Dorrestijn is pas overtuigend als de walging doorklinkt

Voorstelling: Pretpark, solo van Hans Dorrestijn. Regie-adviezen: Fred Florusse en Hans Kik. Gezien: 3-1 in Kleine Komedie, Amsterdam. Aldaar t- m 9-1, daarna elders.

“Daar ben ik dan in al mijn glorie”, oppert de dichter-zanger Hans Dorrestijn ter introductie van zijn nieuwe soloprogramma. Hij gaat gehuld in een goudkleurig glimjasje en een zwarte smokingbroek met gouden bies. Het gaat hem, zegt hij, goed. Voorbij zijn de diepe dalen van zelfbeklag en de achttien jaren achter de piano in jeugdhonken. Het reguliere zalencircuit zit vol, hij heeft succes. “Vooralsnog sla ik een opgewektere toon aan”, aldus de nu danig bekende Nederlander. “Er zit zelfs een hint van blijmoedigheid in.”

Maar het is alsof hij in die gemoedstoestand niet goed wist wat hij met Pretpark wilde. Dorrestijn drentelt heen en weer tussen piano, tekststandaard, schrijftafel en elektronisch toetsenbord, onderweg een manshoge doos aandoend en tenslotte zelfs een rolton betredend. Hij leest korte verhalen en puntdichten voor, hij zingt zijn nieuwste liedjes en speelt in de voetsporen van Victor Borge een volksliedje in de stijl van diverse grote componisten. De onwennigheid met het podium is echter gebleven, evenals het verlangen naar houvast aan de papiertjes waarop de teksten staan. Het resultaat is voornamelijk fragmentarisch; er vallen voortdurend kieren, waartussen het onbehaaglijk knarst. Met die onophoudelijke verandering van zit- of staanplaats is geen enkel doel gediend, terwijl er al gauw ook geen verrassing meer te halen is uit het komisch bedoelde contrast tussen 's mans uitstraling en de show-achtige blijheid die hij zegt na te streven.

Na de pauze is de voorstelling gelukkig aanzienlijk coherenter. Dorrestijn blijft dan langer op een plaats en maakt ook tekstueel meer af. Pas dan komen de gavere liedjes, de sardonische verhalen, de absurde radionieuwsberichten en de aanzetting tot leedvermaak. Hij kan als geen ander walging en wanhoop met tragikomisch effect verwoorden in korte, samengebalde zinnetjes waarin elk woord onwrikbaar op de goede plaats staat. In de eerste helft heeft Dorrestijn zichzelf gedwongen tot een veelzijdigheid die niet bij hem past, in de tweede is hij weer stijlvast zichzelf - en dat is meer dan genoeg.

    • Henk van Gelder