Speciale regeling voor deelname aan oorlog

In de Verenigde Staten is al enige tijd een debat gaande over de vraag wie het in geval van oorlog voor het zeggen heeft. Kan de president tegen Irak ten strijde trekken zonder uitdrukkelijke oorlogsverklaring door het Congres? President Bush meent van wel, maar vele Congresleden denken daar anders over.

Begin december is de vraag aan de rechter voorgelegd. Vierenvijftig parlementariers daagden de president in kort geding voor de rechtbank in Washington D. C. Gevorderd werd hem te verbieden Irak aan te vallen zonder dat het Congres in de gelegenheid zou zijn geweest te beslissen over een oorlogsverklaring.

De eis werd afgewezen. Wel sprak de rechter zich uit over de belangrijkste vraag die partijen verdeeld hield. Hij oordeelde dat de Amerikaanse grondwet terzake volstrekt duidelijk is en dat alleen het Congres de bevoegdheid heeft oorlog te verklaren. Bovendien gaf hij te kennen dat deze bevoegdheid ook wat voor moet kunnen stellen en dus zou worden uitgehold als de president zonder een dergelijke uitspraak van het parlement oorlog zou entameren.

Het verweer van de zijde van de president dat het maar de vraag is of bepaalde militaire acties wel als 'oorlog' moeten worden aangeduid en dat de beslissing van deze vraag niet aan de rechter, maar aan de politiek is werd in het vonnis afgedaan met “far too sweeping to be accepted by the courts”. Op deze manier zou, volgens het vonnis, de vraag of de grondwet van toepassing is, worden beslist door het etiket dat de uitvoerende macht op zijn handelingen wenst te plakken. Onaanvaardbaar, zegt de rechter en hij stelt verder vast dat een offensieve actie jegens Irak met behulp van honderdduizenden Amerikaanse militairen zonder meer 'oorlog' in de zin van de Amerikaanse grondwet is.

Wie beslist nu of Nederland meedoet aan de oorlog in de Golf, mocht deze daadwerkelijk uitbreken? Het publieke debat over deze vraag en over de consequenties van een en ander is in Nederland totaal afwezig; ook lijkt er nauwelijks over dit soort kwesties te worden nagedacht. Het Tweede Kamerlid Stemerdink (PvdA) zei kortgeleden via de VPRO-radio dat de Tweede Kamer hierover niet meer hoeft te praten.

Deze mening is des te wonderlijker omdat zij afkomstig is van een jurist en bovendien iemand die minister van defensie is geweest. Zorgelijk is het ook. Het gaat hier immers niet om, bijvoorbeeld, de Nederlandse houding tegenover een per telefoon uitgevoerde coup in een voormalige kolonie, maar om een inmiddels denkbare oorlog, waarbij meer dan een miljoen militairen kunnen worden ingezet en waarbij, inmiddels net zo denkbaar, massavernietigingswapens zouden kunnen worden gebruikt. Zou daar niet nog eens een parlementair debat aan moeten worden gewijd?

Artikel 96 van de Nederlandse Grondwet bepaalt: “Het Koninkrijk wordt niet in oorlog verklaard dan na voorafgaande toestemming van de Staten-Generaal”. Het tweede lid van dit Grondwetsartikel bevat de enige, voor de hand liggende, uitzondering op deze regel: “De toestemming is niet vereist, wanneer het overleg met de Staten-Generaal ten gevolge van een feitelijk bestaande oorlogstoestand niet mogelijk is gebleken”. Gezien het tijdsverloop tussen het begin van Iraks agressie-oorlog jegens Koeweit en de, eventuele, oorlogshandelingen in reactie daarop kan moeilijk worden aangenomen dat bedoelde uitzondering zich hier voordoet. Wellicht onderkende Stemerdink dat ook en was het daarom dat hij zijn standpunt motiveerde door te zeggen dat de Tweede Kamer al toestemming voor het, eventueel, voeren van een oorlog heeft gegeven. Dit zou dan, zij het impliciet, zijn gebeurd toen de volksvertegenwoordigers instemden met het sturen van Nederlandse fregatten naar de Golf.

Feitelijk lijkt dit niet te kloppen. De fregatten werden naar de Golf gestuurd - uiteindelijk - ter ondersteuning van het VN-handelsembargo tegen Irak, niet om oorlog te voeren. Juridisch klopt dit in elk geval niet. Het derde lid van eerdergenoemd artikel van de grondwet bepaalt: “De Staten-Generaal beraadslagen en besluiten terzake in verenigde vergadering”. Dus Eerste en Tweede Kamer moeten zich gezamenlijk over deze kwestie buigen. Dit is nog niet gebeurd.

Daarom staat het de regering dan ook niet vrij Nederland daadwerkelijk in een Golfoorlog te betrekken. Het parlement zal zich hier nog over hebben te buigen. Daarbij kunnen dan ook die andere kwesties aan de orde komen die tot nog toe nog volstrekt onderbelicht zijn gebleven. Wat zijn de consequenties van het gebruik van massavernietigingswapens; willen wij die consequenties voor onze rekening nemen? Oorlog met Irak betekent dat ook Nederlands grondgebied tot potentieel doelwit van de wederpartij zal worden; hoe beschermen we ons daartegen; wie doet wat? En de misschien wel belangrijkste vraag, het cliche van de postmoderne samenleving: waar zijn we in hemelsnaam mee bezig?