Crisis extra bedreiging voor dertien bedrijfstakken

DEN HAAG, 4 JAN. De zeevaart, de luchtvaart, de vliegtuigbouw en de scheepsbouw in Nederland worden verhoudingsgewijs het zwaarst getroffen indien er een economische crisis uitbreekt. Bij een hogere olieprijs (35 dollar per vat), een lagere dollarkoers (1, 50 gulden) en een diepere en bredere economische terugval die daar het gevolg van is, zullen in totaal dertien Nederlandse bedrijfstakken meer dan gemiddeld worden getroffen.

Dat blijkt uit een vandaag in het economenblad ESB gepubliceerd onderzoek van J. Jongen, hoofd bedrijfstakkenonderzoek bij de AMRO-bank. De getroffen bedrijfstakken namen in 1988 ongeveer een kwart van de produktiewaarde van de in totaal veertig onderzochte bedrijfstakken voor hun rekening.

In het veronderstelde “zwaar weer-scenario” dalen de netto-winsten mogelijk met gemiddeld 15 procent. Een sterk negatief effect treedt op in de chemische industrie, het wegvervoer, de binnenvaart, de auto-industrie en de bouwmaterialenindustrie. Een meer dan gemiddeld negatief gevolg merken de rubber- en kunststofverwerkende industrie, de detailhandel (vooral luxe goederen), de metaalproduktenindustrie en de elektrotechnische industrie.

De resultaten van acht bedrijfstakken zijn vrij ongevoelig voor de drie risico's. Dat zijn de branches landbouw, voedings- en genotmiddelenindustrie, elektriciteitsbedrijven, groothandel in agrarische produkten en in consumentengoederen, detailhandel (food), communicatiebedrijven en zakelijke dienstverlening. Deze acht bedrijfstakken namen in 1988 ongeveer 40 procent van de produktiewaarde voor hun rekening.

Een hoge olieprijs raakt vooral de chemie, het transport en de visserij met een produktiewaarde van 70 miljard, waarvan de chemie alleen al 44 miljard. In deze branche bedragen de energiekosten bijna 13 procent van de produktiewaarde.

Zwaar getroffen door hogere brandstofkosten worden wegvervoer, zee-, binnen- en luchtvaart, die (produktiewaarde 25 miljard) die 10 procent van hun opbrengst aan brandstof kwijt zijn. Deze sectoren gebruiken veel lichte aardolieprodukten, die duur zijn door gebrek aan (in het midden-oosten weggevallen) hoogwaardige raffinagecapaciteit. De sterke concurrentie maakt doorberekening in de prijs niet mogelijk.

De lagere dollarkoers raakt vooral bedrijfstakken die afzetten in de VS (instrumentenbranche, vliegtuigbouw en bedrijven in de food-sector, vooral bierbrouwerijen). Vorig jaar ging 4, 5 procent van de Nederlandse export van 229 miljard naar de VS. Vooral de elektrotechnische industrie wordt relatief zwaar geraakt. (ANP)