KROON-BRIOCHE

Driekoningen. Een prachtige feestdag, dat kinderen een excuus verschaft voor een bedeltocht langs de deuren. Als we met een vracht lekkernijen huiswaarts keerden, wachtte ons de Driekoningentaart. Daarin was een boon verstopt.

De gelukkige vinder werd tot koning of koningin gekroond en voor de rest van de dag ontslagen van karweitjes. Dit gebruik stamt vermoedelijk uit de Romeinse tijd, toen de feesten ter ere van Saturnus een gesanctioneerde gelegenheid vormden voor overtreding van wetten en geboden en de vinder van de boon werd uitgeroepen tot dagsymbool van burgerlijke ongehoorzaamheid. Een soort Prins Carnaval dus. De traditie is in heel West-Europa bewaard gebleven, zij het dat in Portugal de boon in het koningsbrood (bolo Rei) minder begeerlijk is dan elders. De vinder moet daar namelijk het brood van het volgende jaar betalen. Koningsbroden en -taarten (gateau des Rois) treffen we ook in diverse gedaanten aan in Belgie en Frankrijk. De onderstaande beschrijving van een kroon-brioche is een variatie op een Frans recept.

Nodig: 15 g gist (een half zakje gedroogde gist) 5 eetlepels melk 25 g basterdsuiker 85 g roomboter 250 g bloem 1 ei 1-2 theelepel zout 2 eetlepels amandelschaafsel 1 (amandel)boon eventueel 3 eetlepels poedersuiker

Verwarm de melk tot 'handwarm' (40 graden Celsius) en los daarin de gist en de suiker op. Smelt de boter en laat deze wat afkoelen. Doe de bloem in een kom, voeg de gistoplossing, het ei, de boter en het zout toe en kneed dit alles tot een heel soepel deeg. Dat mag met de hand, maar met de deeghaken van een mixer bent u sneller af. Dek het deeg af en laat het op een warme plaats een uurtje rijzen. Vet intussen een briochevorm in. Druk het gerezen deeg met de handen plat en verdeel het in acht stukjes. Vorm deze stukjes deeg tot bolletjes en verstop in een daarvan de boon. Leg een eerste bolletje in het midden van de briochevorm en drapeer hieromheen en deels hierop zes andere bolletjes. Dit kunstige bouwwerk wordt bovenop bekroond met het laatste bolletje. Het deeg moet op een warme plaats nu verder rijzen (een klein uur). Verwarm de oven voor op 220 graden Celsius. sproei met een plantenspuit een nevel van waterdruppeltjes over de brioche en strooi er het amandelschaafsel over. Bak de brioche in het midden van de oven in 30-35 minuten goudbruin en gaar. De brioche is gaar als het gebak hol klinkt wanneer u er tegenaan tikt. Laat de brioche op een rooster uitdampen. Desgewenst kunt u de bovenkant met wat glazuur bestrijken, dat u kunt maken door al roerende water te druppelen op poedersuiker.

    • Annelène van Eijndhoven