Benoite Groult over slimme vrouwen en domme mannen; We hebben heel boeiende geslachtsorganen

Benoite Groult: Zout op mijn huid. Uitg. Arena, 243 blz. Prijs fl. 39, 50

Benoite Groult schreef een roman over de hartstochtelijke verhouding van een getrouwde, intellectuele Parisienne en een eveneens getrouwde Bretonse visser. Hij voelt zich schuldig over hun omgang, zij niet. Zij is een moderne vrouw, vrij van schaamte. “Vrouwen die na 1968 zijn geboren voelen geen enkele schuld als hen zoiets overkomt. En waarom zouden ze ook? '

Vrouwelijke seksualiteit, puur fysieke passie beschreven in niets verhullende woorden door een bejaarde Franse bourgeoisdame van inmiddels 71: in Frankrijk veroorzaakte dat een klein schandaaltje. De laatste roman van Benoite Groult, in het Nederlands verschenen als Zout op mijn huid, werd door Franse radicaal-feministen verworpen als een hymne op de fallus en door sommige mannelijke critici als pornografie. Francois Mitterrand, een huisvriend van Groult, durfde het boek 'uit schaamte' niet te lezen. Maar honderdduizenden mensen dachten daar anders over. In Frankrijk zijn er ruim 400.000 exemplaren verkocht, in Duitsland - waar het weken lang, boven Umberto Eco, nummer een stond in de toptien van meest verkochte boeken - meer dan een half miljoen en in Nederland moet uitgeverij Arena herdruk op herdruk aanslepen. Hoe verklaart Benoite Groult, schrijfster sinds haar veertigste, moeder van drie dochters en al 35 jaar echtgenote van de auteur Paul Guimard het succes van Zout op mijn huid, een boek over de levenslange passie tussen een intellectuele Parisienne en een primitieve Bretonse visser?

Benoite Groult ziet er onwaarschijnlijk jong uit voor haar 71 jaar: klein, slank, rossig haar, heel erg Frans en gekleed in een perfect zittende broek en dito tweed jasje. Iets merkwaardigs in haar oogopslag, iets straks boven haar oogleden doet een facelift vermoeden, waar in haar kringen geen taboe op rust. Ze praat over de levenslange seksuele passie van de heldin uit Zout op mijn huid voor haar Bretonse visser. In antwoord op mijn vraag tot op welke leeftijd vrouwen een dergelijke passie kunnen botvieren, vertelt ze het verhaal van een iets jongere vriendin. “Haar echtgenoot had haar verlaten en vervolgens ging hij dood. Ze heeft veel verdriet gehad in haar leven. Maar nu is ze 64 en heeft ze een geliefde van 22 met wie ze al anderhalf jaar samenleeft. Ze is nog nooit zo gelukkig geweest en dat komt steeds vaker voor. Vrouwen kunnen er prachtig uit blijven zien. Zij ook. Ze heeft tien jaar geleden een facelift gehad en dat is niet voor niets geweest. Het is een heel goede relatie: hij leert veel van haar, ze neemt hem mee op reis, naar musea, laat hem dingen zien. Het lijkt alsof ze allebei iets hebben gevonden wat ze met leeftijdgenoten niet hebben. Met die hormoonpreparaten van tegenwoordig houden vrouwen hetzelfde libido, dezelfde mogelijkheden om de liefde te bedrijven. Vroeger ging maar een op de twintig oudere vrouwen door met seks, maar nu kunnen we allemaal blijven zoals we altijd waren.”

Hoewel de liefdesgeschiedenis in Zout op mijn huid, tussen de universitaire docente George (genoemd naar George Sand) en de diepzeevisser Gauvain, niet gaat over leeftijdsverschil (Gauvain is zes a zeven jaar ouder dan George), vertoont hun relatie overeenkomsten met die van de 64-jarige vrouw en haar 22-jarige vriend, waar Groult niet voor niets zo enthousiast over vertelt. George neemt in die relatie alle initiatieven, sleept haar 'edele wilde' mee naar musea en leert hem van alles op intellectueel en seksueel gebied.

De essentie van Zout op mijn huid is dan ook dat ware passie alleen mogelijk is buiten traditionele relaties. Het niet-traditionele van de liefde tussen George en haar Gauvain zit hem vooral in het immense verschil in opleidingsniveau en in hun onverenigbare sociale en culturele achtergrond. Beiden zijn ze in hun eigen 'klasse' getrouwd, maar alleen voor elkaar voelen ze die verterende seksuele passie, waaraan geen weerstand kan worden geboden en die ze hun hele leven lang, met langere of kortere tussenpozen in bedden overal ter wereld uitleven.

Geheim wapen

Groult noemt zich feministe, maar heeft geen enkel principieel bezwaar tegen het huwelijk. Zelf trouwde ze drie keer. Passie in een huwelijk acht ze op den duur onmogelijk. “Passie is een allesbeheersend verlangen naar de ander. Dat verdwijnt als je dagelijks met iemand verkeert. De meeste mensen dromen alleen maar van passie, anderen hebben er minder behoefte aan, die zijn trouw en niet zo avontuurlijk. Passie is een individueel sentiment, dat zich meestal rond je achttiende bij je eerste liefde openbaart en dat later weer verdwijnt. Ik wilde het verhaal vertellen van mensen die die passie hun hele leven hebben vastgehouden, als een geheim wapen, als een geheime bron waarmee zij zich voeden.”

Hoewel Groult er zeker in is geslaagd die passie onder woorden te brengen, bevredigt het boek niet helemaal, omdat het zo onwaarschijnlijk is. De traditionele rolpatronen zijn dermate drastisch omgedraaid dat het verhaal af en toe een pastiche of een ouderwetse tendens-roman lijkt. Gauvain is een seksueel wonder die niet van ophouden weet en bovendien is hij voorzien van een mooi gezicht en een fantastisch lijf. Maar hij is bovenal dom, draagt verkeerde kleren, zegt de meest irritante dingen op de meest ongelegen momenten, noemt een boek een 'leesboek' terwijl hij, als hij het al leest, zijn hoofd meebeweegt omdat hij anders de regels door elkaar haalt. De arme, enigszins achterlijke schat zit uiteraard gevangen in een zeer traditioneel huwelijk, heeft - althans bij het begin van hun relatie - weinig geld en wordt gekweld door schuldgevoelens. George daarentegen is rijk, onafhankelijk, intellectueel begaafd en vrij van enige schuld of schaamte.

Is deze 'omdraaiing' een ietwat karikaturale feministische kritiek op de manier waarop mannen eeuwenlang hun minder ontwikkelde, afhankelijke, door schuld en schaamte gekwelde echtgenotes en maitresses hebben misbruikt of ziet Groult de liefde tussen George en Gauvain werkelijk als ideaal?

“Ik heb inderdaad de rollen willen omdraaien, vooral op het punt van hun klasse-achtergrond en maatschappelijke positie. Traditioneel trouwden de prinsen met de Assepoesters. En altijd moest de man slimmer, intelligenter zijn dan zijn vrouw. Met dit boek wilde ik laten zien dat er allerlei soorten relaties mogelijk zijn, ook tussen een hoogst intellectuele dame van stand en een onontwikkelde, primitieve plattelandsjongen.”

Hoe romantisch dit ook lijkt, feministisch is het bepaald niet. Want ging het feministen niet juist om gelijkwaardigheid in de liefde? Of denkt Groult dat passie en gelijkwaardigheid even onverenigbaar zijn als passie en huwelijk? Is het misschien zo dat echte passie een schaamteloosheid veronderstelt die tussen gelijken onmogelijk is?

“Nee, dat denk ik allemaal niet. George en Gauvain zijn gewoon verliefd. Ze vrijen alleen maar. Ze kunnen nauwelijks ergens over praten, want hij weet niets. Ze leven ook niet in een alledaagse routine, maar ontmoeten elkaar eens in de zoveel tijd ergens in de wereld, duizenden kilometers van huis. Ze hebben een primitieve liefde.”

Groult ontkent dat dit een onvervuld en onrealistisch verlangen van haarzelf is, waardoor haar verhaal af en toe naar het niveau van een (omgekeerde) doktersroman dreigt af te glijden.

“Nee, het is niet mijn ideaal. Het is iets wat mensen kan overkomen. En het brengt een soort balans, een evenwicht in het leven van mijn heldin. Ze weet altijd dat ze op de achtergrond deze onvoorwaardelijke liefde heeft en die geeft haar zekerheid in haar leven.”

Schaamte

Behalve door het gebrek aan gespreksstof tussen de beide geliefden, lijkt hun verhouding nogal ongeloofwaardig door het volstrekt ontbreken van schuld of schaamte bij George. Groult is het er niet mee eens dat dit 'kunstmatig' is. “De onafhankelijke, moderne vrouw hoeft dit soort gevoelens niet meer te hebben, en velen hebben ze dus ook niet meer, gelukkig. Vrouwen die na 1968 zijn geboren voelen geen enkele schuld als hen zoiets overkomt. En waarom zouden ze ook? Mannen hebben eeuwen zo geleefd, zonder zich schuldig te voelen. Het was vaak moeilijk, zo'n geheime liefde, natuurlijk. Ze wilden hun vrouw geen pijn doen. Maar schuld? Het als een zonde beschouwen? Niets daarvan!”

Is een dergelijke 'primitieve', onvoorwaardelijke liefde waarin volledig onafhankelijke, intellectuele vrouwen zich seksueel uitleven op tedere analfabeten tegenover wie geen enkele schaamte wordt gevoeld een verworvenheid van het feminisme? Is dat volgens Groult een ideaal dat dient te worden nagestreefd?

“Ik denk dat veel intellectuele vrouwen zich bij hun mannelijke soortgenoten verlegen voelen en overheerst. In Zout op mijn huid neemt George met Gauvain wraak op haar onderworpenheid jegens de andere mannen in haar leven tegen wie ze veel onderdaniger is. Behalve in bed neemt zij met Gauvain in alles de leiding en hij bewondert haar. En het voelt goed om bewonderd te worden. Ze kleedt zich voor hem een beetje vulgair, een beetje sexy en ze vindt het prettig om iemand anders te worden.”

Maar de ergernis dan, om de platitudes van Gauvain (niet voor niets genoemd naar het ietwat domme neefje van koning Arthur)? Denkt Groult dat vrouwen, zelfs intellectuele vrouwen, genoeg hebben aan een puur seksuele relatie waarin zij met hun minnaar niets anders delen dan het bed?

“Ja, dat vermoed ik wel. Maar het is iets nieuws, iets waar vrouwen in het verleden nog niet veel mee hebben geexperimenteerd. Dus is het ook verrijkend. En voor een intellectuele vrouw, die probeert te begrijpen wat haar lichaam zegt, wat het bedoelt, die zich afvraagt waarom die seksuele liefde zo sterk is en waarom ze dat gevoel niet heeft bij intellectuele mannen is het fascinerend en opwindend. Overigens gaat het George na verloop van tijd niet meer om seks alleen. Ze krijgt ook veel waardering voor Gauvains karakter en ze voelt medelijden omdat hij zulk zwaar werk doet. Maar het belangrijkste is wel dat ze niet door hem wordt gedomineerd. Ze voelt zich vrij. Met haar intellectuele minnaars voelt ze altijd een beetje faalangst, is ze altijd bang dat ze niet intelligent genoeg is. Met Gauvain is ze niet bang. Ze wordt een vamp, iemand anders, mooi! Het opwindende is dat ze er een extra leven bij krijgt en dat wil ze behouden. Omgekeerd voelt Gauvain zich tot haar aangetrokken omdat hij met haar kan praten, zijn gevoelens kan uiten. In de primitieve, betrekkelijk gesloten cultuur waar hij uit voortkomt is het ongebruikelijk om over je verdriet en je angsten te spreken. En hij is natuurlijk trots dat zo'n wereldse, ontwikkelde vrouw van hem houdt.”

Genot

Hoe irreeel de liefdesrelatie in Zout op mijn huid misschien ook is, de passie, het seksuele genot is zeer realistisch beschreven en dat heeft de keurige, katholiek opgevoede Benoite Groult moeite gekost. In het voorwoord van haar boek schrijft ze: “Welke namen geeft mijn hart me in voor die in- en uitgroeisels waarin het verlangen zich uitdrukt, verdwijnt en weer ontwaakt? Hoe moet ik ontroeren wanneer ik het over coitus heb?” Groult heeft ontdekt dat er geen 'onschuldige', 'onbesmette' woorden zijn om geslachtsdelen of de geslachtsdaad mee uit te drukken en ze heeft zich daarom zowel bediend van de bestaande (platte of wetenschappelijke) woorden als van fantasierijke neologismen die gelieven onder elkaar plegen te gebruiken om vulgariteit te vermijden. “Tenslotte, “ schrijft ze - alsof ze een onneembare drempel over moet - “is er niets banaler dan kut en lul, en een fallus van de beste kwaliteit stroomt op zeker moment net zo leeg als een pik van lage komaf.”

Na deze introductie neemt Groult in Zout op mijn huid geen blad meer voor de mond. Maar ze blijft het overduidelijk genant vinden dat zij die woorden heeft opgeschreven. Waarom, vraag ik haar, was dat eigenlijk zo problematisch?

“Omdat vrouwen niet geacht worden zulke woorden te gebruiken, zeker niet voor hun eigen lichaam. Vijftig jaar geleden wisten we niet eens hoe we gebouwd waren. Dat weten we eigenlijk pas door de feministische literatuur van na '68 waarin we werden aangespoord om onszelf met behulp van een spiegel van binnen te bekijken. We weten pas sinds kort dat we niet, zoals Freud zei, 'niets hebben'. We hebben hele boeiende geslachtsorganen, waarover we ons niet hoeven te schamen. Maar we staan pas aan het begin van de ontdekking ervan en van het plezier dat we er aan kunnen beleven.”

Gedurende ons hele gesprek heb ik een lichte ergernis bij mezelf gevoeld die ik ook al had bij lezing van Zout op mijn huid. Die irritatie komt voort uit het idealiseren van een ongelijkwaardige liefdesrelatie waarin een van beide partners zich vrij kan voelen bij gratie van een superioriteitsgevoel jegens de ander. Ongewild bevestigt Groult mijn interpretatie van haar boek, waarbij ik haar er bovendien van verdenk dat ze als gevolg van haar leeftijd en eventuele gemiste kansen een overspannen beeld heeft van de 'post-feministische' vrouw. Ik besluit haar maar gewoon te vragen of haar boek het resultaat is van spijt. Of ze het, met andere woorden, jammer vindt dat ze 71 is en eigenlijk te laat geboren voor zo'n gepassioneerd liefdesleven?

Groult antwoordt gedecideerd en opgewekt. “Nee. Ik heb deze ideeen al een aantal jaren en ik heb er ook naar geleefd. Daarom kan ik er ook over vertellen. Weliswaar was ik nog niet zover toen ik twintig was, maar toen ik veertig was wel en toen had ik nog heel wat tijd, gelukkig. Maar ik krijg veel brieven van vrouwen die zich wel met spijt realiseren wat ze gemist hebben. Natuurlijk hebben ze er wel over gefantaseerd. Voor sommige vrouwen is alleen al het lezen van dit boek een soort van wraak: op wat ze niet gedurfd hebben, op wat ze nooit hebben kunnen realiseren.”

Is Zout op mijn huid (heel aardig, meeslepend, geen driestuiver-roman maar ook geen literair meesterwerk) daarom zo'n bestseller?

Groult: “Waarom het zo'n succes heeft is een ingewikkelde vraag. Ik denk dat passie of een gefrustreerde liefde een universeel thema is, dat geworteld is in ieders dromen en fantasie. Maar dat het boek zo aanspreekt, komt toch vooral omdat het gaat over een nieuw type vrouw, dat in voorgaande tijden niet kon bestaan. Lawrence's Lady Chatterley was een typisch negentiende-eeuwse, victoriaanse dame die zich kapot schaamde voor haar verhouding met de houtvester. George is een post-feministische vrouw: modern, nieuw, trots. Ik denk dat veel vrouwen haar als voorbeeld zien: zo wil ik ook worden. En het is een vrolijk boek. In alle klassieke verhalen over gepassioneerde liefde gaat de vrouw er aan dood. George blijft leven. George heeft alles wat ze wil: ze heeft een man, een kind, een goede baan en ze heeft dat droomgedeelte in haar leven, waarover ze schuld noch schaamte voelt.”

Als (intellectuele) vrouwen zich inderdaad zo zouden gaan gedragen als George in Zout op mijn huid moet dat voor mannen betrekkelijk bedreigend zijn. Hoe hebben Groults vrienden en met name die ene, die president is van Frankrijk, haar boek gewaardeerd?

“Mitterrand ken ik al heel lang. Ik heb hem eens geinterviewd, nog voor hij president werd. Mitterrand laat nooit een vrouw vertrekken zonder te proberen een afspraak met haar te maken om haar nog eens te ontmoeten of te praten. Zo werden we dus vrienden en kwam hij bij me thuis zodat hij ook nog naar mijn drie dochters kon kijken. Maar hij houdt niet zo van feministen, hij is een beetje bang voor hen. Over mijn laatste boek heb ik niet met hem kunnen praten. Ik denk dat hij het niet heeft durven lezen, uit schaamte omdat ik het heb geschreven op mijn leeftijd. Het moet verlegenheid zijn want al mijn andere boeken heeft hij wel met mij besproken en die vond hij goed.

“Vrouwen kunnen zich nog steeds niet hetzelfde permitteren als mannen. Ik ben nog opgevoed met het voorschrift: je moet je nooit onopgemaakt aan je man laten zien, want als hij je ziet zoals je bent, zal hij niet meer van je houden. Zorg dus dat je altijd eerder wakker bent dan hij en verzorg je en maak je op. Terwijl mannen zich nergens iets van aantrekken. In de literatuur is het nog precies zo.”

    • Elsbeth Etty