NK-schaatsen op weergevoeligste baan

ALKMAAR, 4 jan. - Wim Zeekant, de organisator van de Nederlandse schaatskampioenschappen voor allrounders, heeft komend weekeinde een grote zorg: het weer. De KNSB durfde het aan om de nationale titelstrijd, die nota bene ook geldt als selectiedrempel voor de EK in Sarajevo (19-20 januari), dit jaar toe te wijzen aan Alkmaar. En de ijsbaan De Meent is misschien wel de meest weergevoelige schaatspiste die Nederland bezit.

Met een nieuwe stormdepressie in aantocht zou de vrees van Zeekant weleens gegrond kunnen zijn: de NK schaatsen dreigen naast een sportief gevecht ook een strijd tegen de elementen te worden. Met alle mogelijke gevolgen, zoals onvergelijkbare tijden, vandien.

Dat De Meent berucht is om zijn onheilspellende ligging kan ijsbaanbeheerder Wim Veenis bevestigen. “Als het KNMI opgeeft windkracht 8, dan is het bij ons ook windkracht 8. De ijsbaan ligt nu eenmaal dichtbij de Noordzeekust en precies op het zuidwesten. Er is een periode geweest dat we in de zuidelijke bocht om de haverklap geen ijs hadden. Dat kwam door de kap van de nabij gelegen tennishal. Die joeg de windkracht kunstmatig op. Als het in werkelijkheid 8 was, werd het in die bocht 12.”

In 1986 heeft de ijsbaan van Alkmaar 750.000 gulden geinvesteerd in een zogenoemd wind-warmte-hek dat de invloed van de elementen moet beperken. Veenis vergelijkt het met een radiator in een auto. Het oogt als een stalen hekwerk, dat wind tegenhoudt en de warmte van de koelmachines afvoert. Veenis: “TNO heeft de ijsbaan destijds in een soort windtunnel geplaatst en in samenwerking met ons deze constructie ontwikkeld. Het heeft geen navolging gekregen, omdat Thialf toen met een overkapping kwam. Niettemin kan ik stellen dat er door dat 'hek' een windreductie is van vijftig procent. Dus windkracht 8 wordt 4.”

Sandra Voetelink, die in Heerhugowaard op een steenworpafstand woont van De Meent, moet glimlachen als ze dit hoort. “Het scheelt inderdaad wel wat, maar niet zoveel.”

Pleidooi

De nationale titelstrijd en mogelijk ook de Europese kampioenschappen in Sarajevo - hoewel de baan daar beschut ligt tussen de bergen - geven weer aanleiding tot een pleidooi voor het houden van een grote toernooien op een overdekte baan. Hoewel de omstandigheden dan voor iedere rijder hetzelfde zijn en het publiek een stuk comfortabeler zit of staat, is het aantal voorstanders van ijshallen nog niet groot. Leo Visser: “Als je zo'n wereldkampioenschap kunt rijden als vijf jaar geleden in Inzell, dan blijf ik liever buiten. Lekker, in de frisse lucht.”

Kernploegcoach Ab Krook denkt er hetzelfde over. “Persoonlijk voel ik me heel happy buiten. Er gebeurt toch wat met een sport als je het alleen nog maar indoor gaat bedrijven. Het volleybal en het handbal hebben zich ook heel anders ontwikkeld toen het eenmaal binnen werd gedaan. Ik vraag me af hoe de massa het komend weekeinde reageert op de tijden die natuurlijk wat minder zijn. De insider zal een goede prestatie nog wel kunnen onderscheiden. Een tijd van 7.20 kan morgen op de vijf kilometer heel snel zijn.” Krook maakt zich geen zorgen over de mogelijke weersinvloeden op het selectiebeleid. “De sterken winnen altijd.”

Zeekant, de voorzitter van het gewest Noord-Holland-Utrecht en ex-pennigmeester van de KNSB, kan dat illustreren met een fraai voorbeeld uit de historie. Het grijpt terug naar de Olympische Winterspelen van Sapporo in 1972. De Siberische omstandigheden teisterden toen de ijsvloer en reduceerden de late starters tot kanslozen. “Op de tien kilometer koos Ard Schenk niettemin voor de laatste groep om aan te tonen dat hij absoluut superieur was”, weet Zeekant zich nog te herinneren. Kees Verkerk zette een scherpe tijd neer van 15.04.7. Hij leek zeker van zijn eerste gouden medaille, tot Ard Schenk hem in de laatste rit nog aftroefde in 15.01.34 en de stilist daarmee de frustratie van zijn leven bezorgde. Schenks derde gouden plak kreeg een diamanten rand.

Consequenties

Zeekant: “De elementen horen bij het schaatsen. Ik had in '95 graag een groot internationaal kampioenschap willen organiseren in Alkmaar. Dan bestaat het gewest Noord-Holland-Utrecht honderd jaar. Maar die plannen hebben we moeten wijzigen toen de bond in het kader van de overlevingsoperatie voor Thialf alle grote internationale evenementen tot het einde van deze eeuw heeft toegewezen aan Heerenveen. Ik ben het ermee eens dat die ijshal er is, maar het blijft vervelend om de consequenties daarvan te aanvaarden.”

De organisatie van de NK heeft met een begroting van tachtigduizend gulden over twee dagen zesduizend toeschouwers nodig om quitte te draaien. De vijftienhonderd plaatsen van de overdekte tribune gingen in de voorverkoop al weg, maar er zijn nog tienduizend (winderige) staanplaatsen te koop.

    • Erik Oudshoorn