Wat wij zien en wat wij horen

Een keer per jaar worden wij wakker van de muziek die uit het ronde atelier opstijgt naar onze slaapkamer. Op eerste kerstdag. Altijd dezelfde grammofoonplaat. De Messiah. Overal staan de deuren open zodat het hele huis een huis van Handel is. De vogels moeten zeker ook kerst vieren want je kan het buiten horen. Volgens ons schrikken de koolmezen ervan, maar onze papa zegt dat ze zich een beetje schamen omdat ze slechts tie... tie... ta, tie... tie... ta, kunnen voortbrengen en door de eerste de beste pinda van slag raken. Onder de kerstboom lag voor ons ieder een zelfde langwerpig pakje. Het was erg zwaar en we dachten even dat er iets kinderachtigs in zou zitten.

Een doos stuiters of boetseerplastic. Maar er zaten een paar glimmend zwarte verfdozen in van Winsor en Newton met wel vierentwintig bakjes waterverf en een paar marterharen penselen zo zacht als de donsveertjes van een vogel. We wilden meteen gaan schilderen maar toen kregen we nog een pakje voor ons samen. Er zat een computerspel in, Super Mario Bros. We dansten rond van blijdschap en omhelsden onze mama en vooral onze papa, want hij had een paar dagen ervoor nog gezegd zoals op die reclame tegen drankmisbruik, 'Computeren maakt meer stuk dan je lief is.' Hij lachte er wel bij, maar een beetje vreemd, zodat je niet wist of hij het nou meende of niet. Dat computerspelletje gaat over een zekere prinses Cantharel die gevangen genomen is door een kwaadaardige stam van schildpadden en twee broers moeten haar zien te bevrijden. Mario en Luigi. Dat zijn wij natuurlijk. We hadden er al veel over gehoord van de jongens uit de klas en we weten heus wel dat je niet Luigi maar Loeidzji moet zeggen, maar zeg dat nooit want alle jongens weten het, maar als je Loeidzji zegt doen ze net of ze niet weten waar je het over hebt en dan zeg je gauw, Luigi bedoel ik. Dus zeg nooit Loeidzji als je niet uitgelachen wilt worden. Natuurlijk wilden we er meteen mee gaan spelen, maar dat mocht niet van onze papa. Hij zei dat hij niet meteen na Handel en Bach dat getjengel door het huis wilden horen, dat we maar tot 's middags moesten wachten. En hij zei dat hij zelf wel eens een computerspel zou gaan ontwerpen, speciaal voor de kerstdagen. Het in doeken gewonden Christuskindje dat door de bloeddorstige Herodes in een kribbe gevangen gehouden wordt en dat door de wijzen uit het oosten bevrijd moet worden. Zeker Mario en Luigi weer.

Onze kerstboom, die we zelf mee opgetuigd hebben, ziet eruit als een woeste heks, met zoveel ballen, vallende sterren, slingers en elektrische kaarsjes dat je haar stokkerige dennenlichaam niet meer ziet. Als je alleen in de kamer bent kan je er bang van worden. Het is een ziedend kreng waar je moeilijk Stille nacht, heilige nacht bij kan staan zingen.

We hebben ook nog iedereen aan het lachen gemaakt bij die reclame voor Coca Cola, waarin al die jongens en meisjes zo idioot dansen en kronkelen alsof het slokje Cola dat ze gedronken hebben zoutzuur is dat hun darmen tot aan hun poepgaatje wegbrandt. En dan verschijnt er in een soort neonletters YOU CAN'T BEAT THE FEELING. En wij dachten dat dat betekende, omdat die mensen zo als gekken springen, JE KAN NIET TEGEN DE VULLING.

Het leukste dat wij met kerst meegemaakt hebben was toen we achter onze papa aan naar zijn atelier liepen en er ineens een goudhaantje opvloog. Het piepkleine vogeltje was zo geschrokken van onze plotselinge verschijning dat het tegen een tak vloog en op de grond viel. Zo bleef het liggen met zijn oogjes halfdicht, in een soort shocktoestand. Onze papa knielde bij hem neer, ging toen heel voorzichting met zijn hand naar hem toe en streelde het diertje met zijn vingertop. Daardoor kwam het weer een beetje tot leven en vloog in een den. Onze papa liep erheen en streelde zachtjes over de gele veertjes op zijn kopje. Net zo lang tot hij weer levendig werd en wegvloog. Toen zei onze papa, “Weet je wat we volgend jaar doen. Dan nemen we een kerstboom en daar zetten we alleen een goudhaantje in. Dan is het beslist de mooiste kerstboom van de wereld.”