Slaapgebrek

Grenzen zijn er om overschreden te worden, voorraden om iets van af te knabbelen en elastiek dient uitgerekt te worden. Zonder inspanning geen verworvenheden, zonder zweet geen genot. Al het harde uitvindingswerk van vorige generaties dat ons de ijskast en de videorecorder bezorgde, het vliegtuig en de magnetron, heeft er niet toe geleid dat wij het er nu eens van kunnen nemen.

Integendeel, wij worden bedreigd door een veel sluipender uitputtingsslag: slaaptekort! Het is de ondergronds woekerende zweer van de welvaartsstaat, in gang gezet door de uitvinding van de gloeilamp die een eind maakte aan de noodzaak met de kippen op stok te gaan. Met olielampen en kaarslicht kon het tijdstip van in bed gaan liggen dan ook wel wat naar achteren geschoven worden, maar in vergelijking met een honderd-watt-peertje moet de kwaliteit van die ouderwetse lichtbronnen toch vooral als slaapverwekkend beoordeeld worden.

Een tijdje geleden las ik de onheilspellende resultaten van een onderzoek naar slaapgewoonten. Aan de vuistregel dat acht uur slaap een prettige hoeveelheid is heeft niemand nog behoefte. Het gemiddelde ligt meer in de buurt van zes en een half uur en de tendens is naar nog minder. Napoleon en Churchill zijn de voorbeelden. Zij hielden het op vier uur per nacht en hadden nergens last van. Zo niet de onderzochten uit de steekproef, want die klaagden over permanente vermoeidheid en dufheid overdag. Pas tegen de avond begonnen ze zich helder te voelen, zo helder dat ze liever niet bijtijds naar bed gingen, maar nog wat tv bleven kijken tot een uur of een, half twee.

In een ander artikel las ik dat steeds meer kleuter- en lagere scholen overgaan tot het instellen van een middagslaapje, omdat de kinderen overdag hun ogen niet open kunnen houden. Dat komt doordat de ouders, die doorgaans allebei werken, ook nog tijd aan de kinderen willen besteden als ze 's avonds laat thuiskomen. Je hebt geen kinderen om ze meteen in bed te stoppen, zodra je eindelijk thuis bent. Sinds vaders beseffen dat ze een vaderrol moeten vervullen, willen ze zich terecht ook met hen onderhouden, ondanks overwerk en rijden in de file. Dit betekent dat de kinderen wakker gehouden moeten worden tot de gezinsroutine naar behoren is afgewikkeld. Het slaaptekort dat op die manier opgelopen wordt (uitslapen is er niet bij - iedereen moet weer vroeg de deur uit naar school of werk) wordt dan overdag op school ingehaald.

Het hele levensritme verschuift naar later. Zou er nog een kind te vinden zijn dat om zeven uur naar bed gaat? Je mag blij zijn als op dat tijdstip het warme eten op tafel staat. Voordat de zaak dan opgeruimd is en de kinderen daadwerkelijk in bed liggen, is het al gauw half negen. Eindelijk rust! Tijd voor iets ontspannends.

De kolenkit hoeft niet meer gevuld en sokken niet meer gestopt, maar er moeten nog 27 op video opgenomen films afgekeken worden. Vredig snort de afwasmachine en kijk, die stapel kranten is zowaar uitgelezen, dat scheelt alweer. Toch maar even kijken wat er op de tv is, die verdelger van verveling. Toen de avonden en nachten nog tv-loos waren, lag iedereen om half elf onder de wol, niet uit plichtsbesef, maar voornamelijk uit verveling. Want het is onmogelijk om avond in avond uit levendige conversaties te voeren met de huisgenoten en met canasta of mens-erger-je-niet red je het ook niet.

Vroeg naar bed gaan is geen optie die er toe doet in het scala van mogelijke tijdsbestedingen op een willekeurige doordeweekse avond. Churchill en Napoleon waren stoere nachtbrakers die wat van hun leven maakten. Vroeg naar bed en vroeg op klinkt braaf. Laat naar bed en vroeg op klinkt energiek, de houding van iemand die een uitdaging niet zomaar laat passeren. Toch hoor je zelden dat iemand de nacht doorwaakt heeft omdat hij om acht uur was begonnen met de Nibelungenring beluisteren en toen niet meer op kon houden tot die afgelopen was. De betovering van de bewegende beelden verdrijft niet alleen de verveling, maar ook het besef van opkruipende slaperigheid. Het plezier om met een boek of een mens in bed te gaan liggen zonder ogenblikkelijk van uitputting in slaap te vallen is verdwenen, terwijl er nog wel van die prettige bedlampjes in de handel zijn, met beter licht dan olielampen of kaarsen.

    • Beatrijs Ritsema