Hamlet met een koppelriem; Het theater van het Amerikaanse westen

Nu liggen de theaters van het Amerikaanse westen er verlaten bij onder de wijde hemel. De jaren van hun glorie waren halverwege de vorige eeuw, tijdens de goldrush, zo tussen 1850 en 1875. Een kwart miljoen mannen liet zich door een enkele vondst van goudkorrels en vooral door een ongebreidelde geruchtenstroom het hoofd op hol brengen en zocht heil en fortuin in Montana, Nevada, Utah en vooral Californie.

LEAD Theatre West: Image and Impact. Edited by Dunbar H. Ogden. DQR Studies in Literature. Uitg. Rodopi, Amsterdam-Atlanta, Georgia. 254 blz. Prijs fl. 37, 50.

Tijdens de 'goldrush' beleefde het Amerikaanse theater hoogtijdagen. De goudzoekers waren niet alleen maar rauwe kerels, maar hadden ook belangstelling voor Shakespeare en de Bijbel. Op hete nachten in juli luisterden ze bij voorbeeld naar een voordracht van Dickens' 'A Christmas Carol'. Onlangs verscheen een boek over het negentiende-eeuwse Amerikaanse toneel.

Colorado is een van de drie rechthoekige staten van Amerika, en juist in het midden daarvan, op het snijpunt van de diagonalen, ligt hoog in de Rocky Mountains het gehucht Central City, ooit gesticht door pioniers. Iets van weerbarstigheid leeft nog voort in de nauwe, rechte straten met aan beide zijden huizen met gevels die, zoals alle gevels in het middenwesten, herinneren aan toneeldecors. De boardwalk is overdekt met een galerij die rust op sierlijke, ijzeren pilaren. Op de ruwhouten planken moeten de laarzen van de cowboys zwaar en massief weerklonken hebben, met rinkelende sporen.

Wat opvalt is de stilte die heerst in het voormalige stadje van de gelukzoekers. Een paar jaar geleden heb ik er een middag doorgebracht op zoek naar de theaters van het Amerikaanse verleden, en er niemand gezien behalve enkele bezoeker in een cafe en een man die heen en weer raasde door de hoofdstraat in een oude stationwagen Cadillac met buffelhorens op de motorkap.

Vitrines in dezelfde straat toonden foto's van mijnwerkers en goudzoekers. Mannen met zwarte, gelooide koppen waarin hun ogen helder blonken. Een treintje bracht me, enige belangstellende, in het diepst van een berg waar anderhalve eeuw geleden een goudader was ontdekt. In het steen was de loop van de voormalige ader nog te zien. Net de grillige bedding van een drooggevallen rivier.

Hadden de mannen die hier in het inwendige van massieve rotsen werkten 's avonds behoefte aan theater? Of verkwistten ze hun geld in de saloon, waar ze spiegels aan barrels schoten en uit graan gestookte bourbon dronken, de werkelijke killer onder de drank? Ik laat nu niet uit al die ruwe bolsters blanke pitten te voorschijn barsten, toch kende het Amerikaanse westen in haar wildste jaren een bloeiend theaterleven. Er zijn tal van stadjes die zich met Colorado City kunnen meten, zoals Nevada City, Californie, waar zich het fraaie oudste theater van die staat bevindt, Leadville en Steamboat Springs, beide in Colorado, en Salt Lake City in Utah.

Theaters zijn ook een soort kerken, met dit verschil dat je er geen kaarsen kunt aansteken. Zoals anderen in elk buitenlands stadje een kerk binnengaan, zo ga ik elk theater binnen, hoewel me zelden meer is vergund dan een blik in de foyer. Gelukkig trof ik het gunstiger in Colorado City.

Het is ongelooflijk te bedenken dat in deze kleine roodfluwelen schouwburg, gebouwd volgens het aloude principe van de bonbonniere, befaamde operazangers, dansers en acteurs uit Europa schitterden. Isadora Duncan trad er op, ook Edmund Kean, de Franse acteur die toneelspelen tot een ervaring 'larger than life' maakte en George Pauncefort, een Amerikaanse Ko van Dijk, die op hete avonden in juli aan de kolonisten A Christmas Carol voordroeg van Dickens. Per koets en later per de trein maakten ze hun tournees. Het repertoire bestond uit enkele onverwoestbaar klassieke stukken als Hamlet, Macbeth, The Merchant of Venice, Medea en Orestes. Er bestaat een ongedateerde foto, vermoedelijk uit de tweede helft van de vorige eeuw, waarop drie witte paarden met pluimen op het hoofd een kar trekken met daarop het spandoek Hamlet Tonight. De plaats die de reizende toneellieden aandeden was Sonora, Californie.

Leegte

Sleutelwoord van de verovering van het Amerikaanse westen is het begrip frontier. Dat is niet zomaar een grens, het is de telkens voortschuivende westerse beschaving die gewonnen werd op de Indianen. Het Amerikaanse theater van de frontier getuigt van individualisme, drang naar onafhankelijkheid, het verlangen naar fortuin en geluk, gekoppeld aan optimisme dat niet kapot te krijgen was. Het zijn tegelijk de ingredienten van de Amerikaanse mythe van the golden West, waarin vrijheid en een intense band met de natuur het hoogste goed vormden.

“De Amerikaanse sociale ontwikkeling”, schrijft Frederick Jackson Turner in 1893 in zijn belangwekkende essay The Significance of the Frontier in American History, “begint telkens opnieuw bij de 'frontier'. Deze onafgebroken wedergeboorte, deze beweeglijkheid van het Amerikaanse leven, deze expansie in westelijke richting, dit voortdurende contact met eenvoud en primitiviteit, geeft aan het Amerikaanse karakter zijn kracht. - In dit opzicht is de 'frontier' de uiterste grens - de ontmoetingsplaats tussen wildernis en beschaving.” In de goudzoekers die deze grens voor zich uit schoven als een kind een stuk wrakhout over het strand verenigden zich twee kenmerken die nog altijd voor de Great West gelden: zij profeteerden de nieuwe wereld en tegelijkertijd verwezenlijkten zij haar.

Indianen spelen een belangrijke rol in het Amerikaanse theater. De eerste, door de kolonisten zelf geschreven stukken handelen over de strijd van blanke kolonisten tegen felle roodhuiden, een thematiek die tot op heden is terug te vinden in de westerns. Deze stukken, geschreven omstreeks 1860-70, zijn melodrama's vol romantiek, waarin de kolonist en zijn sterke, nooit van de zijde van haar man wijkende vrouw de ontberingen en beproevingen van zowel de wildernis als van de Indianen doorstaan. Net zoals het klassieke theater begon het Amerikaanse met monologen, vervolgens nam men de stap naar de dialoog en ten slotte werd het derde personage geintroduceerd, waardoor er een conflict ontstond en er sprake was van theater. De taal was geent op de Bijbel en Shakespeare, de enige twee boeken die meegetroond werden in de huifkarren en hutkoffers van de pioniers.

Het theater van het westen verschilde in een opzicht fundamenteel van het Europese toneel van verzenzeggerij. Langs de Barbary Coast, zoals de westkust ooit heette, speelde men geen stukken vanuit het oogpunt dat ze eindeloos gereproduceerd konden worden. Schouwburgzaal of de open speelplek in bos of prairie vormden een extra wapen in de strijd om beschaving. Toneel was een activiteit van de kleine, nieuwe gemeenschap, en geen passief amusement ondergaan in de pluche zetel van een Westeuropees barok theaterhuis.

Californie bereidde zich aan het eind van de vorige eeuw voor op een unieke missie, waarvoor de jonge staat het theater niet kon missen. Californie moest de bloem worden van de modernste en prilste beschaving van de wereld. De Bohemian Club, een gezelschap bestaande uit mannen van intellect, gebruikte het toneel als plek om de strijd om het bestaan uit te beelden en cultuur te brengen. Journalisten, zakenlieden en enkele artiesten schreven toneelstukken die het conflict verwoordden tussen de Held (de pionier) en alle gevaren die hem bedreigden, kortweg Zorg geheten. Handlangers van Zorg waren bij voorbeeld ziekte, uitputting en dood. Uit deze zelfgemaakte stukken onstond geleidelijk een officieel theater met kostuums en decors. Saillant detail is dat Zorg in een later stadium niet, zoals in het allereerste begin, grofweg verslagen wordt maar dat dit allegorisch personage langzaam verandert in een vriend van de mens met wie hij in het reine moet zien te komen. Onmiskenbaar is dit de invloed van de Bijbel.

De naam Bohemia zal men in Californie niet als geografische locatie terugvinden; Bohemia is overal waar de natuurlijke schoonheid van het landschap de mens helpt herinneren aan het verworven geluk in het nieuwe land. Elke heldere dag, bij ondergaande zon, zie je vanaf Telegraph Hill aan de baai van San Francisco, de valleien van dat utopische land liggen...

Bronnen van inspiratie voor de Bohemian Club waren schrijvers als Goethe, Schiller, Shakespeare en Byron. Schreef deze laatste niet in een van zijn brieven dat de grootste rechtvaardiging van het leven is het 'najagen van Sensatie', opdat het verdriet dat aan alles kleeft wordt overwonnen?

Prooi

Het Amerikaanse theater van het westen is goeddeels verdwenen. In de kleine opera- en toneelhuizen vallen de kalkbrokken van het eens rijk gedecoreerde plafond op de fluwelen zetels. Niets is zo snel voorbijgetrokken als de korte, rijke en verkwistende periode van de goldrush. De duurste schouwburgen zijn nu ten prooi aan het ergste dat een kleine stad met een roemrijk verleden kan overkomen: aan wind, schurend zand van de prairie, de tand des tijds, kortom, om te verworden tot een ghost town. Een verzameling half ingestorte huizen, winkels en gebouwen waar geen teken van leven te bekennen is. De hitte en de stilte van de middag zijn bijna gewelddadig. Een deur hangt knarsend in zijn hengels. Autowrakken met uitgebrande stoelen in het droge, ritselende gras.

Wat nog over is van het theater van de pioniers zijn de wild-west shows, omstreeks de eeuwwisseling beroemd gemaakt door de onverschrokken Buffalo Bill. Blanken tegen Indianen, door Sioux overvallen huifkarren, revolverhelden die hun toeschouwers met de volgende act intimideren: zij doorklieven met een kogel de appel op het hoofd van een vrouw, die kogel raakt de trekker van een achter de vrouw op een paal bevestigde revolver die afgaat en waarvan de kogel op zijn beurt het worstje aan flarden schiet dat de revolverkunstenaar op zijn eigen hoofd heeft gelegd.

De goldrush zorgde voor de gouden tijd van het Amerikaanse theater. De acteurs die optraden voor de pioniers gaven, net als die mannen en later hun vrouwen, een triomfantelijke versie van hun bestaan, zij waren larger than life. Van ijzer.