Ton van Klooster roept in 'spookbeeld Seoul' op

PERTH, 4 jan. - In de topsport heet het dat fouten er zijn om van te leren. Daarom riep Ton van Klooster, de coach van de Nederlandse zwembond, vanochtend in Perth het 'spookbeeld' van Seoul nog maar eens op. Tijdens de technische bespreking met de zwemselectie die in West-Australie deelneemt aan de wereldkampioenschappen herinnerde hij de vrouwen er aan hoe bij de Olympische Spelen van 1988 al hun aandacht was gericht op de 4 x 100 meter vrije slag estafette, waardoor de individuele nummers in de versukkeling raakten.

Rondom die discipline heerst ook nu een welhaast euforische en daardoor gevaarlijke stemming in het Nederlandse kamp, want met zeven kandidaten voor vier plaatsen lijkt een medaille - en volgens sommigen zelfs goud - op dat onderdeel een alleszins bereikbaar ideaal. Van Klooster echter rekende aan de hand van de seizoenranglijsten voor dat Nederland achter de Verenigde Staten, Duitsland en China pas slechts als vierde geklasseerd staat. “Op de 4 x 200 staan we er beter voor.”

De tijden die woensdag bij een swim off, de selectieprocedure die moest uitwijzen wie er behalve de reeds in Nederland geplaatste Karin Brienesse op de estafette zou mogen starten, waren zo matig dat enige voorzichtigheid over de kansen gepast is. Voor die tegenvallers had Van Klooster de verklaringen uit voorraad leverbaar. Zes zwemsters wisten dat ze tussen 2 en 5 januari in Perth ieder een 100 meter moesten zwemmen. “Maar”, verontschuldigde Van Klooster dat sextet, “ze wisten pas anderhalve dag tevoren het exacte moment waarop dat zou gebeuren. Dat is te kort om er trainingstechnisch op in te spelen. Bovendien gebeurde het op het heetst van de dag, stond er een sterke wind en misten ze de wedstrijdsfeer.”

Voor hem was de uitkomst van die optelsom de verklaring voor de ogenschijnlijk zorgwekkend langzame tijden. Met een snelste tijd van 57, 33 (Marianne Muis) en een langzaamste van 57, 97 (Marieke Mastebroek) gaven de zes elkaar weinig toe. Een complicerende factor is voor Van Klooster dat Inge de Bruijn, bij selectiewedstrijden in Amersfoort met een voor haar sensationele tijd van 56, 60 tweede geworden, woensdag met vierhonderdste van een seconde buiten de beste vier bleef. Om onrust te voorkomen liet hij de vraag ontbeantwoord of er ondanks de 'bindende' uitslag van de swim off nog een wijziging in de samenstelling van de ploeg kan worden aangebracht. Wat hem betreft zwemmen Marianne Muis, Manon Maseurs, Diana van der Plaats en Mildred Muis de serie en moet een van hen haar plaats in de finale afstaan aan Karin Brienesse.

De Nederlandse ploeg is al bijna veertien dagen in Australie. Langer dan de meeste landen, die er de voorkeur aan gaven Kerst thuis te vieren. “We hebben ons snel aan de omstandigheden kunnen aanpassen, omdat we op de dag van aankomst zo rond een uur of vijf 's middags in het hotel arriveerden en daardoor het plaatselijke ritme snel te pakken kregen.”

De zesde wereldtitelstrijd zwemmen betekent overigens niet alleen een probleem met het acclimatiseren. Het tijdstip, januari, doorkruiste voor heel wat belangrijke zwemlanden zoals Duitsland en de Verenigde Staten het natuurlijke jaarlijkse ritme. Doorgaans zitten deze landen dan in de overwintering. Voor topprestaties zijn de omstandighefen van de laatste weken niet ideaal. De temperatuur is weliswaar niet extreem hoog (tussen de 25 en 30 graden), maar er staat een harde wind die de wedstrijdarena in een soort golfslagbad verandert. Dat de zon, die tijdens de series in de ochtendurend loodrecht boven het bad staat, door de flinterdunne ozonlaag heen met name rugslagzwemmers recht in de ogen schijnt, is daarbij vergeleken een klein ongemak net als de sterke afkoeling in de avonduren wanneer de finales op het programma staan.

Het felste licht is gericht op de landen die met het stempel 'doping-verdacht' zijn afgereisd. Het is - zeker bij deze titelstrijd - een hot item. Het Golfconflict (Koeweit eiste, zonder succes, de uitsluiting van Irak) ligt in belangstelling een hele baan achter bij de vraag of het geavanceerde laboratorium in Sydney de 130 controles op het gebruik van verboden stimulerende middelen de laatste restanten van de vermaledijde dopinggebruikers zal weten op te sporen. Wie de geschiedenis van het dopinggebruik heeft bijgehouden weet dat de grote verliezer van dit kampioenschap daarmee al vaststaat.

    • Peter de Jonge