'Onderzoek aan DNA is voldoende betrouwbaar'

DEN HAAG, 4 jan. - De celbioloog prof. H. Galjaard heeft de commissie Herijking Wetboek van strafvordering (commissie-Moons) laten weten dat het DNA-onderzoek “voldoende betrouwbaar is” om in Nederland te worden ingevoerd. Dat twee monsters van een en dezelfde persoon afkomstig zijn, zal met bijna 100 procent zekerheid kunnen worden vastgesteld, aldus Galjaard.

In de overwegingen zegt de commissie dat het “onbevredigend” is als een verdachte veroordeling kan ontlopen door DNA-onderzoek te weigeren. “De belangen van het slachtoffer, diens nabestaanden en van de gemeenschap kunnen in geval van ernstige zeden- of geweldsmisdrijven zwaarder wegen dan het belang van de verdachte geen bloed of andere lichaamscellen af te staan”.

“Eigenlijk zou je iemand niet mogen dwingen lichaamsmateriaal af te staan voor een DNA-onderzoek”, zegt C. Sporken, emeritus hoogleraar medische-ethiek in Maastricht, “maar ik ben geneigd te zeggen dat andere belangen in dit geval zwaarder wegen dan de privacy van de verdachte. Wil je de orde in de samenleving handhaven, dan moet je de reele mogelijkheden benutten om schuldigen van onschuldigen te scheiden om ernstige misdrijven te bestrijden.”

Het is een afweging van belangen, stelt H. Kuiper, emeritus hoogleraar ethiek van de faculteit godgeleerdheid van de Vrije Universiteit: “Het verminken van een persoon is bij een DNA-onderzoek niet aan de orde. Het lijkt me dan ook zonder twijfel geoorloofd om naar dit middel te grijpen.” Hij acht het lastig precies af te bakenen bij welke delicten het wel en bij welke het niet zou moeten mogen: “Er is een soort natuurlijke grens bij misdrijven die een medemens schenden.”

Ook H. Dupuis, hoogleraar medische ethiek in Leiden, acht de schending van de integriteit van het lichaam van de verdachte bij een gedwongen DNA-onderzoek zo gering dat die opweegt tegen het maatschappelijk belang om vast te stellen wie schuldig is aan een ernstig delict. “Het gaat dan om delicten die een aanslag op de integriteit van een ander inhouden.” Dupuis maakt deel uit van de commissie medische ethiek van de KNMG, die in haar advies aan het hoofdbestuur een aantal voorwaarden heeft gesteld aan de toelaatbaarheid van een gedwongen DNA-onderzoek, met name als daarvoor bloed moet worden afgenomen. De commissie beveelt onder meer aan om meer onderzoek te doen om zonder bloed af te nemen even nauwkeurige resultaten te behalen. Als het onderzoek wordt verricht aan een nagel of haarwortel is immers geen medewerking van een arts nodig. De commissie-Moons heeft van de KNMG desgevraagd te verstaan gekregen dat het artsen vrijstaat hun medewerking te verlenen aan het gedwongen afnemen van bloed van een verdachte tegen diens wil.