Troje

In 'Sneeuw en Mist in Griekenland' (NRC Handelsblad 21-12-'90) stelt M. Kat dat Wilkens in 'Where Troy once stood' zelf de mist inging door Homerus letterlijk te nemen en een amateur classicus (archeoloog? ) te zijn. Niet de argumenten maar de achtergronden van Wilkens worden aangevallen. Dit is een onzindelijke wijze van redeneren en op deze gronden moet Kat het boek Op zoek naar Ithaka van Goekoop ook verwerpen. Immers, Goekoop vindt 'zijn' Ithaka juist door Homerus letterlijk te nemen en is, zelfs als burgemeester van een universiteitsstad als Leiden, nog geen 'beroepsclassicus'. Eveneens moet Kat op deze gronden Schliemanns resultaten verwerpen. Deze wapenhandelaar en grondspeculant was geen beroepsclassicus en beging tevens de fout Homerus letterlijk te nemen.

Kat beweert dat 'elke classicus weet' dat Homerus' beschrijvingen 'overdreven zijn' om het literaire effect. Dit is onjuist. Sommige classici zijn dit wellicht van mening, maar weten... ? Literatoren hebben de drukfouten in Joyce' Ulysses (toepasselijk in dit verband) ook zo fraai geinterpreteerd. Het staat Kat vrij Homerus op zijn eigen wijze te interpreteren; het is een onvoldoende reden om Wilkens' hypothese te verwerpen. Moeten de 'symmetrische schepen' ook literair verklaard worden? De Griekse schepen waren niet symmetrisch; de (uit later tijd bekende) Germaanse en Keltische wel. Is het zo vergezocht aan Homerus' 'symmetrie' meer dan literaire waarde toe te kennen? Er is nog iets waar noch door Wilkens, noch door Goekoop noch door Kat op wordt gewezen: Troje zou rond 1290 v. Chr. zijn verwoest na een 10-jarige belegering door de Grieken. De stad(-staat? ) zou al minstens een vijftigtal jaren door een zelfstandige koning zijn bestuurd. Als het bestaan van een machtig Troje aan de grens van hun rijk door de Hetieten werd aanvaard, is het vreemd dat de Hetieten toen het rijk op de top van zijn macht stond (rond die tijd versloeg Muwatallis Ramses II verpletterend bij Kadesh) een groep Griekse koninkjes Troje ongestraft 10 jaar liet belegeren en daarna vernietigen, aangezien Troje een belangrijke stad(-staat) moet zijn geweest. Het is ook merkwaardig dat Homerus nergens gewag maakt van zo'n dominerend rijk als Hatti. Hij noemt 'Egypte' wel en zelfs met de naam Egypte, hoewel Egypte in die tijd Kemet of Mitsraim heette. (Wilkens heeft een sterk punt hier!)

Als er al argumenten tegen Wilkens' hypothese zijn in te brengen liggen die niet in het letterlijk nemen van Homerus. Als Homerus niet letterlijk wordt genomen, kunnen Ilias en Odyssee niet dienen om Troje te lokaliseren. Interessant genoeg neemt Wilkens twee andere beschrijvingen van de Trojaanse oorlog die Kat in zijn recensie weglaat. Deze beschrijvingen moeten natuurlijk met de Ilias en Odyssee vergeleken worden. Wilkens heeft Homerus consequent letterlijk genomen en op tegenstrijdigheden tussen tekst en 'Griekse' omgeving gewezen. Micha Kat doet Wilkens onrecht door alleen op de taal-naamsverwantschap en het letterlijk nemen van Homerus te wijzen. Dit zijn in Wilkens' boek belangrijke punten maar niet de enige. Bijvoorbeeld: de grote dijken ten noorden van Cambridge vertonen wel een uiterst merkwaardige overeenkomst met de dijken door Homerus beschreven. Het Keltische verbranden van doden past goed in de Ilias maar het Griekse begraven van doden niet. De al eerder genoemde symmetrische schepen lijken geen Griekse schepen te zijn.

Er zijn meer punten: Geoffrey of Monmouth in 'The History of the Kings of Britain' stelt dat Brutus, een afstammeling van Aeneas, naar Engeland (vandaar Brittannie) kwam, daar Troia Nova stichtte, verbasterd tot Trinovantum en vervolgens Londen genaamd. Waarom een afstammeling van een 'Turkse' vluchteling met door hem bevrijde en meegebrachte Trojanen naar Engeland zou gaan om daar een stad te stichten (kennelijk met instemming van de plaatselijke bevolking) is vreemd, behalve wanneer dit geen 'Turkse' afstammeling was en het een terugkeer naar het land van herkomst betrof. Overigens, Wilkens noemt Geoffrey of Monmouth in het geheel niet.

Kat stelt dat al eerder Homerische helden in Noord-Europa zijn gesitueerd. Merkwaardig is dat het Oera Linda boek stelt dat Vlissingen door Ulysses is gesticht of althans naar hem is genoemd. Of het Oera Linda boek echt is dan wel een pastiche staat bij mijn weten nog steeds niet vast.

Wilkens' hypothese voldoet aan de eisen die aan een wetenschappelijke hypothese moeten worden gesteld: logisch, eenduidig en samenhangend. Daarmee is nog niet gezegd dat Troje inderdaad in de GogMagog-heuvels benoorden Cambridge lag. Systematisch graven in Engeland (en Denemarken, Knossos) zou uitkomst kunnen brengen. Een hypothese is een uitgangspunt voor onderzoek en kan aan de hand van onderzoeksresultaten aanvaard (bevestigd) of verworpen worden. Dat Kat niet overtuigd is van de juistheid van Wilkens' hypothese lijkt meer te maken te hebben met het vooringenomen standpunt 'Homerus moet niet letterlijk worden genomen' dan met een kritische evaluatie van Wilkens' boek.

Overigens, pas na een sluitend bewijs kan men overtuigd zijn van de juistheid van een hypothese. Nu al overtuigd zijn van Wilkens' gelijk is even onverstandig en bevooroordeeld als van het tegendeel overtuigd zijn.

    • H. F. R. Schöyer