Duinbehoud: leger richt te veel schade aan

LEIDEN, 4 jan. - De schade die de Nederlandse krijgsmacht in de duinen aanricht is nog altijd aanzienlijk. Ondanks de ontspanning tussen Oost en West neemt de militaire bedrijvigheid in het langgerekte natuurgebied, inclusief de Waddeneilanden, eerder toe dan af. Dit is, kort samengevat, de strekking van een nota die de stichting Duinbehoud in Leiden vandaag heeft uitgebracht onder de titel 'Straaljagers en kogels tussen konijnen en vogels'.

De stichting wil met dit stuk - een inventarisatie van zeventien zogenoemde knelpunten - bereiken dat het leger zijn activiteiten in de duinen drastisch inkrimpt ten gunste van natuur, milieu en recreatie. Dit zou tot uitdrukking moeten komen in een herziening van het uit 1985 daterende Structuurschema Militaire Terreinen. Volgens M. Janssen en M. Taal, beiden medewerkers van Duinbehoud, berust dat schema op een inmiddels verouderde visie op het Nederlandse leger. Ze hopen vurig dat minister Ter Beek de gewenste veranderingen zal aankondigen in de Defensienota, die vermoedelijk half februari uitkomt.

Janssen en Taal (samensteller van het rapport) zijn van mening dat het Nederlandse leger, gezien de nieuwe politieke verhoudingen, sterk kan worden afgeslankt en met minder zwaar materieel toe kan. De dreiging uit het Oosten is immers verdwenen. Er is ook steeds betere simulatie-apparatuur beschikbaar, waardoor verscheidene oefeningen in het veld overbodig worden. Dit zou vooral de kwetsbare duinen kunnen ontlasten.

Ze signaleren bovendien een scherpe tegenstelling tussen legeroefeningen langs de kust en het Natuurbeleidsplan, dat in 1989 verscheen. Daarin staat dat het hele Nederlandse duingebied, een oppervlakte van 400 vierkante kilometer, tot natuurmonument moet worden verheven. In een klein deel is die status al bereikt; voor ongeveer de helft van het totaal, vooral in de provincies Noord- en Zuid-Holland, is de procedure om het zo ver te krijgen in gang gezet.

Op het ogenblik heeft de natuur op tal van plaatsen in het duin sterk onder het militaire gebruik te lijden. De begroeiing wordt kapot gereden. Laag overvliegende straaljagers verstoren de rust van vogels en - in het Waddengebied - van zeehonden. Bij tankoefeningen op de Vliehors (Vlieland) reikt de geluidsoverlast tot in Harlingen, dertig kilometer verder. Bodemvervuiling treedt op door patroonhulzen, lekkende tanks en gevaarlijke noodbrandstof voor vliegtuigen.

De stichting heeft enkele militaire knelpunten geselecteerd die volgens haar met voorrang moeten worden aangepakt. De zogeheten laagvliegroute boven het oostelijke Waddengebied dient te verdwijnen. Vliegoefeningen moeten in het broedseizoen worden verboden en de schietoefeningen bij Den Helder en op de Waddeneilanden zijn rijp voor een ingrijpende reorganisatie.

Verder bepleit Duinbehoud een onvoorwaardelijke overdracht van terreinen die niet meer bij Defensie in gebruik zijn, aan organisaties die de natuurbescherming dienen. Dit geldt in het bijzonder voor de Grafelijkheidsduinen bij Den Helder en een voormalig schietterrein bij Overveen. De stichting heeft weinig of geen vertrouwen in Defensie als beherende instelling. Een van de grieven is dat jachtaktes worden verstrekt ten behoeve van de plezierjacht. Het beheer is niet op behoud of herstel van de natuurlijke waarden gericht.

Bij Petten heeft het leger vier schietplateaus in gebruik op terreinen die eigendom zijn van het ministerie van landbouw en natuurbeheer. Nu Defensie de grond in eigen bezit probeert te krijgen, houdt de stichting haar hart vast.

Elk nieuw militair gebruik van het duin wordt onvoorwaardelijk afgewezen. Deze voor de hand liggende zinsnede in het rapport slaat vooral op de Kom, een fraai duingebied bij Wassenaar, waar op het moment negen munitiebunkers liggen, terwijl er formeel nog zeven bij mogen. “Echter zonder dat de bezwaren daartegen vanuit de natuur goed naar voren zijn gebracht”, aldus de stichting, die zich dan ook met hand en tand tegen eventuele uitbreiding verzet.

Duinbehoud wil dat Defensie naarstig op zoek gaat naar alternatieve oplossingen. Aanbevolen wordt te denken aan ondergrondse opslag in minder gevoelige, bijvoorbeeld agrarische terreinen. Bovendien zou de hoeveelheid munitie kleiner kunnen worden.

De stichting ondersteunt de Waddenvereniging, die al jaren aandacht vraagt voor de overlast die dier en mens van het militaire gewoel op het wad ondervinden. Er is hier sprake van zeven verschillende activiteiten, die elk een ander deel van het gebied verstoren. Daarbij gaat het in totaal om 82.000 hectare of eenderde deel van het wad.

Dit alles, aldus het rapport, strookt niet met het officiele ruimtelijke beleid, dat berust op een planologische kernbeslissing met als hoofddoel: bescherming, behoud en waar nodig herstel van de natuur. Dit beleid is nog aangescherpt in de onlangs verschenen Vierde Nota over de Ruimtelijke Ordening Extra, waarin de Waddenzee omschreven staat als een van de grotere wateren met een 'groene koers'.

De bezwaren richten zich onder meer tegen de zogenoemde schietrange Vliehors en Noordvaarder (Terschelling). De Koninklijke Luchtmacht en enkele NAVO-partners houden hier schietoefeningen met boordkanonnen en raketten. Ook worden op gezette tijden al dan niet explosieve bommen afgeworpen. Aan de Mokbaai op Texel oefenen mariniers het hele jaar door met amfibievoertuigen. Ten westen van Den Helder ligt het schietkamp Zeefront, dat munitie afvuurt op het nieuwe waddeneiland Razende Bol. Alleen de duinen in Zeeland zijn gespaard gebleven voor militair gebruik.

    • F. G. de Ruiter