Ferdi E. vecht publikatie van foto's aan

HAARLEM, 4 jan. - De ontvoerder en moordenaar van G. J. Heijn, Ferdi E., vecht de publicatie aan in het weekblad Panorama van twee foto's waarop hij herkenbaar is afgebeeld. E. eiste gisteren voor de Haarlemse rechter publicatieverbod van de foto's en vergoeding van de door hem geleden immateriele schade.

Ferdi E. werd in 1988 tot twintig jaar cel en tbs veroordeeld voor de ontvoering van en moord op Ahold-topman Heijn.

Panorama publiceerde in 1989 twee maal foto's van E. Eenmaal bij een artikel over geruchtmakende Nederlandse moordzaken en de tweede maal bij een artikel over de Zilveren Camera 1988. ANP-fotograaf Paul Stolk won die prijs met de gewraakte foto waarop E. te zien is tijdens de reconstructie van de moord terwijl hij schijnbaar ontspannen een shagje draait. Spaarnestad, uitgever van Panorama, stelde dat E. geen “redelijk belang” heeft om zich tegen de gewraakte publicaties te verzetten.

In de eerdere, schriftelijke, fase van de procedure heeft E. betoogd dat het publiceren van foto's van hem stigmatiserend werkt en dat zijn resocialisatie door die publicaties wordt belemmerd. Bovendien zou het steeds weer opduiken van zijn gelaat in de media gezinsleden, vrienden en bekenden van E. telkens confronteren met pijnlijke feiten. E.'s advocaat, mr. C. M. Sanders, voegde daar gisteren aan toe dat het “psychiatrisch genezingsproces” van zijn client door de publicaties verhinderd zou worden.

De advocaat van uitgeverij Spaarnestad, mr. P. A. M. Hendrick, was van mening dat niet Panorama stigmatiseert maar dat E. zijn stigma zelf heeft veroorzaakt met zijn daad. “Door Spaarnestad een publicatieverbod op te leggen wil E. de boodschapper vermoorden, terwijl de oorzaak van het slechte nieuws bij E. zelf is gelegen.” Hendrick achtte het ook onwaarschijnlijk dat publicatie van de foto E. zal hinderen bij diens resocialisatie omdat “op de dag dat E. zijn terugkeer viert, geen Nederlander zich het tweetal wazige foto's herinnert die in het jaar 1989 in Panorama werden gepubliceerd”.

E.'s advocaat Sanders benadrukte dat de vraag om publicatieverbod zich niet richtte tegen “zakelijke berichtgeving, maar wel tegen “tomeloze belangstelling ver na de strafzaak”.

Beide advocaten stelden zich op het standpunt dat principiele belangen schuilgaan achter het conflict tussen Panorama- Spaarnestad en Ferdi E. Sanders benadrukte dat persvrijheid het moet afleggen tegen de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer, ook al gaat het om Nederlanders die om een of andere reden bekend zijn. “Het kan toch niet zo zijn dat publieke personen volledig rechteloos zijn.” Hij stelde dat op basis van jurisprudentie van de Hoge Raad eigenlijk regels zouden moeten worden opgesteld om burgers te beschermen tegen dit soort ongewenste publicaties.

Hendrick stelde dat het portretrecht, waarop E. zijn juridische actie baseert, geen absoluut recht is maar een relatief belang, dat telkens opnieuw dient te worden afgewogen. “Als het portretrecht zou worden uitgelegd als absoluut recht zouden fotojournalisten en cameramensen voortdurend alleen kunnen publiceren met toestemming van de afgebeelde personen. Dat zou het einde betekenen van de fotojournalistiek en van de televisie, “ aldus Hendrick.

Uitspraak op 26 februari.