Galerie's

Collection d'Art, Keizersgracht 516, Amsterdam. T-m 20 jan. Di. t-m za. 13-17u. Galerie Farber, Keizersgracht 265, Amsterdam. T-m 15 jan. Di. t-m za. 13-18u. Stichting Amazone, Singel 72, Amsterdam. T-m 12 jan. Di. t-m vr. 10-16u., za. 13-16u.

Hans van Hoek

Het bezielde landschap is al jaren het hoofdthema van Hans van Hoeks oeuvre. De mensen die hij er dikwijls in situeert, zijn bijbelse figuren. 'Twee figuren onder bomen' bij voorbeeld, een man en een vrouw, zijn als Adam en Eva in het paradijs. In deze aquarel - Van Hoek exposeert ditmaal vrijwel uitsluitend aquarellen - zijn ze omringd door herfstkleuren: toetsen geel, groen, grijs en bruin. Anders dan in zijn schilderijen zijn de menselijke gestaltes echter nauwelijks van hun omgeving te onderscheiden. En dat niet alleen, het landschap is zo schetsmatig aangeduid dat het geen diepte heeft. De aquarel mist daarom de voor dit medium zo karakteristieke luciditeit, en wordt troebel.

Dit euvel bederft veel van het nu getoonde werk. Van Hoek is bekend om zijn vibrerende lijn, zijn barokke stapelingen van massa die gewichtloos lijkt. Maar in 'Oevers van een kronkelende beek' zijn het rose, blauw en groen zo grof opgezet dat een samenhang ver te zoeken is. Zonder de titel zou ik zelfs niet durven beweren dat het hier om een landschap gaat. De serie 'Baders' - een thema dat Van Hoek ontleent aan Cezanne - vertoont vreemde witte plekken. De met houtskool geschetste figuren zijn uitgespaard in het blauw van de rivier en blijven plat. Het zijn schijngestaltes, eerder spoken dan mensen van vlees en bloed.

Er zijn twee uitzonderingen op deze expositie die de meer geinspireerde Van Hoek in herinnering brengen. Ten dele betreft het oud werk, namelijk een reeks penseeltekeningen uit 1986. Ze zijn eenvoudig en helder van lijn, als Japanse prenten. Een drietal 'Kruisigingen' toont de genoemde stapeling van massa. In deze op Rubens geente benaderingswijze waarin de figuren onderaan het kruis een driehoek vormen met Christus, zijn ineens weer die beweeglijke lijn en de dramatische kleuren aanwezig die het werk van Van Hoek zo geladen kunnen maken.

brita Reis

De glans van een koperen buis, het matte wit van marmer, de gladde huid van gestolde parafine: het zijn eigenschappen van materialen die de arte povera ongeveer 25 jaar geleden in de kunst introduceerde. Sindsdien hebben veel beeldhouwers dergelijke aantrekkelijke, 'eerlijke' grondstoffen verwerkt, de laatste jaren vaak zonder de rituele of alchemistische betekenissen die er oorspronkelijk mee verbonden waren.

De Portugese Cabrita Reis (1956) is zo iemand. Met gipsplaat en koperen buizen construeert hij sculpturen die nog het meest lijken op industriele architectuur. Op de grond is bij voorbeeld een stapel gipsplaten gelegd die aan een kant zijn afgerond. Een roestig metalen frame is er omheen aangebracht, terwijl een koperen buisje de verbinding tot stand brengt met een los staande gipsen cilinder. Het geheel heeft nog het meest weg van een waterzuiveringsinstallatie. Een aan de muur bevestigde koperen buis staat via een rubberen slang in contact met een gipsen kubus. Hier wordt de suggestie gewekt dat de buis wordt opgeladen. Het meest eenvoudige beeld bestaat uit een manshoge gipsen cilinder waarlangs een koperen pijpje loopt. De associatie met een turbine is onvermijdelijk.

Reis gebruikt zijn onopgesmukte maar toch mooie materialen om zijn beelden een schijn van functionaliteit te verlenen. De bezoeker ziet natuurlijk meteen dat het niet werkelijk gaat om zuiveringsprocessen of elektrische ladingen. Wat beoogt hij dan met zijn bouwsels? Voor mij komen ze niet uit boven het niveau van vormgeving: quasi doelmatige vormen gemaakt van fraaie, sereen ogende materialen.

Kunstenaars met zo'n 'concept' lopen er meer dan genoeg rond - dat blijkt alleen al uit de 'stal' van Galerie Farber. Ze verstaan hun vak, ze kennen hun grondstoffen en ze vallen voor een romantisch soort esthetiek: die van de fabriekspijp tegen de avondlucht. Cabrita Reis onderscheidt zich in niets van die andere kunstenaars. Van hem gaan er dertien in een dozijn.

bbelbeeld

Drie 'multi-mediale' kunstenaressen tonen hun kunnen bij Stichting Amazone. Ze werden geselecteerd door Babeth Vanloo, docente film- en videokunst aan de Vrije Academie in Den Haag. Het samenvoegen van videobeelden met objecten of schilderijen raakte in de jaren zestig in zwang en is onder vrouwelijke kunstenaars opmerkelijk populair. De expositieruimte van Amazone biedt een vertrouwde aanblik: de op hun rug gelegde monitoren die hun beelden richting plafond uitzenden, een cirkel van zout op de grond met daaromheen vier toestellen waarop dezelfde film te zien is, een beeldscherm ingebouwd in een postmodern vormgegeven toren.

Er heerst een sfeer van vrije expressie. Ergerlijker is de nadrukkelijk feministische inhoud van de filmpjes. Yvonne Oerlemans toont een soort heuvellandschap met op de ene top een mannelijk poppetje van plastic en op de andere een vrouwelijk. Blijkens de begeleidende informatie is het een beeld van onze hersenmassa met de linker- of rationele helft (mannelijk uiteraard) en de rechter- of intuitieve (vrouwelijk). We zien hoe het mannetje de vrouwelijke helft wil annexeren, maar de seksestrijd mondt uit in een vreedzame omhelzing: Eros die man en vrouw bijeenbrengt. Het stereotiepe uitgangspunt van Oerlemans en de boeketreeks-achtige 'moraal' van haar verhaal zijn onthutsend. De houten beelden die zij maakt en die rondom de monitor zijn opgesteld, zijn een stuk minder anekdotisch en alleen daarom al beter verteerbaar.

Op de liggende videotoestellen van Annemie van Kerckhoven zien we beelden van een rituele dans, uitgevoerd door een androgyn ogend persoon - de kunstenares zelf? Deze in de vrije natuur uitgevoerde handelingen worden afgewisseld met computergestuurde beelden over kosmische principes en het vrouwelijk lichaam. Een ernaast opgehangen schilderij draagt de titel 'Erektie' en onthult het lichaam van een hermafrodiet.

Het gelijk- of tweegeslachtelijke lichaam is een ideaal dat ook de derde exposant, Saskia Lupini, voorstaat. Haar installatie 'Icemoon' bestaat onder andere uit beelden van - alweer - een androgyn uitziende vrouw die zichzelf in de spiegel bekijkt. Een vrouwelijke stem fluistert geheimzinnige Engelstalige teksten waarin het woord 'witch' regelmatig terugkomt.

Dat al het getoonde werk zo nadrukkelijk een boodschap wil overbrengen is tot daar aan toe - dat die boodschap zo voorspelbaar is en het feminisme tot een onnozele cirkeltheorie reduceert, is onvergeeflijk.

    • Renée Steenbergen