Dove slagwerkster Evelyn Glennie treedt op in Rotterdam; Een virtuoze eenling in het orkest

ROTTERDAM, 4 jan. - In de Rotterdamse Doelen klinkt voetgeroffel. De frele slagwerkster Evelyn Glennie heeft net op een repetitie met het Rotterdams Philharmonisch Orkest een staaltje van haar virtuositeit op de marimba ten beste gegeven. De leden van het orkest geven met hun voeten blijk van hun bewondering en niet met het gebruikelijke tikken met de strijkstokken. Dat zou waarschijnlijk niet zijn doorgedrongen tot Glennie, die voor op het podium met de rug naar het orkest staat. De 25-jarige Schotse is namelijk al sinds haar twaalfde doof.

Die doofheid heeft Glennie niet belet een internationale solo-carriere op te bouwen. Vorig jaar maakte ze voor de televisie haar Nederlandse debuut ter gelegenheid van een hier uitgebrachte cd. In het praatprogramma van Ursul de Geer ontlokte zij de presentator dikke tranen met haar gevoelvolle vertolking van Bachs koraal O Haupt voll Blut und Wunden op de marimba. Zaterdagavond en zondagmiddag geeft ze haar eerste concert in Nederland. In De Doelen speelt ze samen met het Rotterdams Philharmonisch onder leiding van John Dankworth het Marimba-concert van Richard Rodney Bennett en het Concert voor slagwerk en kamerorkest van Darius Milhaud.

“Indrukwekkend”, zegt een orkestlid na afloop van de repetitie van Bennetts ingewikkelde stuk. Al is volgens hem een zeker gebrek aan contact tussen soliste en orkest wel te merken, omdat zij niet kan horen wat het orkest doet. Glennie wijt dat aan aanloopproblemen. “Ik speel dat stuk van Bennett voor het eerst en het orkest ook”, zegt ze. “Het is een moeilijk stuk met vreemde, onverwachte harmonieen tussen modern klassiek en jazz in. Bennett beschouw ik als een uitdaging. Maar Milhaud is grote pret, daar spring ik van het ene instrument naar het andere.”

Een gesprek met Glennie levert geen enkel probleem op. Ze kan perfect liplezen. “Je zag dat de dirigent een opmerking tegen mij maakte. Hij vroeg mij op een bepaalde plek wat zachter te spelen, omdat daar de hobo de boventoon moet voeren. Dat is een balans die ik in het samenspel met het orkest moet zien te vinden. Ik sta natuurlijk altijd solo te spelen. Wat niet wil zeggen dat ik niet voel wat er om me heen gebeurt. Ik voel het vibreren, zie de bewegingen van de dirigent, de violisten. Ik heb de complete partituur voor me, zodat ik precies weet welk instrument wat speelt.”

Een stuk instuderen kost haar meer tijd dan de gemiddelde musicus. “Ik kan niet naar opnamen luisteren, dus ik neem de hele partituur noot voor noot door. Bennett heb ik in vijf maanden moeten doen, maar normaal trek ik een jaar uit voor een nieuw stuk.” Ook het stemmen van de instrumenten duurt langer dan normaal, maar het resultaat is haarzuiver. “Bij het stemmen van pauken of trommels ga ik behalve op de trilling af op de spanning van het vel en de kracht waarmee de stok van het vel terugkaatst.”

Evelyn Glennie begon op haar achtste met piano en klarinet. Op haar twaalfde raakte ze bezeten van het slagwerk. “Slagwerk bestaat uit zo'n grote verscheidenheid van instrumenten”, verklaart ze. “Ik houd ook van het fysieke aspect. Je moet meebewegen. Bovendien kun je er alle kanten mee op - klassieke muziek, jazz, popmuziek. En in volksmuziek over de hele wereld wordt gebruik gemaakt van slaginstrumenten.”

Japan

Glennie studeerde piano en slagwerk aan de Royal Academy of Music in Londen. Ze moest twee keer toelatingsexamen doen, omdat men nauwelijks kon geloven dat ze met haar handicap een muziekstudie kon voltooien. De erkenning van haar talent kwam al snel. De jonge slagwerkster sleepte de ene prijs na de andere in de wacht. In 1986 won ze een studiebeurs waarmee ze in Japan bij de marimbaspecialist Keiko Abe kon studeren. De laatste jaren treedt ze veel op als solist bij orkesten, vooral in Engeland maar ook steeds vaker in het buitenland. Voor volgend jaar staan reizen op het programma naar onder meer Australie, Nieuw-Zeeland, Japan, Duitsland, Noorwegen en Denemarken. Daarbij zal ze ook alleen, zonder orkest, optreden.

Evelyn Glennie doet veel moeite een groter publiek te interesseren voor het slagwerk en probeert componisten ertoe te brengen speciale stukken voor slaginstrumenten te schrijven. Bij de Britse componisten Dominic Maldowny en James McMillan is haar dat inmiddels gelukt. Ze is nu bezig om een stuk voor percussie en gamelan van de grond te krijgen. Glennie geeft ook al master classes aan beginnende vakgenoten.

“Dat is meer een uitwisseling van ideeen en een manier om jonge musici podiumervaring op te laten doen”, vertelt ze. “Les geven doe ik nog niet, daarvoor heb ik nog niet genoeg ervaring. Als leraar heb je een enorme verantwoordelijkheid. Ik houd mij voorlopig bij die master classes. Dat heeft iets van het passen op andermans kinderen - aan het eind van de dag geef je ze weer terug.”

    • Gerda Telgenhof