Hoogleraar in de klinkkunde

“Klei moet een van de laatste journalisten zijn die zijn kopij nog altijd op de schrijfmachine tikt.” Aangezien ik mijn kopij ook nog altijd op de schrijfmachine tik, is hiermee bewezen dat het tikken (in plaats van tikt) en hun (in plaats van het tweede zijn) had moeten zijn.

H. J. Verkuyl, hoogleraar semantiek en Nederlandse taalkunde te Utrecht, rangschikt deze veel voorkomende constructie - ik kwam haar in december tien maal tegen - in het tijdschrift Onze Taal onder de zogenoemde Heldringiana. Meestal duidt het achtervoegsel -ana (of -iana) op eigenaardigheden van de persoon achter wiens naam het geplaatst wordt. Verkuyl laat het echter slaan op door mij gesignaleerde eigenaardigheden in de taal van anderen. Oneigenlijk gebruik?

Hoe dit ook zij: hij is het niet oneens met mijn kritiek op de veel voorkomende constructie waarvan ik in de aanhef een voorbeeld gaf. Maar hij vindt het niet zozeer een taalfout als wel een 'aandachtsfout'. Die term wil ik wel overnemen. Mijn maandelijkse rubriek gaat dan ook voornamelijk over denkfouten zoals die zich in de taal manifesteren. De kop boven het eerste artikel waarin ik een bloemlezing van zulke denk- taalfouten gaf, luidde niet voor niets: 'Kwestie van even nadenken'.

Kan ik hier Verkuyl nog wel volgen, dat kan ik helemaal niet wanneer hij die constructie, hoewel zij onlogisch is, soms toch wel billijkt, omdat zij beter klinkt dan de juiste versie. Zo schrijft hij: Hij was een van de eersten die in de vergadering koffie kregen vind ik zelfs minder goed klinken dan Hij was een van de eersten die in de vergadering koffie kreeg.''

Hier wordt goed klinken tot criterium in de wetenschap verheven! Is Verkuyl soms musicoloog? Nee, hij is hoogleraar in de taalkunde en in de semantiek (= de leer van de betekenis van woorden). Nu, als hij zijn studenten beoordeelt op het goed klinken van hun taal, geef ik niet veel voor de Utrechtse neerlandici.

Intussen is het heel wel mogelijk dat de bewuste constructie, hoewel aantoonbaar onlogisch, langzamerhand zo ingang heeft gevonden, dat de juiste constructie raar wordt gevonden. Zo citeert Bart Hageraats in De stoelendans rond Jan Romein de volgende zin: “Naar sprekers oordeel is dit een van de onaangenaamste dingen, welke in Nederland na de crisis naar voren zijn gekomen”, achter zijn tussen haakjes het woordje sic plaatsende, waarmee hij aangeeft dat hij (Hageraats) niet verantwoordelijk is voor deze fout. Maar het is helemaal geen fout! Of is sic hier oneigenlijk gebruikt, als een soort knipoog: Kijk eens, hier is die fout eens niet gemaakt!

Nu de andere merkwaardigheden die mij in december onder ogen kwamen: “In dat verband kon ik tot geen andere conclusie komen dat de boeken die ik over Emma en Wilhelmina heb geschreven, kennelijk veel inspiratie hebben opgeleverd”. Zonder dan staat hier onzin.

“De Utrechtse oud-historicus J. H. Thiel placht ons, aankomende classici, in te peperen dat niettemin Draco beslissend heeft bijgedragen aan het meest onmisbare goed voor iedere samenleving, de rechtszekerheid.” Waarom moest dat die arme studenten ingepeperd worden? Was ingeprent dan niet voldoende?

“Op 18 maart 1987 hield de politie hem aan tijdens het posters plakken en moest vier uur in de cel blijven.” Tja, wanneer de politie posters plakt, moet zij natuurlijk de cel in.

“Vladimir Vojnovitsj voert hem in zijn roman zelfs in een nauwelijks verhulde vermomming op.” Vermommingen zijn toch meestal zelf niet verhuld, maar verhullend?

“Zeker zo aardig vind ik het feit dat van de zeven groepen er drie door een vrouw wordt voorgezeten.” Wordt?

“Een gouden, christelijke tijd was een mythe, maar heeft nooit bestaan.” Nee, anders zou het geen mythe zijn.

“Door uw hulp zijn wij erin geslaagd het woonklimaat op niveau te houden en aan de zorg nog iets extra's toe te kunnen voegen.” Het woonklimaat is dus op niveau gehouden, maar of aan de zorg nog iets extra's is toegevoegd, is nog de vraag (want daar wordt alleen maar over kunnen gesproken).

“De westerse veiligheidsorganisatie, opgericht om agressie te voorkomen en zo nodig het hoofd te bieden... “ Een zelfde woord (agressie) gebruikt als lijdelijk en als meewerkend voorwerp.

“Degenen die dat anders zagen werden door het politieke bureau de mond gesnoerd of uitgerangeerd.” Werden zij gesnoerd of werd hun de mond gesnoerd?

“Evenals Larsson heeft Zorn lange tijd in Frankrijk gewoond en zijn beiden beinvloed door de toen heersende internationale stijlen.” Wie behoren tot die beiden? In elk geval niet Larsson, want “evenals Larsson... zijn die beiden beinvloed”.

“De media, altijd paraat met camera's en microfoons zodra 'boze boeren' met hun tractoren op weg gaan naar het regeringscentrum, treffen voor de scheve beeldvorming zeker blaam.” Trefzekere media. Ook trefzekere blaam?

“Zulu's verjagen Nelson Mandela in woonoord.” Maar waaruit dan?

“Het is dit soort gevoelens van bedreiging die politici en anderen ertoe brengt te pleiten voor een culturele paragraaf in het Verdrag van Rome.” Ik zou zeggen: dat in plaats van die.

“Zo werd de noodzaak weerstand te bieden tegen het expansionisme van de Sovjet-Unie de gangbare rechtvaardigingsgrond voor de NAVO, terwijl de Sovjet-Unie - en later het Warschaupact - heel lang volhielden dat zij uitsluitend waren opgericht om zichzelf te verdedigen tegen wat toen nog het imperialisme heette.” Werd ook de Sovjet-Unie opgericht om zich tegen het imperialisme te verdedigen? (Ik zou ook zeggen: weerstand bieden aan.)

“We hebben de vraag nog niet behandeld, waarom Piet Zuidema stopt. Naar ik verneem, vindt hij het na zoveel jaar welletjes en wil hij niet verstarren. Nonsens! Hij moet snel op z'n malle besluit terugkomen.” Op? Van is toch zeker bedoeld?

“De westerse - in belangrijke mate door bezorgdheid over de olievoorziening ingegeven - verontwaardiging over de Iraakse bezetting van Koeweit en de aantasting van de internationale rechtsorde aldaar, moeten zeker in het Midden-Oosten een hypocriete indruk hebben gemaakt.” Taalkundig klopt het, maar wie de toestand enigszins kent, begrijpt dat er moet, in plaats van moeten, had moeten staan.

“De GGD heeft de man een kwartier lang gereanimeerd, maar dat mocht niet baten.” De GGD heeft de man dus niet gereanimeerd.

Met germanismen houd ik me in deze rubriek niet bezig (omdat het geen denkfouten zijn), maar nu ik me zelf er laatst aan bezondigd heb, wil ik die zonde toch even signaleren. Op 21 december vertaalde ik een passage uit een Duitse krant aldus: “Tevergeefs had Lubbers verzocht de Belgen en Luxemburgers voor zijn kritiek op Kohl en Mitterrand te winnen”. Er stond: versucht.

Met geslachtsverwarringen houd ik me ook niet bezig, behalve weanneer ze gebrek aan logica vertonen, zoals hier: “Zij waren verontrust over de moderne tijd met al haar voortbrengselen en zijn pracht en praal”.

    • J. L. Heldring