Magnitogorsk

Om het boekje Naar Magnitogorsk van W. F. Hermans heb ik erg moeten lachen. Het gaat over een man met een fobie voor magneten, die echter zo wordt aangetrokken door de naam Magnitogorsk dat hij in een opwelling een vliegticket koopt. Wat hij in deze stad achter de Oeral hoopt te vinden, daarover heeft de man eigenlijk geen idee.

Als zoon van een communistische vader, die verkeerde in kringen van vooruitstrevende kunstenaars en intellectuelen, herinnert hij zich slechts dat vroeger bij hem thuis Magnitogorsk werd geroemd als de schitterendste overwinning van het marxistisch-leninisme. Dank zij de tomeloze inspanning van het Sovjet-proletariaat waren in Magnitogorsk uit het niets kolossale hoogovens en walserijen verrezen.

Eenmaal in Magnitogorsk moet de hoofdpersoon van het verhaal alles afgeven waarin ijzer of nikkel is verwerkt: zijn horloge, zijn aansteker, zijn bretels en zelfs zijn schoenen, want daarin zouden wel eens kleine spijkertjes kunnen zitten. Spoedig blijkt waarom deze maatregel wordt genomen.

In Magnitogorsk staat namelijk een reusachtige elektromagneet, die tot in de verre omtrek al het ijzer en nikkel met zo'n kracht aantrekt dat een gesp van een broekriem al voldoende is om iemand tegen de magneet te laten plat slaan. Jaren geleden heeft Stalin op aanraden van een natuurkundige de opdracht gegeven tot de bouw van deze elektromagneet.

De bedoeling was om het aard-magnetisch veld te verstoren en op die manier het verkeer in de kapitalistische landen te ontregelen. Een geniaal plan dat echter enkele fysische denkfouten bevatte, zoals na de bouw aan het licht kwam. Welke straf Stalin volgens Hermans voor de natuurkundige bedacht, zal ik hier niet verklappen.

In werkelijkheid heeft deze gigantische elektromagneet natuurlijk niet bestaan. Het is een verzinsel van Hermans, misschien nog het meest te vergelijken met de Landkruiser, waarvan de werking eens is uitgelegd door G. K. van het Reve. In Nader tot U beschrijft Van het Reve hoe zijn vader werd opgezocht door een man, die het Kremlin het ontwerp wilde doorspelen van een alles vernietigende machine: een stalen cilinder met een lengte van 200 en een middellijn van 100 meter, die aangedreven door rijdende geschutsbatterijen al voortrollend alles zou verpletteren wat er op zijn weg komt.

Heeft Hermans bij het schrijven van zijn novelle aan de vader van de Van het Reve's gedacht? Dat is zeer wel mogelijk, want de vader, G. J. M. van het Reve, was niet alleen iemand die in links-intellectuele kringen verkeerde, hij is ook een van de weinige Nederlanders geweest die Magnitogorsk hebben bezocht.

In zijn biografie Mijn Rode Jaren vertelt de oude Van het Reve wat hij in 1934 aantrof: “De naam Magnitogorsk betekent letterlijk Magneetberg. Wanneer men deze berg met een kompas gewapend onverschillig uit welke windstreek ook nadert, dan wijst de naald van het kompas niet naar de Noordpool, maar naar de magneetberg.”

Het gaat dus in werkelijkheid niet om een reusachtige elektromagneet, maar om een berg van magnetisch geladen ijzererts. Het gaat niet om een krankzinnig idee van vadertje Stalin, maar om een gift van moedertje natuur. Ook Jef Last heeft in Het Stalen Fundament uitgebreid over Magnitogorsk geschreven. Het is een van de meest onzedelijke boeken uit de Nederlandse literatuur en het schijnt dat Last later de publikatie ervan heeft betreurd.

Stoer gebeeldhouwde arbeiders hebben blote bovenlijven, waarop zweetdruppels parelen in de immer schijnende zon. Over het optreden van het Rode Leger schrijft Last: “Zooals men, vol afschuw, een wandluis dooddrukt, die zich aan het menselijk bloed heeft volgezogen, zoo drukte de Russische Revolutie de parasieten dood, die van het bloed der natie hebben geleefd.”

Zelfs de werkkampen praat Last goed. “Men moet”, schrijft hij, “al een ingewijde zijn om het verschil met een gewoon kamp voor houthakkers op te merken. Dat plaste en waschte zich daar in het riviertje, dat lag me gezellig in het gras naar de harmonika te luisteren alsof men van de prins geen kwaad wist en alleen maar gezellig zijn vakantie doorbracht in de bosschen.”

Last heeft dit tafereel met eigen ogen gezien, waaruit blijkt dat de feiten van de een minder waar kunnen zijn dan de verzinsels van een ander.