Forens gefrustreerd over veerboten

KRUININGEN, 4 jan. - Om acht uur 's ochtends is het betrekkelijk rustig in de haven van Kruiningen. Terwijl de veerboot Prinses Christina aanlegt, lezen de wachtende automobilisten op de parkeerplaats de ochtendkrant of bestellen een broodje in de houten kantine. De veerboot naar Perkpolder, die ongeveer 180 personenauto's kan vervoeren, komt lang niet vol. “Wacht maar tot volgende week, als iedereen weer aan het werk is”, zegt J. van Leeuwen, een elektrotechnicus uit Middelharnis die de Westerschelde dagelijks oversteekt omdat hij in Terneuzen werkt.

Door de mankementen aan de Prins Willem-Alexander (woensdag) en de Prinses Juliana (vorige maand) zijn de Provinciale Stoombootdiensten (PSD) door debotenvoorraad heen. “Alle boten die we hebben, zijn ingezet”, zegt J. Mak, lid van de dienstencommissie van de PSD. “Als er nu een storing komt, hebben we nog maar drie schepen op twee lijnen en dan krijgen we grote problemen.” Die problemen zullen zich in de toekomst alleen opstapelen omdat de Prinses Beatrix over drie jaar uit de vaart moet worden genomen. De veerboot die in 1958 van de helling liep had al in 1988 vervangen moeten worden, maar omdat de vaste oeververbinding in zicht leek werd zij nog maar eens opgeknapt.

Door de onzekerheid over een vaste oeververbinding is de overheid terughoudend geworden met investeringen in de bootverbindingen. In het verleden leek de aanleg van een brug-tunnel slechts een kwestie van tijd. Maar het trace dat de Raad voor de Waterstaat aan minister Maij-Weggen adviseerde (een brug-tunnel van Terneuzen naar Ellewoutsdijk) zou het duurste project worden dat tot nu toe is geopperd en daar lijken de potentiele financiers voorlopig weinig voor te voelen.

Omdat de overheid niet te veel geld in nieuwe boten wil steken, wordt de opvolger van de Beatrix volgens Mak vermoedelijk een eenvoudigere uitgave van de dubbeldekker Juliana. “Het zal zo'n 60 miljoen gulden kosten. Maar dan zijn er geen kantines meer aan boord.” Passagier J. Huisman zag die bui al aankomen toen Neelie Smit-Kroes nog minister van verkeer en waterstaat was. “Zij beschouwde de veerboten op de Westerschelde als een stuk rijksweg. Mensen moesten gewoon in hun auto blijven zitten. Ik heb geen reden aan te nemen dat de huidige minister daar anders over denkt”, aldus Huisman.

Van de slechte toestand waarin het varend materieel van de Zeeuwse Provinciale Stoombootdiensten verkeert merken de passagiers vooralsnog weinig. De ontwikkelingen worden evenwel met grote interesse gevolgd. Elke keer als een van de vier veerboten op de lijnen Kruiningen-Perkpolder en Vlissingen-Breskens averij oploopt, slaken reizigers die door hun werk tot de veerdiensten zijn veroordeeld stilletjes een zucht van verlichting: naarmate de wachttijd toeneemt wordt de kans groter dat er een brug over de Westerschelde komt.

Reistijden van meer dan drie uur over een hemelsbrede afstand van tien kilometer zijn - vooral in de zomermaanden - beslist geen uitzondering, verzekert Huisman. Vanuit zijn woning in Hoek (Zeeuwsch-Vlaanderen) kan hij de kerncentrale in Borssele, waar hij werkt, aan de overkant van de Westerschelde zien liggen. Toch doet hij er onder normale omstandigheden zo'n vijf kwartier over om bij de centrale te komen, via het veer Breskens-Vlissingen. “Ik rij het liefst morgen over een brug”, zegt Huisman. “Maar ik kan me voorstellen dat de bewoners van Zeeuwsch-Vlaanderen die geen maatschappelijke binding hebben met de overkant, die brug liever niet hebben. Zij blijven liever geisoleerd en doen hun inkopen toch al in Antwerpen of Gent.”

De vaste passagiers zijn in de loop der jaren ware tijdrekenaars, weersvoorspellers en wegverkenners geworden. Eenieder houdt er een aantal adagia op na over de invloeden van weer en seizoen op de dienstregeling van de veren. Bij mist of storm valt 'Vlissingen' sneller uit dan 'Kruiningen'. Ook in de zomer verdient Kruiningen-Perkpolder de voorkeur. Als het bewolkt is maken meer toeristen de overtocht naar Breskens dan op een zonnige dag.

Voor sommigen is het spitsuur een reden om de snelweg naar Antwerpen op te draaien en het gaspedaal dan maar wat verder in te trappen. “Dat duurt een uur, maar het levert vaak een half uur winst op”, zegt een passagier uit Rotterdam die het van de wind laat afhangen of hij bij de Moerdijk rechtsafslaat naar Zeeland of doorrijdt naar Antwerpen. “Er zijn mensen uit Vlissingen die zestig kilometer naar het oosten rijden om het veer bij Kruiningen te nemen. Daarna rijden ze dezelfde afstand door Zeeuwsch-Vlaanderen naar het westen”, zegt de Rotterdammer. “En ze sparen nog tijd uit ook.”

Aan boord van de veerboten kunnen passagiers plaatsnemen in 'salons' voor rokers en voor niet-rokers. Met een kop koffie gaan de meesten zitten aan een tafeltje en wachten op de lichte schok die de aankomst aankondigt. Een enkeling blijft beneden in de auto.

Het ochtendritueel van elektrotechnicus Van Leeuwen is volledig afgestemd op het halen van de 'grote boot', waarmee de reizigers de dubbeldeksschepen bedoelen. De 'kleine' veerboten hebben slechts een dek en een capaciteit van tachtig auto's. “Ik wacht al jaren op die brug. Maar volgens de Zeeuwen hier aan boord duurt het nog zeker tien jaar.”