Soldaten! Amerika! Irak!

Vorige week was ik in Malaga, een stad in Zuid-Spanje aan de Middellandse Zee, waar het ook in december heerlijk weer kan zijn. Vanuit mijn hotel liep ik zaterdagochtend in de zon naar de boulevard. Het was nog voor tienen maar uit de verte zag ik al veel jongens die in rode broek en zwart t-shirt aan het joggen waren. Zeker een Engelse kostschool op vakantie, dacht ik nog. Opeens kwam er een netjes in de maat joggend groepje aan met een yellende aanvoerder. Op hetzelfde moment zag ik verderop een oorlogsschip liggen. Soldaten! Amerika! Irak! Oorlog! schoot het door me heen. Het Amerikaanse schip leek dichtbij maar pas na een kwartier lopen stond ik ernaast. Het heette de USS Inchon en op het dek stonden een stuk of vijftien legerhelikopters. Niet van die kleintjes zoals de politie heeft maar echt groene gevaartes zo groot als containers.

Niemand mocht zomaar op het schip. Een stukje van de kade was afgezet en er stonden soldaten op wacht. Ik vroeg aan een soldaat hoe lang ze al in Malaga lagen. Op dat moment zes dagen, vertelde hij. Gingen ze naar de Golf toe of kwamen ze ervandaan? Dat kon hij niet zeggen. Ik lachte en zei: “Je weet toch wel of je nu naar huis gaat of niet?” Hij vond het niet leuk dat ik dat zei: “Ach jongen, ze zeggen ons niks. We varen al maanden over de Middellandse Zee en misschien horen we morgen wat we gaan doen maar misschien duurt het ook nog een tijdje.”

Hij vertelde dat hij uit New York kwam maar hij was al maanden niet thuis geweest. Terwijl hij dat vertelde kreeg hij een beetje heimwee want hij vloekte en zei dat hij wel zin had om naar huis te gaan. Hij vroeg aan mij waar ik vandaan kwam en ik antwoordde: Holland. Waarvandaan in Holland, vroeg hij. Ik was verbaasd over zoveel interesse. Amsterdam, antwoordde ik. Hij knikte en dacht even na. Dat is een stad he, zei hij. Ja, hij was laatst ook iemand uit Amsterdam tegengekomen maar hij wist nooit precies of Amsterdam nu in Holland lag of Holland in Amsterdam.

    • Lucas Ligtenberg