Bruikbare boodschap over tussenbalans

“NAAR AL GEZEGD biedt de verhoging van de collectieve lasten geen soelaas.” Aldus de ambtenaar in een artikel in het blad Economisch Statistische Berichten. Weliswaar gaat het hier om secretaris generaal-professor L. A. Geelhoed van het ministerie van economische zaken, maar uiteindelijk is ook hij gewoon een ambtenaar van wie kan worden verlangd dat hij doet wat de minister wil en niet andersom. Daarom blijft het inmiddels traditionele nieuwjaarsartikel van de secretaris-generaal van het ministerie van economische zaken in het economenblad een curieus verschijnsel. Vooral daar dit stuk steeds meer het karakter heeft gekregen van een nieuwjaarsboodschap in plaats van een analyse. De boodschap hoort nu eenmaal uit de mond van de minister te komen.

Aan het slot van zijn artikel plaatst Geelhoed vraagtekens bij het Nederlandse overlegmodel dat soms zo vertragend kan werken. Bij dat overlegmodel kan echter ook gemakkelijk de ambtelijke meningsvorming worden betrokken die aan politieke besluitvorming vooraf gaat. Zo was de Centrale Economische Commissie ooit het belangrijkste ambtelijke adviesorgaan op sociaal-economisch terrein, maar getuige het eind vorige maand uitgebrachte - verdeelde - advies over de tussenbalans ontwikkelt dit instituut zich meer en meer tot een schaduwministerraad.

LOS VAN DE VRAAG of de hoogste ambtenaar van het ministerie van economische zaken nu de eerst aangewezene is om te zeggen hoe het beleid er zou dienen uit te zien, is het stuk van Geelhoed zeer bruikbaar voor de komende discussie in het kabinet over de tussenbalans. Zijn analyse over de collectieve sector kan politiek ongetwijfeld op brede steun rekenen, getuige de uitspraken van verscheidene ministers en fractievoorzitters in de afgelopen maanden.

De praktijk van de laatste maanden heeft immers bewezen dat betrekkelijk geringe verslechteringen in de internationale economie zich in Nederland onmiddellijk uitvergroten tot omvangrijke budgettaire problemen. Als Geelhoed schrijft dat het woud van voorzieningen en arrangementen lijkt op een tropisch etagebos waar laag op laag regelingen tot stand komen zonder dat in deze stapeling ordening en samenhang valt te ontdekken, zal dit slechts door weinigen worden betwist. Ook zijn opmerking dat voor louter ombuigingen met een onverkort vasthouden aan alle in de loop van de tijd verzamelde taken weinig ruimte meer lijkt te bestaan, zal niet veel weerstand oproepen. Maar het is nu aan het kabinet behalve de constatering ook werkelijk de grote stap voorwaarts te maken.

De 'tussenbalans' is daarvoor het geschikte moment. Politiek lijkt het klimaat ook rijp voor ingrijpende maatregelen die verder gaan dan het aankondigen van een maatregel in januari 1991 waardoor het financieringstekort in 1994 exact op het in het regeerakkoord afgesproken percentage van 3, 25 procent zal uitkomen. Het zou daarom ook jammer zijn als de discussie in het kabinet zich zal beperken, zoals dreigt, tot de vraag of de collectieve lastendruk nu dient te worden gestabiliseerd op het niveau zoals werd verondersteld toen eind 1989 het regeerakkoord werd opgesteld of dat moet worden uitgegaan van het feitelijk gerealiseerde niveau. Minister Kok van financien kiest blijkens de brief van vorige maand aan zijn collega-ministers voor het veronderstelde niveau, wat betekent dat hij een deel van de miljardenombuigingen kan bereiken door middel van lastenverzwaringen.

TERECHT STELT GEELHOED dat een verhoging van de collectieve lasten veeleer het steeds belangrijker wordende concurrentievermogen van de Nederlandse economie direct en indirect zal aantasten. Jaren achtereen wordt nu al geconstateerd dat de omvang van de collectieve sector in Nederland veel groter is dan in ons omringende landen.

Het nieuwjaarsartikel van Geelhoed is wat dat betreft allerminst verrassend. Als een van de weinige Westerse landen is Nederland in de afgelopen economisch 'vette' jaren zijn staatsschuld blijven vergroten. Het probleem zit in de uitgavenkant. Daar zal het kabinet dan ook naar moeten kijken, al is er dan volgens de strikte uitleg van het regeerakkoord ook nog ruimte om de inkomsten voor het rijk via lastenverzwaring te verhogen. De internationale economische orde houdt namelijk weinig rekening met het Nederlandse regeerakkoord.