Wil de laatste bank de stroppenpot open doen?

De bankencrisis in de Verenigde Staten heeft te maken met de garantie die de overheid daar aan spaarders geeft. Tot aan honderduizend dollar krijgen ze altijd hun tegoeden terug, ook al gaat de bank failliet. In Nederland staat de overheid niet garant voor de spaargelden bij banken. De Nederlandsche Bank let wel op dat bankiers de hun toevertrouwde gelden goed beheren, maar daar blijft het bij.

Onderling hadden de banken jaren geleden wel een soort garantie geregeld. Gaat een bank over de kop, dan garanderen alle andere banken tezamen dat de spaarders van die ene tot 40.000 gulden hun geld terug kijken. Zo'n verzekering kan werken zolang er een relatief groot aantal banken van ieder ongeveer gelijke omvang bestaat. Zijn er 200 banken, dan kunnen 199 van hen het omvallen van een collega nog wel opvangen. Nu zijn er in Nederland nog maar drie grote banken over: ABN-Amro, Rabo en NMB-Postbank die straks misschien met Nationale-Nederlanden in een holding zit. Zou een van die drie in problemen komen, dan is het onwaarschijnlijk dat de garanties van de andere daadwerkelijk aangesproken kunnen worden.

Zolang het onderlinge garantiesysteem door de veelheid van banken kon werken, hoefde de consument van bankdiensten niet te weten hoe kredietwaardig iedere afzonderlijke bank nu eigenlijk was. De omvang van de stroppenpot, de voorziening algemene risico's, van de banken kon dan ook in onderling overleg geheim gehouden worden. Had een collega een krimpende stroppenpot, dan zou dat, als dat bekend werd, maar tot onrust bij het publiek leiden, die uiteindelijk toch door de andere collega's betaald moet worden.

Nu de onderlinge garantie praktisch gesproken een wassen neus is, valt het geheim houden van de stroppenpot niet meer goed te praten. Het publiek heeft er nu recht op te weten welke bank het meest kredietwaardig is, net zoals leveranciers van niet-bancaire onderneming in het jaarverslag kunnen lezen hoeverre het verstandig is op krediet te leveren.

Dat is ook een kwestie van gelijke monniken. Niet iedereen kan immers zeggen te willen fuseren met een bank en dan inzicht in de omvang van de stroppenpot krijgen. Zoals Nederlands grootste partikuliere belegger Nationale-Nederlanden, die of de fusie doorgaat of niet, in ieder geval zal weten hoe veilig een spaarrekening bij NMB-Postbank is.

Nederland

Tot Nederland op 27 september 1936 de gouden standaard verliet, was een gulden 0, 6048 gram fijn goud waard. Op dit moment kost een gram goud 214 gulden, wat betekent dat voor dezelfde hoeveelheid goud die in 1936 gebruikt werd ter dekking van een gulden, op dit moment 129, 43 gulden moet worden betaald. De gulden van Colijn was dus bijna 130 maal zoveel waard als de gulden van Lubbers. In 55 jaren vol beleid is de gulden gemiddeld ieder jaar zo'n tien procent minder waard geworden.

Nu is het volgens topambtenaar Geelhoed van het ministerie van Economische zaken dan ook tijd voor nieuw beleid, om te zorgen dat de internationale concurrentiepositie van het Nederlandse bedrijfsleven gehandhaafd blijft en hij richt pijlen op het sociale stelsel.

Destijds waren de ministeries van Economische en Sociale Zaken gehuisvest in hetzelfde pand. Als dat weer zou kunnen (in een even groot pand) komt dat nieuwe beleid misschien sneller tot stand.