Bescheiden herinneringen van Anthony Burgess; De slag om tweehonderdvijftig potloden

Anthony Burgess: You've had your time. Uitg. Heinemann, 403 blz. Prijs fl. 68, 10

In Little Wilson and Big God, drie jaar geleden verschenen, vertelde Anthony Burgess van zijn jeugd in Manchester en van zijn werk bij het onderwijs in verschillende Engelse overzeese gebiedsdelen tot 1959. In dat jaar kreeg hij te horen dat er een tumor in zijn hersens zat en dat hij binnenkort dood zou zijn. Hoewel hij beweert dat hij het meteen al niet geloofde ging hij in hoog tempo romans schrijven voor het weduwenpensioen van zijn vrouw Lynne.

Op dat punt eindigde het eerste deel van zijn confessions. Nu vertelt hij in een tweede deel hoe het hem vergaan is tot 1982. Hij is in hoog tempo blijven schrijven, niet alleen romans, ook kranteartikelen en teksten voor film en televisie wanneer hij het geld nodig had of het tenminste graag wilde hebben. Het geeft niet waar ik ben en hoe rumoerig het er is, zegt hij, ik kan mij overal concentreren op mijn taak; ik componeer zelfs muziek terwijl er andere muziek aanstaat op de televisie: '... it is perhaps my only gift'.

Haast niemand die zijn werk kent zal hem bijvallen in zijn bescheidenheid, of geloven dat hij er oprecht in is. Wel moet worden toegegeven dat zijn bekentenissen zelden melding maken van voldoening. Hij stelt zichzelf gewoonlijk voor als overwerkt en onderbetaald en geeft een onnodig groot aantal voorbeelden van vernietigende kritiek op zijn geschriften. Of hij goed of slecht geschreven heeft doet er alleen in zoverre weinig toe dat de westerse beschaving toch naar zijn opvatting haar laatste jaren beleeft; niet dat hij reden heeft om te denken dat hij in vroeger tijden minder ongemakkelijk zou hebben geleefd, want hij meent dat in Engeland schrijvers altijd als tweederangs burgers beschouwd zijn.

Het is geen wonder dat toen hij in 1979 een televisiefilm over Ernest Hemingway maakte Burgess zelf een depressie ondervond: deels om wat hij met Hemingway gemeen had en ook omdat hij een eind lager stond, nu hij een programma over een schrijver maakte in plaats van zijn eigen oeuvre uit te breiden. Soms zag hij geen vorm en geen richting in zijn leven. Toen hij een paar jaar later door Canterbury liep waar hij de T. S. Eliot-lezingen gaf kon hij de relatie tussen zijn Engelsheid, zijn Iersheid en zijn katholieke achtergrond niet voor zichzelf ophelderen. “I was confused. I am still confused. I do not know what I am.”

Op andere ogenblikken fleurt hij op. Dan denkt hij aan de internationale erkenning die hij geniet als romanschrijver, aan de opdrachten en de banen (zoals de stoel van Lionel Trilling aan Columbia University) die hem aangeboden zijn, aan zijn geslaagde tweede huwelijk en zijn flat in het belastingvrije Monaco, dat alleen te druk wordt van toeristen in de zomer maar waar hij dan een uitwijkmogelijkheid van heeft in de buurt van Lugano. Miskend is hij niet, en als wij tijdgenoten wat minder oppervlakkig, onbetrouwbaar en gewelddadig gebleken waren, had hij bijna met welbehagen kunnen denken aan zijn positie.

Nu moet hij zich schadeloos stellen met uitvallen tegen de vele mensen en toestanden die hem dwarsgezeten hebben. Soms slaan zijn veroordelingen zo pijnlijk raak dat hij er plezier in krijgt en zijn stemming aan zijn lezer doorgeeft. Wie Earthly Powers kent weet of vermoedt dat hij een tijdje op Malta gewoond heeft, voor sommigen een belastingparadijs net als Monaco, maar waar het hem slecht beviel. Wat de Maltezer ambtenaren en regelingen hem aangedaan hebben vertelt hij nader in zijn bekentenissen, met zo'n beheerste haat en nijd dat het eiland ervan ligt te rillen in de blauwe zee. Maar waar zijn de regelingen schappelijker? Bij de Britse belastingen, de Amerikaanse douane, de Italiaanse politie? Nee, daar niet, net zomin als op de meeste andere punten waar Burgess zich vertoont.

Ouderdom

Toen hij in Princeton een cursus creative writing gaf, nam niemand van de staf nota van zijn aanwezigheid, en de studenten waren voornamelijk meisjes die met voorbijgaan van de docent elkaars verhalen over castraties bewonderden: “Wow, that's great Janice.” Enkele jaren later accepteerde hij nog eens zo'n post, nu in Buffalo; opnieuw behandelden de studenten hem als een stem uit het verleden. Een van hen kwam met een verhaal waarin een man stierf op zestigjarige leeftijd. Waaraan? vroeg Burgess, zelf 59. Van ouderdom, zei de student.

Een enkele keer kon hij meteen iets terugdoen. Toen hij aan New York City College een Shakespeare-cursus had gegeven kreeg hij tot slot tweehonderdvijftig formulieren en tweehonderdvijftig potloden om uit de delen aan de studenten die zijn colleges en zijn persoonlijkheid moesten evalueren. Hij verscheurde de formulieren, en hield de potloden zelf. Waar hij ze allemaal voor gebruikt heeft vertelt hij niet.

Behalve over zijn kribbige relaties met de wereld die hij bereisde (in dit boek tenminste is hij meestal op reis) vertelt Burgess graag over de romans en andere teksten die hij geschreven heeft en over zijn creatieve nevenactiviteit, de muzikale compositie. A Clockwork Orange, Napoleon Symphony, The End of the World News, Earthly Powers, de bewerking van Oedipus, de Cyrano musical, het werk over Shakespeare, het werk over Joyce: iedereen die belang stelt in het fenomeen Burgess zal zijn bekentenissen ter beschikking moeten hebben voor de informatie en voor de levensopvatting.

En voor het plezier van het lezen? Dat verschilt, en is over het algemeen het grootst bij de eerste helft van het boek, waar het gestimuleerd wordt door Lynne, de vrouw van toen, met haar dronkenschap en instortingen en andere mannen. Kort na haar dood werd haar plaats ingenomen door Liana, de huidige mevrouw Burgess, die een warme echtgenote is en zakelijk beter, maar over wie weinig verhalen verteld worden. In een epiloog die het huis bij Lugano beschrijft in 1989, zeven jaar na het eind van de confessions, toont Burgess ons de slaapkamer met het bed waar “Liane en ik in elkaars armen slapen, of als het te warm is rug aan rug en zelfs een eindje van elkaar af. “

Dat is een ogenblik vertrouwelijkheid; als het hele boek zo geweest was hadden wij er werkelijk intieme bekentenissen aan. Meestal gaat het anders. Het gebeurt zelden dat Burgess ons bij zichzelf naar binnen haalt; gewoonlijk komt hij naar buiten en roept ons toe wat hij vindt.

Merkwaardigheden

Wel krijgen wij een indruk hoe het ongeveer moet voelen om Burgess te zijn. Zijn verwachtingen worden nooit vervuld. Iedere dag is onvolledig en verwijst naar de volgende die het opnieuw zal zijn; er blijft veel te veel te onderzoeken voor de beschikbare tijd, en de dood zal er op een willekeurig moment een eind aan maken. Of is dat te eenzijdig geinterpreteerd? Misschien beleeft Burgess wel eens een ontspanning en een losheid die hij gezapig vindt en die niet in zijn stijl van schrijven passen, zodat wij er nooit over horen.

Intiem wordt zijn lezer niet met hem. “Astonishingly perhaps, we find that we have no friends.” Nee, dat is niet totaal verbazend. Een van de merkwaardigheden van de bekentenissen is dat hoeveel mensen er ook in verschijnen in conflicten, onderhandelingen en gezelligheden, niemand uitgebeeld is als een persoon met een eigen gezicht en een eigen geaardheid. Het gaat Burgess niet om al die edities van de mens, ieder weet iets anders dan de rest. Waar het hem om gaat, dat is het maken van gedachtenvormen en geluidspatronen uit de chaos van de dagelijkse ervaring. Een compleet leven is het niet, maar wie verwacht dat dan ook. Als wij niet te dicht bij Burgess proberen te komen, wat te meer raadzaam is omdat hij nog altijd sigaren rookt, klinkt hij vertrouwd genoeg.