Vijf persoonlijke Aids-tragedies

Common Threads, Stories from the Quilt. Regie: Robert Epstein, Jeffrey Friedman. Desmet, Amsterdam, za 24u.; zo 16u.

Quilt is het Engelse woord voor gewatteerde deken of sprei. Sinds enkele jaren heeft het woord een tweede, beladener betekenis: een deken op Museumplein-formaat, opgebouwd uit lappen stof, waarop de namen van Aids-slachtoffers vermeld staan. Het textiele, tot groei gedoemde monument is niet alleen bedoeld om te gedenken, het is, juist door het almaar uitdijende formaat, ook een tastbare aanklacht en waarschuwing. Aids, zo blijkt op visuele wijze uit de quilt, is alom en treft grote aantallen mensen. En ook: Aids is niet langer een ziekte die door de politiek genegeerd kan worden, omdat zij toch 'slechts' onder homoseksuelen huishoudt.

Want dat Aids aanvankelijk vooral homoseksuelen trof, heeft de houding van met name de Amerikaanse regering, onder Ronald Reagan, lange tijd bepaald. Randy Shilts toont in zijn boek And the Band Played On overtuigend aan, dat de Amerikaanse politiek en media pas belangstelling voor de Aids-crisis kregen, toen Hollywood-ster Rock Hudson aan de ziekte overleed. Leed en verdriet van duizenden en duizenden andere Amerikanen waren in dit opzicht niet toereikend geweest.

In de documentaire Common Threads, Stories from the Quilt van Robert Epstein en Jeffrey Friedman komt het cynisme van Reagan en diens Amerika slechts terloops aan de orde. De makers hebben zich, uitgaand van vijf namen op de quilt, geconcentreerd op het persoonlijke verhaal van ouders en partners van de overledenen. Hun herinneringen aan de gruwelen die hun kinderen en geliefden hebben doorgemaakt, worden slechts zo nu en dan afgewisseld door fragmenten met politieke lading.

De aandacht van de makers van Common Threads voor de persoonlijke tragedies die de Aids-crisis tot gevolg heeft gehad, is ongetwijfeld deels bedoeld als rehabilitatie van een veronachtzaamde groep. Maar door dat oogmerk hebben de makers, anders dan in de door Epstein gemaakte documentaire The Times of Harvey Milk, over de homofobische moord op een wethouder, het sentiment niet steeds kunnen vermijden. Harvey Milk stelde de hypocrisie van de Amerikaanse samenleving aan de hand van de onthutsende geschiedenis van een persoon genadeloos aan de kaak, in Common Threads is het verband tussen vijf vergelijkbare verhalen en collectieve 'schuld' - het uit homofobische overwegingen voorbij laten gaan van kostbare jaren - veel minder hard.

Ik vind dat jammer, een beter evenwicht tussen emoties en feiten had de documentaire ongetwijfeld beklemmender gemaakt. Nu zijn de beelden van het ontvouwen van de quilt, aan het slot, bijna een geval van overkill. Op de op het sentiment inspelende klanken van Bobby McFerrins muziek voltrekt zich een indrukwekkend maar ook wel erg religieus ritueel. De makers van Common Threads hadden er beter aan gedaan, de magie van deze bijna-liturgie met harder materiaal te omlijsten.