'Zestienjarigen' schudden Griekenland wakker

ATHENE, 4 jan. - Veel Griekse middelbare scholieren hebben de kerstvakantie van hun leven gehad - binnen de muren van hun eigen school. De bezetting van de meeste lycea en gymnasia, die al vroeg in december was begonnen, duurde onverminderd voort en bij toerbeurt verbleven de kinderen, dag en nacht, in hun vroeger vaak verwenste schoolgebouwen. “We zijn in een maand enorm gerijpt”.

De actie was gericht tegen plannen van de nieuwe conservatieve minister van onderwijs, Vasilis Kondojannopoulos. Deze joeg de scholieren tegen zich in het harnas met zijn aankondiging halverwege 1990 dat er meer orde moest komen op de scholen. Er zou een puntensysteem voor gedrag worden ingevoerd, waarbij ook op uiterlijke verschijning (kleding dus) zou worden gelet en op het optreden van de leerlingen buiten de school.

Daarmee riep hij een situatie van nog niet zo lang geleden in herinnering, waarin meisjes de gehate 'schorten' en jongens petten moesten dragen en waarbij, vooral in provincieplaatsen, het gedrag in het 'openbare leven', ook in de avonduren, door de leerkrachten werd gecontroleerd. De plannen van de minister voorzagen ook in hechtere handhaving van tradities als het hijsen van de vlag bij het begin en het eind van de week en het verplichte gebed. Er ging een rilling door de middelbare-schooljeugd.

En dan te bedenken dat in de jaren tachtig, tijdens de socialistische regeringen van Andreas Papandreou, onder Griekse scholieren - net als trouwens onder de studenten - een onmiskenbare verrechtsing was te constateren. Kondojannopoulos lijkt hieraan een abrupt einde te hebben gemaakt.

De bezettingsgolf begon, niet toevallig, in de provincie, op een lyceum in Heraklion (Kreta), waar ook de geliefde jaarlijkse vijfdaagse schoolexcursie dreigde te worden afgeschaft. Binnen enkele dagen sloeg zij naar andere steden over en binnen een week naar Athene en Piraeus. Half december waren nog maar weinig scholen onbezet.

Kerstmis en Oudejaarsnacht werden uitbundig gevierd in het bijzijn van ouders, van wie de meesten de actie hartgrondig steunden en die in ieder geval hun kinderen van voedsel en drinken voorzagen. Ook veel leraren toonden, van een afstand, hun sympathie met morele steun en goede gaven.

Binnen enkele weken waren de 'zestienjarigen' een begrip geworden, net als de studenten die in november 1973 hun 'Polytechnion' bezetten in een opstand tegen de kolonels-junta, die daarmee beslissende morele schade opliep. Ook toen werden grote gelederen van de oudere bevolking als het ware wakkergeschud.

Het ontbreekt de laatste weken niet aan grappen dat spoedig ook de kinderen van de lagere scholen tot acties zullen overgaan, en dat kort daarna de kleuters hun creches zullen bezetten. Maar de 'zestienjarigen' kunnen daar wel tegen. Zij weten dat zij sterk staan, dat hun bijdrage is geleverd.

In zijn jonge jaren had minister Kondojannopoulos nog deelgenomen aan demonstraties voor de 'vijftien procent'. Geeist werd toen dat de onderwijspost vijftien procent van de overheidsbegroting zou bedragen. Het is er nooit van gekomen, maar nu is de post gedaald tot 6, 8 procent en ook dat is een van de dingen waar de leerlingen zich tegen richten. Zij willen betere gebouwen, beter leermateriaal, kleinere klassen.

Wel verre van hierop in te gaan, verkondigde de minister dat de kinderen waren opgestookt door de leiders van de oppositie en ook door de leraren, die in de zomer, tijdens de eindexamens, hun eigen staking hadden verloren. Vooral het eerste was pertinent onwaar: de kinderen die deze actie uitvoeren, zijn totaal a-politiek, zij laten politici van de oppositie net zomin in de schoolgebouwen toe als die van de regering.

Er werden ook berichten verspreid over vandalisme en orgieen op de scholen, met drank en hasj. Het bleek dat het allemaal schoonmaak was wat de klok sloeg, hier en daar waren de kinderen zelfs de verbladderde muren aan het kalken en werden er door jonge vaklui nieuwe ruiten ingezet waar die al jaren gebroken waren.

Spoedig moest premier Mitsotakis zijn minister desavoueren: hij noemde de acties een teken van “verblijdende vitaliteit” en hij zei dat zij niet van buiten waren beinvloed. Van enigerlei inspiratie is natuurlijk wel sprake. De acties in Frankrijk zijn niet aan de Griekse scholieren voorbijgegaan, en al evenmin de succesfilm 'Dead Poets Society' over een zeer getapte leraar in de Angelsaksische sfeer, die hier steevast met applaus werd beloond.

Als 'negatieve inspiratie' dienden de partijleiders van dit land, die allen de zeventig zijn gepasseerd, president Karamanlis zelfs de tachtig, en die algemeen de 'dinosaurussen' worden genoemd. De nieuwe ideeen van de 'zestienjarigen' vormden voor het Griekse publiek, dat eveneens een beetje is uitgekeken op deze grijsaards, een verfrissend bad. Nikiforos Vrettakos, de nestor onder de dichters, zelf een tachtiger, zei: “Laten ze snel opgroeien, om ons te regeren.”

    • Frans van Hasselt