Ed van der Elsken (1925-1990)

Vandaag een week geleden stierf de fotograaf Ed van der Elsken. Jan Vrijman, Cees Nooteboom, Gerda van der Veen, Lucebert, Simon Vinkenoog en Flip Bool kozen op verzoek van NRC Handelsblad een foto uit het werk van Van der Elsken

Een uitdragerij van aandriften

Van der Elsken was een sterke vertegenwoordiger van de 'breuklijn-generatie', voor de oorlog geboren en opgegroeid en tijdens die oorlog volwassen geworden. Dus nooit volwassen geworden in de sociale betekenis van dat woord. Veel van die 'breuklijn-figuren' werden 'borderline-personalities'; sommigen van hen redden zich in het kunstenaarschap. Voorgoed gestempeld door de absurditeit van hun oorlogsjeugd raakten ze nooit thuis in enig establishment, maar bleven gefascineerd door de identiteit van geweld en geborgenheid, waarheid en bedrog, achterdocht en geloof. Een romantische belevingswereld met een Winkel-van-Sinkel van gevoelens, een uitdragerij van aandriften, ideeen en emoties en het levenslange gevecht daar structuur in te brengen.

Van der Elsken structureerde zijn leven met zijn fotografie. Hij schiep daarmee de enige wereld waarin hij kon bestaan en aan die noodzaak ontlenen zijn foto's hun enorme kracht. Zijn werk onttrok zich aan de gangbare esthetiek, de wisselende artistieke en levensbeschouwelijke modes, en paste niet in de afstandelijke academische en intellectuele schema's die steeds sterker in de kunst werden (worden) aangelegd. 'Fotograaf van het volle leven' was het royaalste compliment dat hij van de een-dimensionale Nederlandse kunstofficials kreeg. In het buitenland was de waardering aanzienlijk hoger; in eigen land wisten voornamelijk beeldende kunstenaars, onder wie collega's-fotografen, zijn werk naar waarde te schatten.

JAN VRIJMAN, Journalist en filmer.

De foto is genomen tijdens de opnamen van Vrijmans film 'De werkelijkheid van Karel Appel' uit 1960.

Tussen honderden doden

In gevechtstenue, of getooid met een bontmuts, zijn buik behangen met camera's, zo kennen we Ed van der Elsken. Gedreven zwierf hij over de wereld, als een jager naar beelden, eerst in zwart-wit en later in kleur. “Ik hoor op de wereld thuis. Polynesie, Canada, I don't know. Waarheen? Keine blasse Ahnung. Alles wat ik nog meemaak is meegenomen. Ik heb al zo onvoorstelbaar veel meegemaakt, tussen honderden doden op straat gelopen. Disons, 25 reizen door Afrika gemaakt, 20 reizen door Zuidoost-Azie... ”, aldus Ed van der Elsken in een karakteristiek interview uit 1981.

Aanleiding tot dit interview was de verschijning van zijn boek Parijs! Foto's 1950-1954, een fotografische terugblik met autobiografische teksten over de periode waarin hij Nederland voor het eerst ontvluchtte en de basis legde voor zijn oeuvre. Als fotoconservator van het Newyorkse Museum of Modern Art had Edward Steichen hem daar in 1953 bezocht en ontdekt. Steichen nam 'Eddy' van der Elsken - naast Nederlandse fotografen van een oudere generatie als Emmy Andriesse, Eva Besnyo, Henk Jonker en Cas Oorthuys - op in de fameuze tentoonstelling The Family of Man (1955) en bracht hem op het idee om zijn Parijse belevenissen de vorm van een boek te geven. Een liefdesgeschiedenis in Saint Germain des Pres (1956) was het resultaat; mede dankzij de vormgeving van Jurriaan Schrofer een monument in de geschiedenis van het Nederlandse fotoboek.

Met zijn latere foto's bleef Ed van der Elsken aspecten van de samenleving vastleggen die niet iedereen welgevallig waren. Recent nog ontstak een Japanse criticus in woede over de foto's die werden getoond in het Museum van Hedendaagse Kunst in Gent omdat Van der Elskens beeld van Japan in het geheel niet strookte met het zijne.

Ed van der Elsken presenteerde zich als een bohemien die steeds de zelfkant van de samenleving opzocht. Zijn werk kenmerkt hem evenzeer als een romanticus. Het duidelijkst komt dit tot uitdrukking in het fotoboek Avonturen op het land (1980) over zijn leven en belevenissen in en rond Edam. In kleur geeft het een idyllisch beeld van lief en leed op het platteland.

Ook in de foto's uit zijn Parijse periode komt Van der Elsken vaak naar voren als een uitgesproken gevoelsmens. Dit aspect van zijn werk en persoonlijkheid wordt samengevat door het portret uit 1952 dat hij van zichzelf en zijn eerste vrouw Ata Kando maakte. Het is een droom van een foto die zijn droom van het leven verbeeldt, en dat is even wezenlijk voor Ed van der Elsken als zijn - misschien al te zeer benadrukte - hang naar de zelfkant van de samenleving waar hij tegelijkertijd naar zocht en vaak ook voor vluchtte.

FLIP BOOL

Directeur van het Nederlands Fotoarchief in Rotterdam.

Het laatste fotoboek van Ed van der Elsken heet De ontdekking van Japan. De ruim 150 foto's die er in staan zijn gemaakt tijdens vijftien kortere of langere reizen naar dat land. Van die 150 foto's zijn er drie waar geen mensen op staan. Een van een vijver met karpers die verwijst naar de traditie van haikai en houtsnedes, een van een wolkenkrabber die kennelijk van grote hoogte genomen is, zodat de omringende wereld van vierbaanswegen en auto's en lage gebouwen diep wegvalt.

Zonder mensen, die wereld, maar je weet dat ze er zijn. Daarna is de foto die ik gekozen heb bijna een vervalsing: hij is niet representatief voor Van der Elsken, want op deze foto hoefde hij, de jager, niet te jagen. Landschappen blijven meestal stil liggen, daarom heeft hij er misschien zo weinig geschoten, het was voor een jager niet spannend genoeg. Ik heb hem gekozen vanwege de onaardse rust die er op heerst. De wereld is er niet helemaal echt, de grond is van een rare, korrelige materie, de bollingen in die landtong hebben grillige vormen, ze werpen vreemde ronde schaduwen, het licht op de rustige zee, de getekende, zo 'Japanse' bomen, de gedroomde eilanden maken deze foto tot een beeld van onthechting, losgemaakt van de rest van de wereld, in ieder geval van Van der Elskens wereld zoals wij die kennen uit zijn andere foto's. Maar toch heeft hij hem gemaakt, hij en niemand anders, en hij staat als een eenzaam contrapunt in het boek, getuigenis van iets dat de fotograaf ook was.

De rest van dat boek gaat niet over onthechting en de stilstand die daar bijhoort. De rest gaat over beweging, en over macht. Dat laatste lijkt vreemd, maar is het niet. Deze foto's konden alleen gemaakt worden in een machtig land, en door iemand die dat land begreep, die de esthetische en metafysische versluiering waarmee de macht in dat land zich zo graag naar buiten presenteert doorzag en negeerde. Zonder twijfel was de wereld van de werkelijke macht in Japan, die van de haute finance, voor de straatfotograaf die Van der Elsken volgens eigen zeggen wilde zijn, te glad en te saai, te canoniek. Wat hij zocht was nu juist de keerzijde van de bovenlaag, dat wil zeggen de zelfkant, de slachtoffers, en de anonieme massa.

Van die keerzijde, die de vitaliteit van Japan zo veel scherper uitdrukt, had Van der Elsken zijn jachtterrein gemaakt. Hij was de fotograaf van de bewegende wereld, en het was zijn grootheid dat hij die beweging stil kon zetten op de ogenblikken dat die het meest over zichzelf te vertellen had. Het gevolg is dat je nooit naar die foto's kunt kijken zonder zelf bewogen te worden. Ze schrijven de wereld op, omdat de fotograaf de wereld werkelijk gezien had.

De methode van zijn schriftuur was snel, maar het uitgangspunt was contemplatie, al had je dat misschien niet tegen hem mogen zeggen. Alle grote fotografen schrijven door aan het boek van Elckerlyc.

Heel lang geleden was ikzelf het slachtoffer van deze jager. Op de foto's uit die tijd herken ik de buit niet meer die ik toen was. Ik herinner me de dansende derwisj om me heen, zijn snelle, vogelachtige bewegingen, de bezweringsformules waarmee hij me inspon en insloot: “Si, si, darling, ah oui, ecoute un peu, voila, baby.”

Wat hij van de wereld zag, was wat hij van de wereld dacht. Die gedachte heeft hij in beelden verzegeld. Nozems, hoeren, travestieten, punks, gangsters, rockers, worstelaars in de rij voor een snackbar, voorbijgangers, verliefden, studenten, zwervers, een meisje dat wacht op de metro, de menselijke soort, gezien te Tokio, tweede helft van de twintigste eeuw. En een enkel landschap, waar het zo stil is als nergens.

CEES NOOTEBOOM

Schrijver.