Zuidafrikaanse meisjes vluchten voor 'jack-rolling'; Justitie ziet geen mogelijkheid zusjes toe te laten

ROTTERDAM, 3 jan. - Groepen jongeren maken de zwarte woonwijken rondom Johannesburg onveilig. Zij terroriseren scholen en hebben het vooral voorzien op meisjes en jonge vrouwen. Verkrachting is aan de orde van de dag. Dit verschijnsel komt zo veel voor dat er een speciale term voor bestaat: 'jack-rolling'.

Voor de Zuidafrikaanse zusjes Thandeka en Zandile Mhlungu was het aanleiding hun woonplaats Soweto te ontvluchten. Vanaf 1985 zagen Thandeka (19) en Zandile (16) zich door de slechte onderwijssituatie voor zwarten in Soweto verscheidene malen gedwongen uit te wijken naar Durban, waar zij werden opgevangen door familieleden. Toen Zandile in oktober 1989 bijna het slachtoffer van 'jack-rolling' werd, stuurden hun ouders de meisjes op een toeristenvisum naar familie in Nederland.

Nadat verlenging van hun visum was geweigerd vroegen de zusjes Mhlungu in januari 1990 op humanitaire gronden een verblijfsvergunning aan. Zij motiveerden hun verzoek met het argument dat zij bij terugkeer in Zuid-Afrika grote kans lopen in een levensgevaarlijke situatie terecht te komen, met name door 'jack-rolling'. Hun aanvraag werd afgewezen.

Het kort geding dat hun advocaat mr. D. Hes daarop aanspande werd verloren. Ook de Rotterdamse dominee Visser die intussen was benaderd kon niets doen voor Zandile en Thandeka. Een verblijfsvergunning om in Nederland een opleiding te kunnen volgen is voor hen evenmin weggelegd: door de omstandigheden in Zuid-Afrika is hun vooropleiding volstrekt ontoereikend.

Een familielid brengt zijn onbegrip tot uitdrukking. “Het gaat puur om een verblijfsvergunning op humanitaire gronden”, onderstreept hij. De meisjes worden onderhouden door hun ouders. “Hun verblijf hoeft de Nederlandse regering geen cent te kosten.” In augustus hoorde hij het toenmalige Tweede-Kamerlid voor Groen Links A. van Es op de televisie vertellen over haar ervaringen in Zuid-Afrika. “Zij beschreef de situatie zoals die is”, zegt hij. Dat bracht hem ertoe Van Es een brief te schrijven in de hoop dat zij de zusjes Mhlungu zou kunnen helpen. De Tweede-Kamerfractie van Groen Links vond het de moeite waard voor hen op te komen.

Op 26 november hebben Kamerlid P. Lankhorst - Van Es had inmiddels afscheid genomen van de politiek - en een fractiemedewerker op het ministerie van justitie vijftien van dergelijke gevallen aan de orde gesteld. De zaak van de zusjes Mhlungu is door hen “heel indringend bepleit”. Het mocht niet baten. Justitie ziet geen mogelijkheid om de zusjes Mhlungu toe te laten. “Ze zijn natuurlijk bang voor een precedent”, denkt de fractiemedewerker.

Om politiek asiel te krijgen moet iemand in het land van herkomst aantoonbaar zijn vervolgd. Een uitzondering wordt evenwel gemaakt voor de zogenoemde 'niet-verwijderbare vreemdelingen'. Dat zijn vluchtelingen uit een beperkt aantal landen wier asielaanvraag is afgewezen, maar die op humanitaire gronden toch niet worden uitgezet omdat zij in hun land van herkomst in een levensgevaarlijke situatie kunnen terechtkomen. Van de 20.000 vluchtelingen worden er jaarlijks ongeveer 4.000 op deze manier 'gedoogd'. Zij hebben geen enkele juridische status en kunnen zich op geen enkele regeling beroepen.

Het kabinet wil niet precies aangeven waarom zij asielzoekers uit sommige landen 'gedoogt', terwijl anderen worden teruggestuurd. Een woordvoerder van justitie zegt desgevraagd niet meer op deze discussie te willen ingaan. Wij kijken hoe de toestand in een land op een bepaald moment is, is het enige wat hij los wil laten. Een departementale commissie zal het kabinet naar verwachting medio januari adviseren over de toekomstige behandeling van 'niet-verwijderbaren'.

Het is voor Thandeka en Zandile Mhlungu niet mogelijk op deze regeling terug te vallen. Volgens hun advocaat maakt dat hun positie zo tragisch. “Zuid-Afrika is blijkbaar niet zo erg als Ethiopie of Sri Lanka”, aldus mevrouw Hes. “Maar de situatie is daar zeer ernstig, er vallen dagelijks doden. Het moet in Durban erger zijn dan in Libanon.”

Hes is ervan overtuigd dat de meisjes in principe op humanitaire gronden hier zijn te houden. Ook onderstreept zij dat de zusjes worden onderhouden door hun familie, zodat de overheid niet hoeft op te draaien voor hun verblijfskosten, en dat zij bij terugkomst in Zuid-Afrika in een levensgevaarlijke situatie terecht komen. Hes denkt dat de angst voor een precedentwerking het belangrijkste motief is voor Justitie om haar clienten uit te wijzen.

Op dit moment zijn de zusjes Mhlungu ondergedoken. Hes heeft nogmaals een beroep gedaan op de staatssecretaris zijn beslissing te herzien, maar hun vooruitzichten zijn somber in een land waar het aantal vluchtelingen over vijf jaar naar schatting zal zijn toegenomen tot 50.000 per jaar.