesden te ontberen nu de Haagse paraplu werd dichtgevouwen. Voor de achterblijvers werd de toestand steeds beroerder. Eerst hadden ze politieke partijen en een hoop corruptie, daarna grepen de militairen in en kregen ze behalve corruptie ook moord en doodslag. Toen kwamen de oude partijen weer terug, met de oude corruptie. En al die tijd arriveerden op Schiphol de delegaties uit Suriname om te vragen of Nederland kon zorgen dat het ophield. Terecht, want wie anders ter wereld keek er naar Suriname om?

Het is pijnlijk om te zien hoe wij al in oktober '75 door de Surinamers zijn gewaarschuwd. Een parlementaire delegatie was uit Paramaribo gekomen om deel te nemen aan het debat over de aanstaande onafhankelijkheid. “ De regering-Den Uyl is bang, “ zei de afgevaardigde Somohardjo. “ Zij denkt dat zij haar gezicht in de wereld zal verliezen, terwijl wij ons hoofd gaan verliezen.” Zijn collega Nurmohamed verweet Den Uyl, dat hij alleen met het standpunt van de Surinaamse regering rekening hield: “ De oppositie in eigen koninkrijk hoort hij niet, maar de oppositie in Chili wel.” “ Als Suriname in een chaotische toestand mocht komen te verkeren, blijf dan niet met gekruiste armen zitten, “ bezwoer Lachmon bij voorbaat. En diens partijgenoot Mungra stelde vast: “ Terwijl Suriname's hart bloedt, bloedt de neus van Nederland.”

Na de jongste staatsgreep pleit de liberale leider Bolkestein (die bovenstaande citaten aanhaalt in zijn boek De engel en het beest) ervoor de banden met de vroegere kolonie weer nauwer aan te halen - mits tenminste de 'democratische krachten' aldaar er prijs op stellen. Nederland zou met name bereid moeten zijn een behoorlijk bestuur en goede rechtspraak te verzekeren. “ Suriname is te vroeg onafhankelijk geworden, “ zegt hij. Hij beschouwt de onafhankelijkheid van '75 als een 'klassiek voorbeeld' van het 'dodelijke verschijnsel' waarbij collectieve rechten (i.c. op dekolonisatie) voorrang krijgen boven individuele rechten (i.c. op rechtsbescherming) - hoewel hij zich afvraagt of het hier in feite niet ging om 'het individuele recht van een aantal politici'. Per saldo 'loopt het land leeg en is het op sterven na dood'. Wie anders dan Nederland zou het nog kunnen redden? De 'aanpalende landen' op wier weg dit misschien zou liggen? Bolkestein is 'niet onder de indruk van de bestuurskunde van Venezuela en Brazilie'. En wij beschikken immers over een budget voor ontwikkelingssamenwerking van zes miljard, dat we willen besteden aan 'verzelfstandiging' van arme landen? Wel, hier is nu eens een land waar Nederlandse bemoeienis 'werkelijk een verschil zou kunnen maken'. “ Met woorden alleen gaat het niet, met geld alleen ook niet, maar wel met geld en mensen.”

” Niets is voor Nederland gemakkelijker, “ meent Bolkestein, “ dan te besluiten dat Suriname nu buitenland is en het zelf maar moet uitzoeken, maar niets is ook onverantwoordelijker.” Het is opmerkelijk dat hem door De Telegraaf 'neo-kolonialisme' werd verweten, terwijl hij van de linkerzijde in de Kamer bijval oogstte. Mevrouw Sipkes van Groen-Links zag wel wat in zijn suggestie en Ad Melkert van de PvdA beval een 'gemenebestrelatie' aan. Is er een kentering in het denken over het dogma van de dekolonisatie? Aan Aruba hebben we gezien hoe men in het Caraibisch gebied een welwillende voogdij van buitenaf verkiest boven de ongewisheid van de dekolonisatie en de Antillen zullen zich de onafhankelijkheid nooit laten opdringen. Van een 'herkolonisatie' van Suriname wil Bolkestein niet spreken, maar zijn pleidooi komt neer op het weer opnemen van the white man's burden; en het is niet eens onwaarschijnlijk dat de 'democratische krachten' daar op deze offerte zullen ingaan. Nederland komt niet 'los van Suriname'.

    • John Jansen van Galen