Kort

Djuna Barnes: Ladies Almanack. Uitg. Furie, 103 blz. fl. 29, 50

Lisa Alther: Een vrouw van vlees en bloed. Uitg. Contact, 344 blz. fl. 34, 90

Penelope Lively: Het voorbijgaan. Uitg. De Prom, 206 blz., fl. 32, 50

Colin Thubron: Vallen. Uitg. De Arbeiderspers, 174 blz. fl. 29, 90

Stephen Spender: Binnenwereld. Uitg. Amber, 336 blz. Prijs fl. 45, -

Deirdre Bair: Simone de Beauvoir. Uitg. Anthos-Lannoo, 824 blz. fl. 69, 50

Na 62 jaar is er dan eindelijk een Nederlandse vertaling van Djuna Barnes' bijzonder vermakelijke Ladies Almanack. Het boek heeft alles in zich om een lesbisch cult-boek te zijn, maar de harde waarheid is dat zelfs de Engelse editie al jaren niet meer gedrukt wordt. Martha Vooren heeft zich nu aan de vertaling gewaagd en heeft zich prima en vindingrijk van een moeilijke taak gekweten. Zo werd 'Bounding Bess' bij Vooren 'Hoos Hollewaai', en het dubbelzinnige 'Slips of the Tongue' werd 'de Wijze waarop zij haar tong roerde'. Barnes' boek is geen gewone vertelling, ze verpakte een satire op de literaire dameskringen rond Natalie Barney in het Parijs van de jaren twintig in een vrolijke, onorthodoxe almanak. Renate Dorrestein ontleende aan het boek de vorm voor haar even dwaze Voor alles een dame. Dat de Ladies Almanack niet de bijbel der vrouwenliefde is geworden komt misschien door Barnes' soms niet dadelijk te volgen bloemrijke fantasieen en de wendingen in haar lofzang op de lesbische liefde. “And if all's well, then ends well all ends up!” - “En als alles wel is, dan moet de Weldaad bij het woord gevoegd.” Ingenieus.

Djuna Barnes: Ladies Almanack. Uitg. Furie, 103 blz. fl. 29, 50

Oneindig veel tobberiger vergaat het de twee oude getrouwde vriendinnen in Lisa Althers nieuwe roman Een vrouw van vlees en bloed, die te langen leste ook in elkaars armen het geluk vinden - “Met lome ogen keek Clea hoe de ronding van Elkes rug afdaalde tot haar middel en dan weer rees naar haar witte billen. [-] Elke, die een opvlieger had, lag op haar buik op het voeteinde van het bed, haar zilveren haar nat van het zweet.”

Alther verrichtte destijds met Kinflicks, net als Erica Jong met Fear of Flying, in de jaren '70 pionierswerk door openhartig over seks te schrijven. Gevreesd moet worden dat beider belang ook vooral in dat pionieren ligt, en niet in het literaire. Het nu vertaalde boek, een vertaling van Bedrock, munt niet uit in psychologisch of verbaal siersmeedwerk maar beschrijft nogal plomp een mid-life-crisis en een leeg-nest-syndroom, huwelijkse verveling, een sekte van lesbische holisten, en het benauwde van Amerikaans dorpsleven ver van de kunst en de beschaving. Zwaar contrast, een altijd probaat stijlmiddel, heeft Alther liever dan de nuance. Clea is een levenslustige fotografe van oppervlakkige mooiplaatjes voor reisfolders, Elke een zwaarmoedige beeldend kunstenares die met haar sombere werken niet kan loskomen van haar barre oorlogservaringen. Je voelt de symbiose 344 bladzijden lang aankomen.

Lisa Alther: Een vrouw van vlees en bloed. Uitg. Contact, 344 blz. fl. 34, 90

“Het eeuwige leven is een schrikwekkend idee - vooral in moeders geval.” Een van de drie hoofdpersonen in Het voorbijgaan van Penelope Lively is al dood. Moeder wordt in het eerste hoofdstuk begraven. Maar dat wil niet zeggen dat zij daarmee ophoudt haar kinderen te kwellen. Helen, bibliothecaresse en uiterst volgzaam, en Edward, enigszins wereldvreemd en leraar, beiden ongetrouwd, leven samen verder in het oude ouderlijk huis in de Cotswolds en horen nog altijd haar monkelende, pretbedervende stem opklinken. Langzaam en goed gedoseerd onthult Lively, wier talent zelfs een rammelende vertaling ('milieuconservatieven'!) goed doorstaat, de kleine moederlijke wreedheden die de levens van haar kinderen beslissend beinvloedden.

Deze onderhoudende roman met zijn onaanlokkelijke omslag krijgt een haast spannend einde als Helen (52) een liefdesrelatie lijkt aan te gaan en Edward (49) een kind van de plaatselijke grof-geld-proleet onzedelijk betast en daarmee gechanteerd wordt. Broer en zus raken geschaad, maar niet verwoest door de gebeurtenissen - en eindelijk hebben ze ondertussen, ongemerkt bijna, moeders juk afgeschud.

Penelope Lively: Het voorbijgaan. Uitg. De Prom, 206 blz., fl. 32, 50

Wie kiest er nu zoiets kitscherigs als een circusartieste, een trapezewerkster uit om een serieuze roman over te schrijven? Die dan ook nog de titel Vallen (Falling) krijgt? Colin Thubron, vooral bekend als auteur van reisliteratuur (China, USSR), laat in zijn roman een journalist genadeloos vallen voor een circusmeisje, 'Clara de Zwaluw'. Zijn oude vertrouwde vriendin Katherine, een kunstenares, bedriegt hij (laat hij vallen) tot zijn eigen verbazing zonder al te veel gewetensnood. De roman zet sterk in met de verkenning door de journalist van zijn nieuwe onderkomen, een gevangeniscel. Van daaruit vertelt Mark Swabey zijn verhaal, heel af en toe wordt het perspectief gelegd bij een van de andere betrokkenen.

Tegen de eerste verwachting in wordt niet de acrobatiek voorgesteld als een goedkoop, verachtelijk beroep, maar juist de journalistiek - “Woorden om lichamelijke schoonheid te prijzen hebben we niet meer. (Mijn vak heeft tot hun verdwijning bijgedragen.)” Inderdaad ontsnapt Thubron niet helemaal aan de kitsch waar hij de verliefdheid van Mark voor de mooie Clara in haar omgeving van klatergoud, glitter en glamour beschrijft. Het drama in de laatste hoofdstukken daarentegen, met alle wanhoop en ontreddering, ontvouwt hij met schitterende eenvoud. Misschien jongleert de schrijver iets te opvallend met zijn symbolen: Clara lijkt hoog in de nok van het circus op een engel, en Katherine werkt maandenlang aan een gebrandschilderd kerkraam dat wie anders dan... Lucifer uitbeeldt.

Colin Thubron: Vallen. Uitg. De Arbeiderspers, 174 blz. fl. 29, 90

“Nu ik overlees wat ik geschreven heb, vraag ik me af of het niet beter was geweest als ik van mijn autobiografie een roman had gemaakt”, voegde Stephen Spender in 1950 weifelend toe aan zijn zojuist voltooide World Within World. Al op zijn veertigste legde hij in dit boek rekenschap af van zijn daden en gedachten. De schrijver, nu bijna 82, koos 'een klein aantal onderwerpen' om te behandelen in Binnenwereld: “liefde, poezie, politiek, het literaire leven, mijn kinderjaren, reizen en de veranderende instellingen ten aanzien van morele problemen”.

Spenders autobiografie is laat vertaald, waarschijnlijk in het kielzog van het onverwachte succes dat The Temple, een lang door de auteur verborgen gehouden roman, nu heeft. Het boek is prachtig, beminnelijk en absoluut nog niet gedateerd. In zijn fraaie heldere stijl roept Spender een levendige periode op die nog steeds in Europa van invloed is. Zijn reizen, liefdes en vriendschappen met de Woolfs, de Nicolsons, Isherwood, Auden, Yeats en andere literaire grootheden spelen zich af tegen een opdringerige achtergrond van politieke roerselen. Aan de Spaanse Burgeroorlog neemt hij zijdelings deel als een teergevoelige idealist tussen rabauwen en communistische dogmatici. In Duitsland geniet hij van de Freikorperkultur maar hij voelt nog heviger de dreiging van de Weimardammerung: “De spanning, de armoede, de prostitutie, de hoop en wanhoop lagen in Berlijn op straat. Het zijn de schaamteloos rijken in de chique restaurants, de prostituees met legerlaarzen op de straathoeken, de stoeten verbeten, armoedig uitziende communisten en de agressieve jongeren die plotseling uit het niets op de Wittembergplatz verschenen en 'Deutschland erwache!' schreeuwen.”

Stephen Spender: Binnenwereld. Uitg. Amber, 336 blz. Prijs fl. 45, -

Zo politiek bewust als Stephen Spender in de jaren '30 was, zo volstrekt onnozel waren Sartre en Simone de Beauvoir. Sartre was meer betrokken bij zijn jojo in die tijd, en de Beauvoir vond politiek 'stomvervelend, doodsaai'. Uit de grote biografie Simone de Beauvoir van de Amerikaanse Deirdre Bair rijst Sartres levensgezellin op als een plompe, onhandige, onbeleefde maar werkzame en heel intellectuele vrouw. 'Het meisje met het mannenbrein' zoals haar vader haar niet complimenteus noemde.

Veel nadruk legt Bair op de Beauvoirs van haat vervulde besef dat ze van bourgeois-afkomst was, opvallend weinig aandacht krijgt de onverschillige houding van de beide filosofen tijdens de Duitse bezetting - “Hun lei is niet helemaal schoon, maar vuil is anders.”

De biografe heeft niet geprobeerd 'Castor' vast te prikken op een beperkt aantal karaktereigenschappen door als het ware haar leven door een trechter te gooien, ze heeft het breed en vol gelaten. Het boek neigt naar de fenomenologische biografie, maar daarvoor heeft Bair er gelukkig toch te veel opinie ingestopt. Ze voerde tussen 1980 en de dood van de schrijfster in 1986 ontelbare gesprekken met haar en las alles wat van en over de Beauvoir gepubliceerd is, waarna ze nog vier jaar nodig had voor het opschrijven. Haar aanpak is droog-academisch, maar haar stijl is er uitstekend leesbaar bij gebleven, soms zelfs bijna gezellig.

Deirdre Bair: Simone de Beauvoir. Uitg. Anthos-Lannoo, 824 blz. fl. 69, 50

    • Margot Engelen