Waarom is de wereld zo boos?

Begin december liep het overleg in het GATT (de organisatie die streeft naar een vrije wereldhandel) krakend vast. Binnenkort wordt nog een poging gewaagd om het wrak vlot te trekken. Veel mensen hebben er een hard hoofd in of dit nog zal lukken. Intussen is de wereld boos op de Europese Gemeenschap. Boos omdat de EG met een belachelijk laag bod kwam toen gevraagd werd de interne steun aan boeren te verlagen. De 'wereld' vroeg - ook niet gering - zo'n negentig procent, de EG bood dertig procent. En over dit bod had de Europese Commissie al zo lang moeten vergaderen, dat ze geen enkele onderhandelingsruimte had. Het was dertig procent of niks. En dus liep de zaak stuk.

De Europese landbouw produceert gemiddeld minder doelmatig dan de Amerikaanse, Canadese of Australische. We wonen in Europa nu eenmaal wat dichter op elkaar; de bedrijven zijn kleiner; er moeten intensievere methoden worden gebruikt. Met als gevolg dat de kostprijs hier boven het wereldniveau ligt. Zou je de Europese markt nu zonder meer aansluiten op de wereldmarkt, dan worden een heleboel bedrijven weggeconcurreerd. Dat heeft Brussel willen voorkomen. Onder andere omdat het niet prettig is om voor de voedselvoorziening sterk op invoer te zijn aangewezen. De EG heeft haar markt toen afgeschermd van de wereldmarkt.

Figuur 1 geeft de toestand schematisch weer. Europa is voorgesteld als een eiland dat hoog oprijst uit zee. Het zeeoppervlak is het (woelige) wereldmarktprijsniveau. Het hoog daarboven liggend eilandoppervlak stelt het EG-prijsniveau voor. Een produkt dat van buiten wil binnenkomen op de EG-markt moet tegen de steile klif klauteren. Die klif heeft in werkelijkheid de vorm van een invoerrecht dat de EG heft op agrarische produkten van buiten. Een produkt dat van het eiland af wil, de wereld in, heeft een probleem. Hoe maak je die sprong van het hoge EG-prijsniveau naar het lagere wereldniveau, zonder je nek te breken? Ook daar is iets op bedacht: via een exportsubsidie is een zachte landing verzekerd. De producent biedt op de wereldmarkt zijn produkt aan tegen de daar geldende - maar voor hem veel te lage - verkoopprijs. Het verschil tussen het Europese- en het wereldniveau krijgt hij uitbetaald door de EG-overheid. En hoe komt die EG-overheid aan dat geld? Nogal eenvoudig: de kas loopt immers lekker vol met het geld dat bij invoer wordt geheven.

Als we een kijkje nemen op het eiland zelf, zien we daar een wonderlijk systeem van prijsvorming. Het agrarisch bedrijf is nogal afhankelijk van de weersomstandigheden. Als het weer kuren vertoont kan de produktie soms plotseling oplopen of inzakken. Met als gevolg dat de prijzen vrij sterk schommelen. Wat erg lastig en - als het om inzakken gaat - soms fataal is voor de producent. Om de prijzen te stabiliseren op een bepaald niveau - dat dus ruimschoots boven het wereldmarktniveau ligt - zijn minimumprijzen vastgesteld. In het EG-jargon spreekt men van interventieprijzen. Figuur 2 laat zien wat er dan gebeurt.

Als vraag (V) en aanbod (A) vrij hun gang zouden kunnen gaan, dan kwam er een prijs OP tot stand. Die vindt men te laag. Erboven wordt een prijs OPmin vastgelegd. Bij die minimumprijs wordt een hoeveelheid OH1 gevraagd en een hoeveelheid OH2 aangeboden. Met als gevolg dat er een aanbodoverschot ter grootte van H1H2 ontstaat. Jawel, de melk-, olijfolie-, wijnplas en vlees- of boterberg. Overschotten die tegen hoge kosten moeten worden opgeslagen. Dat is op zichzelf al vervelend, maar er gebeurt nog iets. Wat doet een producent die weet dat hij alles wat hij produceert tegen een vaste prijs bij het interventiebureau kwijt kan? Die breidt z'n capaciteit uit en voert de produktie op. De minimumprijs heeft dus niet alleen een aanbodoverschot tot gevolg; hij zet ook aan tot extra produktie. In de figuur verschuift de aanbodlijn naar rechts (A'); het aanbodoverschot wordt groter. Om te verhinderen dat de pakhuizen steeds verder uitpuilen, wordt het teveel op de wereldmarkt geloosd. Met een exportsubsidie om het prijsverschil te overbruggen. De EG-landbouw schermt zich af van de wereld, produceert kunstmatig teveel en zet het overschot op de wereldmarkt af. In de loop van de jaren tachtig is de EG op deze manier netto-exporteur geworden. De EG-landbouwkas komt geld te kort, omdat er meer aan exportsubsidies moet worden uitbetaald dan er aan invoerrechten binnenkomt. Het verschil betaalt de EG-burger-consument. Bij de overbelasting van het milieu en het verdriet van de producenten in ontwikkelingslanden - die hun produkten hier nauwelijks kunnen slijten - zullen we nu niet stilstaan.

Heel langzaam dringt de laatste twee jaar het besef door dat dit een absurd systeem is. Er zijn produktiebeperkingen opgelegd; we kennen de superheffing als er teveel melk wordt geproduceerd; boeren kunnen premies ontvangen bij het braakleggen van grond. We hebben gezien dat er commissies van wijze mannen met wijze plannen kwamen. En we kennen ook de beelden van protesterende landbouwers die met hun tractoren het verkeer lamleggen. Voor ieder onpartijdig toeschouwer is duidelijk dat de interventieprijzen drastisch omlaag moeten of nog beter: afgeschaft. Het prijsniveau gaat dan omlaag naar het wereldniveau; de invoerrechten en de exportsubsidies kunnen verdwijnen. Dat is een ruwe aanpak die veel producenten zal dwingen hun bedrijf te beeindigen. Overgangsregelingen zullen nodig zijn om deze operatie op een sociaal aanvaardbare manier te laten verlopen. Er zijn ook argumenten om een hoeveelheid niet-rendabele bedrijven te handhaven: een voldoende niveau van zelfvoorziening; landschapsschoon. Die producenten dienen dan een subsidie te ontvangen om de waardering voor hun aanwezigheid tot uitdrukking te brengen. Een dergelijke inkomenstoeslag lokt geen extra produktie uit, in tegenstelling tot een prijstoeslag per eenheid produkt. Er is van de landbouwkant kritiek op inkomenssteun. Gezegd wordt dat juist de efficiente bedrijven die hun produktiviteit hebben opgevoerd, nu worden gestraft. Bij die kritiek wordt vergeten dat die bedrijven groot zijn geworden op basis van een verkeerd prijssignaal: de te hoge EG-interventieprijs.

De dappere EG-landbouwcommissaris MacSharry heeft het woord inkomenstoeslag onlangs durven uitspreken. De agrarische wereld staat op zijn achterste benen. Onze landbouwminister Bukman - blijkbaar vergeten dat hij vroeger Ontwikkelingssamenwerking deed - reageerde 'geschrokken'.