De dokters

(voor Annie M. G. Schmidt)

Bij Rotterdam, in Lombardijen

Zijn twee geitenfokkerijen,

En als je iemand vraagt: wie fokt er?

Dan luidt het antwoord steeds: de dokter.

Maar dat antwoord maakt ons treurig,

Want het is vaag en onnauwkeurig;

Een begripsverwarring lokt er,

Want elke fokkerij is van een dokter:

Die, met die geit daar in de wei,

Is dokter Steenders fokkerij;

De andere, met die struise bok,

De fokkerij van dokter Spock.

Alleen, dan zijn we nog niet klaar:

Ze lijken sprekend op elkaar.

Aan een stuk door, met bitterheid,

Beklaagde zich die arme geit:

Jawel, geneesheer zijn ze beiden,

Maar je kunt ze haast niet onderscheiden.

Mijn dokter, dokter Steender,

Is eender, is eender,

Aan de dokter van de bok;

Dat is dus dokter Spock.

Maar ook de bok, de hele tijd,

Loert naar de dokter van de geit,

Met niet geringe ergernis,

Omdat zijn dokter eender is.

Hij graast daar vlak bij de praktijk

En roept: kijk toch hoe vreselijk!

Haar dokter, dokter Steender,

Is eender, strikt eender,

Aan mijn eigen dokter Spock,

De dokter van de bok.

De geit at langzaam van haar gras

En zei: ik wou dat hij een ander was

En aan de overkant, de bok,

Stond te mokken in zijn hok:

Ik heb een onvervuld verlangen

Om mijn dokter te vervangen.

Die geit zei toen verstokt, de bok zei nog verstokter:

Dan ruilen we toch gewoon van dokter!

We brengen 't dadelijk in het reine:

Ik neem de jouwe, jij de mijne.

Zo hebben ze 't onder elkaar bedisseld

En zijn van medicus verwisseld.

Maar veel geholpen heeft het niet.

Wanneer de geit haar dokter ziet,

Dan roept zij, bitter als tevoren:

Ach mensen, moet je nou eens horen,

Mijn dokter, dokter Spock,

Is eender, zo eender, strikt eender,

Aan die ouwe dokter Steender,

De dokter van de bok.

    • Rudy Kousbroek