Tros-directeur Den Daas: groeicijfers van omroepen kloppen niet

AMSTERDAM, 3 jan. - “Wij zijn de enige omroep die een lichte teruggang toegeven”, meent C. den Daas, programma-directeur van de TROS. Hij reageert daarmee op het nieuws dat de TROS als enige Hilversumse omroep vorig jaar te maken kreeg met een lichte daling van het aantal leden. Volgens de door de omroepen zelf gepubliceerde cijfers maakten alle andere omroepen een groei door in 1990.

Verwijzend naar het grote onderzoek dat jaarlijks naar het imago van 'Hilversum' wordt gedaan, een onderzoek dat overigens altijd keurig binnenskamers blijft, zegt Den Daas: “Uit dat onderzoek blijkt dat het aantal personen dat niet is gebonden aan een omroep elk jaar toeneemt. Vorig jaar gaf veertig procent van de ondervraagden op niet aan een omroep gebonden te zijn en dan geven nu alle omroepen op dat hun ledental is gegroeid. Daar klopt niets van.”

“De programma's spelen geen rol. Er bestaat geen enkele relatie tussen de kijkcijfers en het aantal leden of lid-abonnees”, volgens de programma-directeur van de TROS. Hij wijst er op dat het aantal Nederlanders dat lid is van de TROS door de jaren heen vrijwel stabiel is gebleven en dat lichte schommelingen een normaal verschijnsel zijn.

De cijfers uit het grote accountantsonderzoek dat vorig voorjaar naar de financien van de omroepen werd gedaan, ondersteunen de stelling van Den Daas dat de achterban van de TROS jaar in jaar uit dezelfde omvang heeft. De inkomsten uit de gids zijn bij de TROS dan ook vrij van de soms opmerkeljke schommelingen die bij de andere omroepen te zien zijn. Deze grote inkomstenverschillen worden onder meer veroorzaakt door wervingsacties waarbij de gids voor weinig geld een half jaar of een jaar lang op proef kan worden genomen. “Deze campagnes spelen een grote rol. De omroepen boeken er veel nieuwe leden door, maar soms worden de gidsen aangeboden tegen bedragen die nauwelijks reeel te noemen zijn. Er wordt wel eens op een domme manier geld weggesmeten, terwijl alle Hilversumse omroepen de laatste jaren toch andere zorgen aan hun hoofd hebben. Leden zijn op dit moment, met het McKinsey-rapport op tafel en een grote reorganisatie voor deur, toch het minst belangrijk”, aldus Den Daas. “Natuurlijk willen ook wij graag onze achterban bedienen en natuurlijk zijn de leden de kurk waar de omroep op drijft, maar identiteit en achterban zullen, als de omroepen meer gaan samenwerken, steeds verder vervagen.”

Den Daas twijfelt er aan of de aantallen die de omroepen opgeven juist zijn. Niet dat hij iemand van fraude wil beschuldigen, integendeel, maar het feit dat de cijfers al voor oudjaar uit de computers rolden, geeft volgens hem aan dat het ongecorrigeerde cijfers betreft die, als ze volgens de wettelijke voorschriften worden nageteld, nog wijzigingen zullen ondergaan. Of er nog wel eens officieel nageteld wordt? Den Daas moet lachen. “Sinds in '88 dit nieuwe Commissariaat voor de Media werd ingesteld, is er nooit meer geteld.”

    • Wilma Cornelisse