Verdachte moord Karaman verzoekt opnieuw vrijlating

UTRECHT, 3 jan. - De verdachte van de moord op de Turkse vakbondsleider Karaman in juni 1988, gaat opnieuw proberen op vrije voeten te komen, in afwachting van zijn berechting in hoger beroep. Zijn raadsman, mr. C. Starmans, heeft hiertoe een verzoekschrift ingediend bij de raadkamer van het gerechtshof in Amsterdam. Een eerder verzoek werd door de raadkamer afgewezen. Volgens Starmans is daarbij ten onrechte verzuimd de geldigheid van het bevel tot gevangenneming te toetsen. De raadsman wil daarover meer duidelijkheid hebben.

De verdachte, de 24-jarige A. R., werd in augustus vorig jaar veroordeeld tot twaalf jaar gevangenis. Hij ging in beroep en werd op grond van een administratieve fout in vrijheid gesteld. Vorige maand, bij het begin van de behandeling van de beroepszaak, gelastte het hof zijn onmiddellijke gevangenneming. Het hof besloot daartoe omdat R. zijn aanvankelijke bekentenis had ingetrokken en de mogelijkheid bestond dat hij zou vluchten of getuigen beinvloeden.

Een verzoekschrift tot opheffing of schorsing van de voorlopige hechtenis werd afgewezen, waarna de raadsman een kort geding aanspande bij de president van de Amsterdamse rechtbank. Deze oordeelde dat er voor de kort-gedingrechter geen taak was, omdat behandeling door het gerechtshof voldoende waarborgen biedt. Starmans is het daar niet mee eens en noemt het vonnis teleurstellend.

De 41-jarige Nihat Karaman was voorzitter van de HTIB, de vereniging van Turkse Arbeiders in Nederland. Hij werd op 27 juni 1988 doodgeschoten nadat hij zijn toen dertienjarige zoon in de auto van school had gehaald. Volgens zijn vrouw en enkele vrienden waren er politieke motieven voor de moord. De dader zou naar hun mening moeten worden gezocht in extreem-rechtse politieke kringen in Turkije.

Het gerechtshof zal vermoedelijk volgende week beslissen over de vrijlating van A. R. De behandeling van de zaak wordt op 7 maart voortgezet.