Nieuwe identificatiemethode Nederlandse koe maakt 'schetsen' overbodig; Een agrarische paspoortaffaire

De laatste twee maanden was het Agrarisch Dagblad zeer de moeite van het lezen waard. Na alle landbouwschandalen van het afgelopen jaar waren andere dagbladen het kennelijk beu om uitvoerig te berichten over wat door menigeen 'de agrarische paspoortaffaire' wordt genoemd. Die benaming is niet alleen bedacht omdat onoplosbare problemen aan de horizon opdoemen, maar ook omdat niets minder in het geding is dan de identificatieplicht van de Nederlands koe.

Hierboven staat het 'paspoort' van Bouma 221 afgebeeld. Binnenkort moet ze door de wei met twee oormerken waarop haar persoonlijke gegevens in streepjescode zijn aangebracht, zo heeft de Stichting Gezondheidszorg voor dieren bepaald.

Tot nu toe kwam een tekenaar, door boeren 'schetser' genoemd, op het erf van de boerderij. Hij vroeg waar het pasgeboren kalf zich bevond en schetste vervolgens de landkaart van de koeiehuid. Een vlekje hier, een bles op de kop en een werelddeel op de schoft. En dat in ontelbare variaties. Op de wekelijkse schetsmiddag in het plaatselijke cafe liet de boer een schets op zijn genummerde schetskaart natekenen, wanneer een rund niet door geboorte maar door handel in zijn bezit was gekomen.

Deze vorm van identificatie voldoet niet meer volgens de Stichting, want er zit aan het begin en aan het einde van een koeieleven een mogelijkheid om te frauderen. Runderen jonger dan een jaar hoeven namelijk niet geregistreerd te worden. Verandert een kalf van eigenaar, dan is de termijn vier maanden. Als een kalf een besmettelijke ziekte blijkt te hebben, dan is niet na te gaan wie daarvoor verantwoordelijk is. Immers, de kalverhandel onttrekt zich (legaal) aan het moderne 'rekeningschrijven' en desgewenst blijven boer en handelaar anoniem voor elkaar.

Als zelfs de zieke kalveren uit de voormalige DDR niet aan de grens tegengehouden kunnen worden, dan lijkt het waarschijnlijk dat er allerlei andere vormen van zwendel zullen opbloeien. Zo is het niet ondenkbaar dat als Bertha 47 gust (niet drachtig) blijft, de boer toch de gegevens van bij voorbeeld een Bertha 48 opgeeft en daarvoor een oormerk ontvangt. Zelfs als een ambtenaar naar het oormerk van dat beest komt kijken, is er niets aan de hand, want hij controleert alleen de gegevens en niet het kalf.

Binnenkort moet van een pasgeboren kalf binnen een paar dagen aangifte worden gedaan. Kennelijk kon die maatregel alleen worden ingevoerd in combinatie met het nieuwe oorplaatjessysteem. Een en ander heeft met Europa '92 van doen; op 1 april van dat magische jaar stelt de EG de registratie van runderen verplicht voor alle dagen dat ze leven. En bij voorkeur zodanig dat een gevilde koe aan de slachthaak ook nog geidentificeerd kan worden. Een complicatie is nu dat runderen, vooral de slachtbeesten, hun bonte tekening langzamerhand aan het verliezen zijn, met als gevolg dat er steeds meer eenkleurige koeien komen.

Omdat vooral Frankrijk veel koeien met 'egale kleur' kent, ging een verslaggever van het Agrarisch Dagblad, de EG-idealen indachtig, kijken hoe het met de registratie daar gesteld is. In Parijs zijn ze verbaasd dat er nooit iemand van het Nederlandse ministerie van landbouw is komen praten, want de Fransen hebben al jarenlang ervaring met oorplaatjes. Van de streepjescode moeten ze na veel geexperimenteer niets meer hebben. Zij zijn er namelijk achter gekomen dat er nogal wat mee gefraudeerd werd. Bovendien zijn streepjes, in tegenstelling tot nummers, na een tijd niet meer te lezen vanwege het vuil (cynici spreken ook in dit geval over het mestoverschot) dat zich op de plaatjes gaat hechten. Om over de problemen met het streepjesleesapparaat nog maar niet te spreken.

Het echte ideaal is dan ook de geimplanteerde chip. De voormalige minister van landbouw, G. Braks, heeft ooit beloofd dat er in 1988 een goedwerkend registratiesysteem zou zijn. De gedachten gingen uit naar de geimplanteerde chip, maar de ontwikkeling daarvan duurde te lang. Vandaar de (tijdelijke) oplossing van de streepjescode. In Weert en Lunteren zijn proeven gedaan die leidden tot de opzienbare wetenswaardigheid dat “in veruit de meeste gevallen” runderen maar een oormerk verliezen. Als Bertha dus twee oorplaatjes aangemeten krijgt, houdt ze er vrijwel altijd een over.

Voor de PTT levert het nieuwe systeem een fikse order op, want de gegevens voor een oormerk moeten door de boeren telefonisch bij een computer aangemeld worden. In de folder van de Stichting wordt uitdrukkelijk vermeld dat dit kille specimen van moderne techniek met een vrouwenstem is uitgerust. Maar die vrouwenstem gaat alleen spreken als ze gebeld wordt met een druktoetstoestel dat voorzien is van een goedkeuringssticker van het ministerie van verkeer en waterstaat. Naar schatting zal de PTT op korte termijn 40.000 extra telefoontoestellen verkopen.

    • Hans Renders