Beide kandidaten moeten veto-recht leger accepteren; Guatemala kiest president

ROTTERDAM, 5 jan. - De tweede ronde van de presidentsverkiezingen morgen in Guatemala is niet uitgelopen op de gevreesde confrontatie tussen de katholieke kerk en de protestantse sectes. De twee overgebleven kandidaten hebben uitgeblonken in modder smijten, maar wonder boven wonder bleef hun uiteenlopende religieuze voorkeur op de achtergrond.

Dat is voor een deel te danken aan de katholieke kerk, die geen voorkeur heeft uitgesproken voor Jorge Carpio Nicolle van de Nationale Centrum Unie (UCN). Deze katholieke kandidaat, tevens een vice-voorzitter van de Liberale Internationale, maakt volgens de opiniepeilingen weinig kans op de overwinning.

De meeste partijen die in de eerste ronde werden verslagen, waaronder de christen-democraten, geven ondanks hun overwegend katholieke achtergrond (verbloemd) steun aan de protestantse kandidaat Jorge Serrano Elias van de Beweging voor Solidaire Actie (MAS).

In de jaren tachtig heeft naar schatting een kwart van de Guatemalteken zich tot protestantse kerken bekeerd. Serrano verklaart de opkomst van het protestantisme uit verwaarlozing van de persoonlijke geloofsbeleving door de katholieken. Zij hebben “vrij baan gegeven aan ideeen die met christendom niets van doen hebben”, een duidelijke verwijzing naar priesters die veel aan sociale actie doen. Serrano zelf is lid van de kleine sekte El Shaddai die zijn wortels heeft in Guatemala. De grotere sekte El Verbo (Het Woord) van oud-dictator Rios Montt is van oorsprong Amerikaans.

De twee kandidaten, beiden conservatieve zakenlieden, verschillen onderling weinig. Carpio heeft weliswaar duidelijker gezegd dat hij een liberaal economisch beleid wil voeren en Serrano zou een krachtiger voorstander zijn van vredesonderhandelingen met de linkse guerrillabeweging, maar belangrijke politieke thema's als landhervormingen of zuivering van het leger heeft geen van beiden aangesneden.

Beiden zullen zich vermoedelijk moeten neerleggen bij een veto-recht van het leger, een praktijk die de huidige president Vinicio Cerezo vrijwel alle geloofwaardigheid heeft ontnomen. Cerezo was de eerste democratische gekozen burgerpresident sinds de militaire coup van 1954 maar - in de woorden van een Europese diplomaat - het enige positieve dat van de Guatemalteekse democratie gezegd kan worden is dat ze de afgelopen vijf jaar heeft overleefd.

Het leger illusteerde begin december nog eens treffend Cerezo's afgang. Militairen richtten toen een bloedbad aan onder indianen en boeren die in het stadje Santiago Atitlan protesteerden tegen de verdwijning van een winkelier. Zestien mensen kwamen om. In reactie daarop en op de niet-opgehelderde moord op een jonge Amerikaan besloot de Amerikaanse regering alle militaire hulp aan Guatemala (2, 8 miljoen dollar per jaar) op te schorten. Washington sprak vervolgens de hoop uit dat Cerezo's opvolger “de wet en de mensenrechten zal respecteren”.

Corruptie en machtsmisbruik hebben het grootste land van Midden-Amerika intussen veranderd in een belangrijke producent en doorvoerhaven voor drugs. Vorige maand werd een naaste medestander van Carpio opgepakt met 300 kilo cocaine, een buitenkans die Serrano in zijn campagne uitbuitte. Carpio is er niet in geslaagd zijn betrokkenheid te ontkennen, maar heeft teruggeslagen met dagelijkse 'onthullingen' in zijn krant El Grafico over financiele malversaties door Serrano. Het is zeer de vraag of dit debat de 43 procent van de stemgerechtigde Guatemalteken die in de eerste kiesronde wegbleven kan inspireren in de tweede ronde hun stem wel uit te brengen.

    • Thieu Vaessen