Transnationale subcultuur

PREMIER LUBBERS waarschuwde afgelopen zomer dat bij de Europese eenwording een nieuwe grens is bereikt die wordt gevormd door de veelvormigheid van en de accentverschillen in het rechtstatelijke denken in de verschillende landen. Een topambtenaar van justitie, die direct betrokken is bij het web van Europese onderhandelingen over de strafrechtspleging, spreekt openlijk over een “rechtschaos”. Maar het hoofd van de Centrale Recherche Informatiedienst pleit in zijn jaarrede doodleuk voor oprichting van een Europese centrale voor crimineel inlichtingenwerk.

De aanval is de beste verdediging, zo moet de politiechef hebben gedacht. Ondanks alle roerende bijvalsbetuigingen aan de bovenlokale bestrijding van criminaliteit wil het nog steeds wel eens wringen tussen de diverse politiekorpsen in den lande en grote broer CRI aan de Raamweg in Den Haag. En dan is er de BVD-nieuwe-stijl die driftig naar de hielen van de CRI hapt in een klassiekbureaucratische stammenstrijd over de herverdeling van het inlichtingenwerk. Ook hier geldt blijkbaar: wie Europa heeft, heeft de toekomst. In de woorden van een kenner, de directeur van de Nederlandse Politie Academie, dr. P.van Reenen, in een beschouwing over Europa 1992 en de politie: “Spanningen tussen politie-organisaties geven internationalisering een intern belang. Zij wordt een factor in de veelal stille strijd om geld, mensen, positie en status.”

DEZE internationalisering wordt gekenmerkt door “de altijd aanwezige transnationale politie-subcultuur”, zoals de scheidende Amsterdamse recherchechef K. J. H. H. Sietsma het enkele jaren geleden uitdrukte in zijn politiele testament. Het CRI-pleidooi voor een Europese centrale zou bijna doen vergeten dat het reeds wemelt van ondoorzichtige verbanden: het oncontroleerbare wereldje van TREVI, UCLAF, FISP, STAR, het Pompidou-overleg, de Weense club en de club van Bern. Van Reenen: “Niemand heeft waarschijnlijk een overzicht van het hele netwerk van politiesamenwerking in de EG.”

Een ding is zeker: de regeling van de internationale justitiele en politiele samenwerking in strafzaken valt buiten de sfeer van het Gemeenschapsrecht, dat volgens onze minister van justitie - verantwoordelijk voor de CRI - trouwens “nog niet ten volle in overeenstemming is met de eisen van een democratische rechtsstaat”. Laat staan wat er allemaal buiten de EG om wordt bekokstoofd. Het pleidooi van de CRI-chef dient dan ook te worden verstaan als een uitnodiging eerst eens behoorlijk greep te krijgen op die transnationale politiesubcultuur, of beter nog: die cultuur eens behoorlijk te saneren.