Advies: predikaat 'onderzoekschool' afhankelijk van beoordeling NWO

ROTTERDAM, 4 jan. - De Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek (NWO) moet beoordelen of een onderzoekersopleiding het predikaat 'onderzoekschool' verdient. Van de universiteiten mag niet worden verwacht dat zij zelf kunnen vastsstellen of hun voorstellen voor dergelijke scholen ook internationaal aan alle maatstaven voldoen.

Dit schrijft een internationale commissie, onder leiding van de vroegere president van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, prof.dr. D. de Wied, in een advies aan minister Ritzen (onderwijs). Ritzen stelde deze commissie in juli in, onder meer om te horen wat zij dacht van het advies van de commissie Onderzoekschool, onder voorzitterschap van oud-rector magnificus van de Erasmusuniversiteit, A. H. G. Rinnooy Kan.

In het advies van de commissie-Rinnooy kan, dat in oktober werd gepubliceerd, wordt voorgesteld de universiteiten zelf de tweede fase-opleiding tot wetenschappelijk onderzoeker te laten organiseren. Zij zouden ook zelf kunnen besluiten deze opleidingen in een onderzoekschool onder te brengen.

De internationale commissie is het in grote lijnen eens met de aanbevelingen van de commissie-Rinnooy Kan. Zij vindt wel dat te weinig rekening wordt gehouden met de internationalisering van het onderwijs en onderzoek. Om in Europa te kunnen 'meekomen' moeten onderzoekscholen aan internationale maatstaven voldoen. Ook dat is een reden om de plannen voor de scholen aan een betrekkelijk onafhankelijke organisatie als NWO ter goedkeuring voor te leggen. NWO zou bovendien de fondsen voor de onderzoekscholen moeten beheren.