Parijs blijft bij statuut Corsica

PARIJS, 4 jan. - De Franse regering houdt vast aan haar beleid van openheid dat moet uitmonden in een nieuw statuut voor Corsica. Dat werd gisteren bekend gemaakt na een speciale kabinetszitting onder leiding van president Mitterrand, die extra betekenis had gekregen nadat Corsicaanse seperatisten woensdagnacht een reeks van aanslagen op het eiland hadden uitgevoerd.

Zeker zeventig activisten van het nationale front voor de bevrijding van Corsica (FNLC) pleegden in de nacht van woensdag op donderdag zeven aanslagen op huizen en vakantiedorpen, die in vlammen opgingen. Er vielen geen slachtoffers. De Franse regering, speciaal door Mitterrand bijeengeroepen na de moord op een Corsicaanse burgemeester op oudejaarsvond, besloot een beperkt aantal Parijse politie-experts in de strijd tegen terrorisme naar het 'mooie eiland' te sturen. Verdere versterking van politie en justitie acht Parijs niet nodig. Op Corsica is al een politieman per 100 inwoners tegen een per 290 in de rest van Frankrijk.

Met hun spectaculaire aanslagen verbraken de separatisten van het FNLC het bestand dat ze sinds de herverkiezing van president Mitterrand in mei l988 in acht hadden genomen. Het gaat om een eenmalige actie, aldus het FNLC, als protest tegen het project van minister van binnenlandse zaken Pierre Joxe voor een nieuw statuut. Dit voorziet in versterking van de reeds tamelijk grote lokale autonomie op Corsica. Maar het belangrijkste onderdeel van het project-Joxe is de erkenning van het “Corsicaanse volk, als onderdeel van het Franse volk”.

Het FNLC is verdeeld over deze concessie, die overigens ook wordt afgewezen door de Franse rechtse oppositiepartijen. Deze verdeeldheid leidde in november tot een splitsing in de nationalistische gelederen. De militante seperatisten binnen het FNLC, de zogenaamde historische vleugel die de afgelopen jaren steeds een leidende rol heeft gespeeld, houden vast aan de gewapende strijd voor een onafhankelijk Corsica.

De FNLC wijst elke verantwoordelijkheid af voor drie recente moordaanslagen op twee burgemeesters en de voorzitter van een regionale landbouworganisatie. “Deze moorden zijn volledig in strijd met onze fundamentele waarden”, aldus een bekendmaking van het FNLC. De seperatisten vermoeden dat de moorden zijn gepleegd om harde maatregelen van de regering in Parijs uit te lokken. De laatste moord op de burgemeester van Soveria, is volgens de jongste geruchten een strikt lokale affaire die niets met de nationalistische beweging op Corsica te maken zou hebben.

De FNLC heeft in de jaren tachtig talloze bomaanslagen gepleegd op 'tweede huizen' van Fransen van het vasteland, eigendommen van buitenlanders en vakantie- en recreatieprojecten om te voorkomen dat Corsica het 'zonnebadcentrum' (bronzodrome) van Europa wordt. Achtereenvolgende regeringen hebben op verschillende manieren maar steeds zonder succes geprobeerd een einde te maken aan het Corsicaanse seperatisme. Voor het beleid van minister Joxe lijkt geen alternatief dan harde repressie mogelijk, en die weg wil de Franse regering kennelijk niet op.

Vorig jaar werden op Corsica 28 moorden gepleegd, waarvan er niet een is opgelost. Het grootste deel daarvan bestaat uit afrekeningen in het traditioneel omvangrijke criminele milieu. Dit aantal is volgens het ministerie van binnenlandse zaken niet beduidend hoger dan in voorgaande jaren het geval was. Politie en justitie stuiten bij hun onderzoeken steeds op de muur van zwijgzaamheid die Corsicanen tegenover buitenstanders optrekken. Wet en orde zullen worden gehandhaafd, zei een regeringswoordvoerder gisteren, maar de huidige, zoals gezegd, al zeer grote politiemacht wordt niet uitgebreid.