De gevreesde teensteek van Osinga

DEN HAAG, 5 jan. - Pernette Osinga, de beste Nederlandse degenschermster, zegt een partij bij voorkeur met een van haar fameuze teensteken te willen beeindigen. In het vuur van de strijd lijkt ze elke keer weer een metamorfose te ondergaan. “Als ik op de loper sta, wil ik killen”, vertelt Osinga. “Het liefst maak ik iemand met 5-0 af. Alleen tegen een goede vriendin van me, een Francaisaise, heb daar wat moeite mee. Bij de anderen absoluut niet. Als iemand mij alleen van de loper zou kennen, zou hij een heel ander beeld hebben. Daar kan ik echt een rotwijf zijn.”

Behalve een goede wedstrijdmentaliteit heeft de 23-jarige Pernette Osinga een opmerkelijke voorkeur voor het scoren met een prik in de teen. Dat geeft haar 'een kick'. In tegenstelling tot het onderdeel floret mag met degen op het hele lichaam worden gescoord. “Ik vind het super om zo'n teensteek te maken. Het ligt zo voor de hand in de borst te steken. Ik kies voor de moeilijkste weg, maar die blijkt voor mij vaak wel de beste te zijn. Als je bij iemand naar de teen gaat, buig je diep door zodat je je eigen lichaam bloot geeft. Dus moet je zo'n moment heel secuur uitkiezen. Alles moet kloppen. Ik probeer 'm soms wel eens te veel. Dan krijg ik ook onnodig treffers tegen.”

In de internationale schermwereld wordt Osinga wel degelijk gevreesd om haar teensteek. Daar is ze best trots op, vooral omdat niemand haar kan weerhouden op die ene kleine plek te prikken. Bij het zevenlandentoernooi van vorig jaar versloeg Osinga mede door drie rake teensteken een van de beste schermsters ter wereld. “Die Francaisaiis normaal een koele kikker, maar nu keek ze vertwijfeld naar de kant en vroeg wat ze moest doen. Zo'n teensteek is namelijk ontzettend frusterend voor een tegenstander.”

Osinga wil nog meer bijzondere steken onder de knie krijgen. In haar nieuwe woning in Voorburg zal ze een kunstonderarm van hout laten monteren om zodoende de polssteek te kunnen oefenen. “Die is ook heel gaaf.”

Osinga haalde verleden jaar veelvuldig de publiciteit wegens de aardige som van bijna 35.000 gulden die ze als winnares van het Masterstoernooi in Hongarije opstreek. Nog steeds wordt ze daar op aangesproken. Dat stoort haar. “Als er geen geld mee zou zijn gemoeid, had er waarschijnlijk zo'n klein stukje in de kranten gestaan. Maar nu was het ineens een unicum, een sensatie. Wat is nou eigenlijk 33.000 gulden? Een tennisser slaat dat bedrag met tien klappen bij elkaar.”

Toch beseft Osinga ook wel dat toppers uit andere takken van sport, populairder dan schermen, zoals hockey, zwemmen of roeien, zo'n som nooit in handen zullen krijgen na een overwinning. “Misschien ben ik dus wel de rijkste amateursportster van Nederland.”

Verstandhouding

Na die zonnige dag in mei vorig jaar heeft Osinga echter niets meer voor een goede prestatie ontvangen. En dit jaar mag ze niet aan de Masters meedoen, omdat ze zich niet onder de beste acht degenschermsters van de wereld heeft kunnen scharen. “Het was een rotjaar”, zegt Osinga dan ook, “Blessures, studie, problemen met mijn trainer Kasper Kardolus.” Kardolus, de maitre uit Zoetermeer, staat bekend als de beste schermleraar van Nederland, maar is in het streven om zijn sport en eigen zaal te promoten een verre van gemakkelijk persoon. “En dat ben ik ook niet”, legt Osinga uit. Dat botst dus weleens. “Maar”, voegt ze er aan toe om aan te geven dat de verstandhouding is genormaliseerd, “als je een beetje begrijpt wat Kardolus wil, is het best een fantastische kerel.”

Osinga hoopt dat Kardolus zijn belofte nakomt dat ze straks ook in de ochtenduren in zijn zaal terecht kan. “Ik baal ervan dat de topschermers in het buitenland vijf keer per week les krijgen en ik maar twee keer. Ik zal wel de hele dag willen schermen. Maar dat is tot nu toe onmogelijk. En ik heb gewoon het sterke gevoel dat ik nog veel beter kan.”

Dit weekeinde doet Osinga mee aan een toernooi in het Duitse schermmekka Tauberbischofsheim, een wedstrijd voor de nieuwe cyclus van de wereldbeker. “Ik moet weer eens winnen”, zegt Osinga vastberaden. Het plan om haar loopbaan als schermster in Frankrijk of Italie te vervolgen heeft zij inmiddels laten varen. Osinga is blij met haar baan bij de sectie Sport en Recht aan de Vrije Universiteit van Amsterdam.

Maar haar liefde voor de edele schermsport blijft onverminderd groot. Haar vader, die ooit in het leger schermde, maakte Pernette Osinga er op jeugdige leeftijd enthousiast voor. Ze oordeelt dat het een moeilijke sport is om te leren. “De eerste maand kan je een beetje lekker hakken, maar daarna moet je aan je benenwerk gaan werken en dat is niet echt leuk. Maar als blijkt dat je ergens goed in bent, wordt het leuk. Dat was bij mij het geval. Voor mij is schermen nooit saai. Het is een combinatie van uithoudingsvermogen, snelheid, concentratie en een bepaalde vorm van intelligentie. Het is een mooi spel, je tegenstander manipuleren, hem of haar jouw wil proberen op te leggen. En je weet van tevoren nooit hoe het afloopt. Ik krijg weleens een meisje tegenover me die er helemaal niets van kan, maar daar ik ga dan juist de boot tegen in.”

Met name mentaal moet je sterk in je schoenen staan om als schermer te presteren. Osinga heeft op dat gebied nooit professionele hulp willen inroepen. Ze las er weleens wat over en bereidt zich geestelijk op eigen kracht voor. Al dagen voor een wedstrijd spelen er acties door haar hoofd. “Als je daar maar veel aan denkt gaan die automatisch in de wedstrijd ook goed. Dat is visualiseren.”

Met name de tijd die ze in haar auto doorbrengt gebruikt ze voor die mentale training. “Dan zie ik mezelf vooral teensteken maken.” Vlak voordat ze in de zaal in actie moet komen zoekt Osinga met behulp van de muziek op haar walkman naar het juiste ritme. Tina Turner, Earth Wind and Fire en een onvervalste discostamper, altijd hetzelfde bandje, begeleiden haar naar de loper. “Maar het komt ook voor dat ik lig te snurken. Ik ga gewoon ergens midden in de zaal liggen. Het is dan heerlijk om op de achtergrond het gekletter van wapens te horen. Dan zak ik soms weg.”

Bescherming

Osinga stoort zich er aan dat mensen volgens haar vaak een verkeerd beeld van het schermen hebben. “Je bent zeker gevaarlijk, is de eerste reactie als iemand hoort dat ik scherm. Er is een keer een schermer doodgestoken en dat was ook nog eens een wereldkampioen. Dat herinnert men zich dus nog. Dat is vervelend. Het is geen gevaarlijke sport. De bescherming is goed. De nieuwste pakken zijn van het materiaal waarvan ook kogelvrije vesten zijn gemaakt. Op die manier wil men ongelukken voorkomen als er een wapen breekt. Dat gebeurt regelmatig, ja. Bij mijzelf al drie keer in de afgelopen maand.”

Pernette Osinga zegt zich wel te kunnen voorstellen dat schermen als kijksport niet erg aanspreekt. Bij wedstrijden op floret kan ze zelf ook vaak niet wijs worden uit al die verschillende lampjes die aan en uit gaan. En dan zijn volgens haar uitgerekend ook nog de finales vaak niet om aan te zien door de afwachtende houding van de deelnemers. Daarom kijkt ze zelf het liefst naar de voorronden. “Dat zijn gevechten op leven en dood. Er wordt gevloekt en getierd, prachtig. Dan kan je goed zien dat schermen niet meer zoals vroeger alleen gratieus en stijlvol is. Het is een atletische sport geworden.”

    • Hans Klippus