't Verschil tussen Volkskrant en NRC

Het ochtenblad adverteerde met het januarinummer van het maandblad PSychologie dat een zielkundige beschouwing over 'het verschil tussen Volkskrant en NRC' beloofde. Aangezien ik over beide dagbladen, hun lezers, hun redacties, hun bezorgers en hun aangetrouwde achternichten een uitgesproken mening heb, begaf ik mij op een drafje naar de kiosk.

De advertentie had het bewuste artikel omschreven als een expose over 'leeftijd en leefstijl - Intuitie bedriegt wel'. Het enige bedriegelijke bleek echter dat artikel in het maandblad PSychologie te zijn. Dat ging helemaal niet over het verschil tussen Volkskrant en NRC Handelsblad, maar over het verschil in de contactadvertenties die in de respectieve bladen verschijnen, een even oudbakken als afgekloven onderwerp dat mij, als conservatief huisvader, geen danstype, b.b.h.h., geen ene moer interesseert. Mij was door het maandblad PSychologie dus een oor aangenaaid. Ad fl. 8, 25, een bedrag waarvoor je Volkskrant of NRC Handelsblad een volle week in huis krijgt, inclusief de contactadvertenties, een relationeel fenomeen dat best zonder de helpende handen van de wetenschap valt te analyseren. Kijk maar naar het stuk dat deze week in HP-De Tijd over hetzelfde thema is verschenen. Dat leert ons dat de relatiehongerige NRC-lezer over het algemeen 'een goede maatschappelijke positie' heeft, terwijl de hunkerende Volkskrantlezer daarentegen niet ongenegen is een LAT-relatie aan te gaan.

Als ik het niet dacht!

Aan het januarinummer van PSychologie werkten, blijkens het impressum, negen doctores, vier doctorandussen en een hoogleraar mee, terwijl het betreffende artikel over de contactadvertenties geschreven is door drs. Douwe Draaisma, verbonden aan de vakgroep Psychonomie van de Rijksuniversiteit Utrecht. Een triomf voor de wetenschap lijkt hij mij niet. Noch dat geincrimineerde artikel van hem. Noch het tijdschrift waarin dit artikel is verschenen. Het maandblad PSychologie pretendeert psychologie te bedrijven, het wordt aan de man gebracht met de platste reclametrucs uit de wereld der massacommunicatie en de auteur van het gewraakte stuk baseert zich niet zozeer op de grondslagen der psychonomie (de studie naar algemeen menselijke functies) als wel op de grondslagen van de sociologie van de kouwe grond, de academische discipline die proefondervindelijk aantoont dat de mens een overlevingskans van een op honderd heeft als hij, met de loden bal aan zijn voet, des nachts bij veertien graden vorst de Nieuwe Prinsengracht in springt.

Op zichzelf vormen contactadvertenties ongetwijfeld een bruikbare bron om wat wijzer over mens en maatschappij te worden. Mits je je onderzoek serieus aanpakt zoals bijvoorbeeld de psycholoog Wil Zeegers deed, schrijver van onder andere het boek Langs deze mij onsympathieke weg.

Hij heeft de gang naar de archieven niet geschuwd. Vroeger, in 1953 bijvoorbeeld, adverteerde de partnerzoekende, ongeveer als volgt: “Heer, 55 jr. P. G. in bezit van bromfiets z.k.m. sportieve dame”. Tegenwoordig wordt de partner-in-spe heel wat vrijmoediger toegesproken. Zie het voorbeeld dat ik gisteren aan Het Parool aantrof: “Hollandse niet onknappe niet gierige gezonde j. zakenman, 38 jaar, 1, 98 m, zoekt vaste relatie met beslist vurige vrouw of stel die langdurig teder vrijen en extreem groot geschapen geen bezwaar vinden. Discr. verz.”.

Andere tijden, andere zeden, zo heeft ons reeds het onderzoek van Zeegers geleerd. Hij heeft niet minder dan zestigduizend contactadvertenties in studie genomen. De psychonoom drs. Draaisma vond tweehonderd advertenties, honderd uit de Volkskrant en honderd uit NRC Handelsblad, al genoeg om tot 'markante resultaten' te geraken.

Wat blijkt?''Zowel in de NRC als in de Volkskrant wil de man een jongere vrouw.'' Zo markant is dit echter niet. De man wil namelijk altijd een jongere vrouw, een enkele veelvraat uit promiscue culturen daargelaten, want die wil het liefst verscheidene jongere vrouwen.

'Zeer markant' zijn eveneens de eisen die vrouwelijke partnerzoekenden ten aanzien van het opleidingsniveau stellen. De Volkskrantlezeres laat zich daar nauwelijks over uit, terwijl de meerderheid der NRC Handelsblad-vrouwen naar een academicus hengelt. Markant zou dit onderzoeksresultaat naar mijn mening pas zijn als de NRC-vrouwen zich het liefst aan een bootwerker of betonvlechter zag gekoppeld. Wat heeft de wetenschap nog meer voor ons in het vat? De Volkskrantlezer-es, is zo blijkt, een gedreven fietser en wandelaar. De favoriete sporten in het milieu van NRC Handelsblad zijn daarentegen golf, zeilen, skien, squash, bridge, hockey en paardrijden. Want er is immers sprake van 'uiteenlopende culturele circuits', legt drs. Douwe Draaisma uit. “Sportieve voorkeuren als skien, paardrijden of golfen vereisen een zekere materiele welstand die niet iedereen bezit. Het zal voor de in doorsnee hoger opgeleide en beter betaalde NRC-adverteerder eenvoudiger zijn dergelijke hobby's te onderhouden dan voor zijn lotgenoot in de Volkskrant.” Andermaal is sprake van een oorverdovende vanzelfsprekendheid, die trouwens helemaal niet zo vanzelfsprekend is, want misschien wil de doorsnee Volkskrantlezer, om welke reden dan ook, helemaal niet skien, paardrijden of golfen, misschien heeft hij gewoon de pest aan dit soort tijdsverdrijf en toert hij veel liever des zondags met zijn kinderen per rijwiel naar het Kalfje.

Andere markante onderzoeksresultaten biedt drs. Douwe Draaisma ons niet, behalve wellicht dat feitje over de openhartigheidsgraad in sexualibis, die aan de boorden van de Amstel wat groter is dan aan de boorden van de Maas.

Wat biedt het januarinummer van het maandblad PSychologie ons nog meer? Eline Vere blijkt aan een chronische depressie te hebben geleden. De bedrijfspsycholoog moet soms kiezen tussen de belangen van de werkgever en die van de sollicitant. Hoe hoger geklasseerd een voetbalelftal, hoe groter de kans op blessures. Roddelbladen hebben een goede neus voor wat mensen bezighoudt: “Uit een literatuurstudie van de student communicatiewetenschap Reesink komt naar voren dat het leesplezier dat roddelbladen schenken vergelijkbaar is met het kijkplezier van soap opera's op de televisie”. Ik, psycholoog, psychonoom noch student communicatiewetenschap, wist dat eigenlijk al allemaal voordat ik die fl. 8, 25 had neergeteld.

M'n centen terug!

    • Martin van Amerongen
    • D. Pranger